Bijbelcolumn godslastering?

De hervatting van de maandelijkse bijbelcolumn van Maarten 't Hart in het Cultureel Supplement (3-9-1999) heeft een stroom van ingezonden brieven op gang gebracht (zie o.a. de ingezonden brief in het CS van 10-9). Sommige briefschrijvers zijn positief, maar de meesten zijn fel tegen de manier waarop 't Hart de bijbel kritisch tegen het licht houdt. Sommigen noemen die godslasterlijk. Anderen menen dat NRC Handelsblad de grenzen van de vrijheid van meningsuiting overschrijdt door de column af te drukken. Ruimte om de tientallen brieven in de krant af te drukken is er niet, maar een selectie citaten eruit is te lezen de discussierubriek Tegenspraak van de internet-editie van NRC Handelsblad, www.nrc.nl. Daar kan ook per e-mail gereageerd worden. Enkele briefcitaten:

`Als je namelijk op de Bijbel blijft schijten, wordt het knap lastig, zo niet onmogelijk om door te dringen tot de ware betekenis van bijbelteksten en hun schoonheid te zien. Wat 't Hart helaas maar niet wil snappen is dat de Bijbel in de eerste plaats een geestelijk boek is, en dus niet in eerste instantie met materiële ogen gelezen dient te worden.' A.v.d Bent, Rotterdam.

`Waarom ziet Maarten 't Hart niet in dat hij, door anderen belachelijk te maken, zichzelf belachelijk maakt?' A. Goddijn, Leiden.

`Strafrechtelijk is deze column relevant als misdrijf naar art. 147 en 147a Wetboek van Strafrecht (de smalende godslastering).' Dr. mr. P.W. Huizinga, Hoornaar.