Beheerder van lucht en gebouwen

Op de foto's van Edwin Zwakman staan alledaagse dingen: een flatgebouw, een gat in de grond. Maar niets is wat het lijkt.

Wie een flatgebouw voorbijgaat, hoopt altijd op een teken van leven. Veel tijd is er meestal niet, zeker niet als je in een auto of trein wordt voortbewogen. Toch hoop je vlug het een en ander te oogsten. Wat dan wel? Een rood zonnescherm vlak naast een niet uitgeklapt zonnescherm, dat blijft een rode streep. Of in een volgend gebouw de weerspiegeling van de trein. Je keek er eerst doorheen en nu valt het je nog net op, een paar gele bochten in het vensterglas met bovenaan het zwarte vignet van de spoorwegen.

Je kunt er geen invloed op uitoefenen. Voor een raam van een ander gebouw is het gordijn net iets te kort, 't haalt net niet de onderste sponning. Overbodigheden zijn het, je vergeet ze meteen weer als het gebouw uit het zicht is geraakt. Een man loopt naar het raam en loopt al weer terug voor je hem beter kunt zien, werd hij door iemand geroepen? Door een ander raam zie je in de verte een helle lichtplek. 't Is het raam aan de andere kant en nu moet je weten hoe breed het gebouw is en toch kun je dat spontane raadsel niet oplossen.

Dit is het domein van Edwin Zwakman (1969) van wie tot 24 oktober zeven voorstellingen uit 1998-99 in het Van Abbemuseum te Eindhoven zijn te zien. De genoemde flatgebouwen met alle details – het zijn er veel meer – komen op dat werk voor.

's Avonds laat, misschien is het al nacht, zijn nog maar drie, vier ramen van een flatgebouw verlicht. Door een lamp beschenen toneeltjes zijn het en wie treden er op? Heel hoog een paar gevulde boekenplanken, achter een ander raam zie je wat wel een bruine kast moet zijn en dan is er nog een reusachtige bloem, op een jurk, op een vaas?

Zwakman beperkt zich niet tot de architectuur. Een andere door hem gekozen plek is nog kaler. Het menselijk leven ontbreekt er geheel. Je ziet een met rode profielplaten verstevigd gat in de grond. Er staat een hek omheen. Daar rechts achter kun je over een stenen trap de aan een stroom gelegen groenstrook bereiken. Van dit karige landschap heeft hij nog een tweede versie gemaakt. Je merkt het verschil vooral aan een lange buis van het hek, rechts boven het gat. De fotograaf moet een stapje naar achteren hebben gedaan.

Zwakmans werk laat zich op het eerste gezicht bij dat van enkele tijdgenoten voegen. Het doet soms denken aan de fotografische verkenningen van Theo Baart in het onbestemde snelwegenland tussen de grote steden. Ook de totalen van Hans Aarsman komen in je gedachten. Zijn flatgebouwen en andere plekken in de stad hebben geen middelpunt, niets wordt boven iets anders verkozen, net als op de foto's van Zwakman.

De verschillen zijn groter. Zwakman is afstandelijker. Het komt misschien door de zachte kleuren, die eerder bij een herinnering horen dan bij een betrapt ogenblik. Neem een foto met de titel Echt Hema. In de verte staan zes vrachtwagens stil achter de weg. Van een auto zijn de achterdeuren open. Links onder zie je een snelheidsveeg van een wegzoevende auto. Ook de bomen kun je snel noemen, zeker uit een rijdende auto gefotografeerd. 't Is eerder een nabeeld dan een verslag van het leven langs de weg.

Façades noemt Zwakman zijn voorstellingen. Die titel kan iets te maken hebben met de gevel van de flatgebouwen waarachter zoveel onbekende handelingen schuilgaan. Even denk je aan een tekening van Saul Steinberg waarop de gevel is verdwenen en je ziet wat er in al die kamers en kamertjes gebeurt. Maar je keert al gauw terug naar Zwakmans bijzonderheden die je het leven in de flats laten vermoeden.

Dat is minstens zo spannend. Je krijgt zelden de kans zo gedetailleerd te kijken naar wat je anders in het voorbijgaan ontschiet, niet alleen naar de geringe gebeurtenissen achter de ramen, maar ook naar de inrichting van een kamer en een balkon.

Hoofddoek

Hoe volledig kun je over een foto van Zwakman zijn? Flat II is een voorstelling met links beneden een vrouw met een hoofddoek en bovenin dik bebladerde takken. Met een voorbijgangster en een stuk boom wordt de afstand tot het gebouw aangegeven.

Het hele flatgebouw werd door één man ontworpen, Edwin Zwakman zelf. Hij is de architect. `Alles wat we op deze foto's zien, is zorgvuldig opgebouwd in het atelier van Zwakman', verklapt een algemeen vouwblad; een catalogus heeft de kunstenaar niet eens gekregen.

Meestal is zo'n mededeling voldoende om het beeld te laten degraderen, als bij een goochelaar van wie een truc wordt verklapt. De foto's van Zwakman zijn er niet alleen tegen bestand, ze worden er alleen maar indrukwekkender door. Hier heeft iemand niet iets vastgelegd, nee, hij was bij het ontstaan van de dingen zelf aanwezig zonder dat het op de foto wordt uitgebuit.

Waar moet je in zijn flats beginnen? Op een van de hoogste balkons staat een emmer, zo lijkt het tenminste, er glimt iets ronds dat misschien van aluminium is. Wat lager ligt een gebogen vorm op een balkon, een overbodige matras, naar buiten gedonderd zonder dat de vorm er nog toe doet. Of maken die bogen deel uit van een weerspiegeling? In de ramen en de matglazen balkons wordt immers het tegenover liggende flatgebouw weerkaatst.

Binnen bestaat iets meer zekerheid. In bijna alle kamers is een lamp midden in het plafond geschroefd, zo'n gemiddelde lamp, niet lelijk, niet mooi. Hier en daar kan een schemerlamp voor extra licht zorgen, er hoeft niets aan, je bent hier overdag. Een boekenkast, een ovaal schilderij of is het een spiegel aan de muur, een vaas voor het raam, dit klinkt al te duidelijk. De ware aard van de dingen kan nauwelijks worden benoemd, die blijft verborgen, je bent er te ver vandaan. En dan zijn er nog de al dan niet uitgeschoven zonneschermen, de niet of wel gesloten gordijnen, schaduwen van een onbekende herkomst, 't geheel door de weerspiegeling bedekt. Van dit ritme kun je beter niets uitzonderen. Je kunt alle krachten die dit spel hebben veroorzaakt toch niet ontleden. Deze foto is er alleen maar een afdruk van.

De ambachtelijkheid die voor de zeven kleurfoto's van Zwakman noodzakelijk is, kun je niet overzien. Hij is de bouwmeester en de belichter. De schaduwen en de weerspiegeling worden door hem beheerd. Hij gaat over het weer en de afstand tot wat je omringt. De voorwerpen achter de ramen in de verte zijn door hem ontworpen, de suggestie van voorwerpen kun je nog beter zeggen.

Bij een met profielplaten verstevigd gat en bij de vrachtwagens langs de snelweg is Zwakman de landschapsarchitect. En dan gaat hij nog over het ritme dat op alle foto's het mooist is, iets wat op het punt staat te veranderen, dat heeft hij in z'n atelier aan al z'n voorstellingen meegegeven. Een flatgebouw met alles wat daar in en om gebeurt, 't is eerst geheel in scène gezet en pas daarna gefotografeerd.

Zwakman heeft het niet in een goedkoop cynisme gezocht, wat voor de hand ligt bij deze vaak zo eenvormige flats. Zijn gebouwen zijn eerder lyrisch, hoe kan het anders, bij zoveel aandacht voor de geringste details. Het doet er niet toe welk bouwmateriaal hij voor z'n maquettes heeft gebruikt. Het gaat er om dat hij een emmer in de verte kan laten glinsteren, daar staat hij, tegen de muur van het balkon.

Edwin Zwakman: Façades, Van Abbemuseum, Vonderweg 1, Eindhoven; tot en met 24 oktober; dagelijks 11-17, ma. gesloten.