Vincent van Gogh, schilder,.

Vincent van Gogh, schilder,

1853-1890. Hoogeveen. Pesser-

straat 24. Op de voorgevel grote

grijze steen met portret van de

schilder (met hoed) en inscriptie:

`Hier woonde Vincent van Gogh

najaar 1883'.

Er zijn beroemdheden die met meer dan één gedenksteen of plaquette op verschillende locaties in Nederland worden geëerd. Twee komt regelmatig voor, soms drie en een hoogst enkele keer vier. Vincent van Gogh spant veruit de kroon met acht van die gedenktekens. De hier vermelde steen refereert aan zijn Drentse periode in het najaar van 1883, toen Vincent, dertig jaar oud, eerst in een logement te Hoogeveen en vervolgens in een herberg in Nieuw Amsterdam verbleef.

Maar er is met die Hoogeveense steen iets eigenaardigs aan de hand. De plaats waar hij werd aangebracht – een witgeverfd, landelijk huisje aan de Pesserstraat – is omstreden. Sommige deskundigen menen zeker te weten dat Van Gogh destijds in de Grote Kerkstraat logeerde. Het bewuste pand aldaar is inmiddels gesloopt. De gemeente houdt het echter op de Pesserstraat en baseert zich daarbij op het standaardwerk Vincent van Gogh in Drenthe van dr. M.E. Tralbaut en op archiefonderzoek.

Om aan de onenigheid een eind te maken, werd begin 1998 de toenmalige rijksarchivaris P. Brood als scheidsrechter ingeschakeld, maar ook hij wist geen uitsluitsel te geven: voor beide lezingen was iets te zeggen en dus bleef de kwestie onbeslist.

Voor Van Gogh was Drenthe destijds een soort toevluchtsoord nadat hij een kleine twee jaar met zijn vriendin Sien had samengewoond in Den Haag. Op 11 september 1883 arriveerde hij per trein in Hoogeveen, waar hij voor één gulden per dag onderdak vond in dat logement. `Bij de gratie Gods' schreef hij aan zijn broer Theo en na een week vooruit betaald te hebben, dus van een leien dakje ging het niet.

Hij is ook maar kort in Hoogeveen gebleven, omdat hij er geen geschikte modellen kon vinden. Begin oktober reisde Vincent met de trekschuit oostwaarts naar Nieuw Amsterdam, waar hij in de herberg van Hendrik Scholte belandde. In de daarop volgende tijd moest hij regelmatig naar Hoogeveen terug om er een postwissel van Theo, zijn financiële steun en toeverlaat, af te wachten en te verzilveren.

Al die zorgen lieten onverlet dat hij verrukt was over het toen nog ongerepte Drentse landschap. Uit een van de vele brieven aan zijn broer: `Drenthe is zóó mooi, zoo zeer pakt het me algeheel in en voldoet mij absoluut dat ik, indien ik niet voor altijd hier kon zijn, ik liever 't maar niet gezien had. Het is onbeschrijfelijk schoon.'

Niettemin nam hij op 5 december 1883 alweer afscheid van Drenthe en trok hij in bij zijn ouders, die toen in het Brabantse Nuenen woonden.

Jan Hulsker. `Van Gogh en zijn weg', 1985.