Van artiestencafé tot cultuurmoloch

De organisatie van het festival is gelikt, in tegenstelling tot de catering. Een kijkje achter de schermen van Crossing Border.

EIGENLIJK IS HET allemaal begonnen in The Other World, een Amsterdamse boekwinkel gespecialiseerd in auteurs van de Beat Generation – Jack Kerouac, William Burroughs, Allen Ginsberg. Louis Behre opende het winkeltje begin jaren negentig. Het heeft maar een jaar bestaan, maar dat was wel een hevig jaar. De winkel was vanaf het begin meer een soort artiestencafé, vertelt Behre. ,,Allerlei schrijvers kwamen er over de vloer: Alan Ginsberg, Simon Vinkenoog, Remco Campert. Iedereen blowde en rookte, je zag soms van de ene kant van de winkel de andere kant niet meer.'' Zelf ging Behre vaak de stad in terwijl de schrijvers op de zaak pasten. Dan kwam hij om zes uur de winkel sluiten, en was er hooguit één boek verkocht.

Na een jaar vond Behre het tijd voor iets anders. Misschien kwam hij op het idee voor Crossing Border doordat inmiddels ook popmuzikanten – Nick Cave, Henry Rollins – de weg naar The Other World hadden weten te vinden. Precies weet hij het niet meer. Maar plotseling wilde hij een festival organiseren dat zijn twee liefdes, literatuur en popmuziek, combineerde. Zijn Zuiderstrandfestival, een uit de hand gelopen strandfeest voor artiesten, heeft twee edities gekend. ,,Vanwege het slechte weer'' verhuisde het naar de Haagse binnenstad: het Crossing Border Festival was geboren.

Inmiddels biedt Crossing Border het hele jaar door full-time werk aan directeur Behre en zijn rechterhand Linda van Veldhuizen. Als in november van dit jaar alle papieren en financiële rompslomp van het zevende Crossing Border Festival is afgehandeld, moeten de subsidieverzoeken voor de achtste editie alweer de deur uit, evenals de brieven naar de beroemdste, dus snelst volgeboekte artiesten. Ook komen er cassettebandjes binnen van artiesten die graag willen optreden. Die moeten beluisterd worden. Langzaam, heel langzaam, vindt het festival dan zijn vorm. Het moeilijke van dit werk, zegt Behre, is dat je het hele jaar aan een fictief iets werkt. ,,Eigenlijk wordt het festivalpas tastbaar als die honderd lijntjes bij elkaar komen, op die drie, vier dagen zelf. Daar moet je geestelijk wel tegen bestand zijn.''

Dit jaar zijn er meer dan 135 acts, De gelikte organisatie van een culturele moloch waarvan de laatste een maand geleden nog gecontracteerd werd. Nog net op tijd voor een vermelding in het programmakrantje, dat begin september gedrukt is. In totaal gaat het om zo'n zevenhonderd artiesten, die allemaal vervoerd moeten worden, moeten eten en drinken, ergens moeten slapen en de goede apparatuur moeten hebben om te kunnen optreden. Ongeveer tweehonderd medewerkers regelen dat, en die moeten zelf ook weer eten en drinken. Alle medewerkers werken op contractbasis; Crossing Border werkt niet met vrijwilligers. ,,We geven liever loon,'' zegt Behre, ,,dan kunnen we medewerkers erop aanspreken als ze het niet goed doen.''

Op het kantoor in de Torenstraat in Den Haag bestaat de organisatie vlak voor het festival uit acht man/vrouw, vertelt Linda van Veldhuizen. In maart is het duo Behre/Van Veldhuizen uitgebreid met een artist handler, die alle contacten met de artiesten en hun mangagers onderhoudt. Begin augustus zijn er een productiemanager en een productie-assistent bijgekomen. Alle artiesten dieneneen stageplan in: wat hebben ze precies nodig op het podium en waar moet het allemaal staan? De productiemedewerkers zorgen er vervolgens voor dat de benodigde spullen worden gehuurd en efficiënt over de verschillende podia worden verdeeld – als twee bands een dure mengtafel nodig hebben, proberen ze die twee keer in te zetten, zodat ze er maar één hoeven te huren. Dan nog gaat het om een hoop spullen. Eigenlijk, zegt Behre, bouw je in drie dagen tijd een heel dorp.

Half augustus is iemand toegevoegd aan het team die alles wat met onderdak en transport te maken heeft, regelt: vliegtickets voor buitenlandse artiesten, opvang bij een speciale balie op Schiphol, vervoer naar Hotel Bel Air. De 250 beschikbare kamers daar zijn vrijwel alle gereserveerd voor het festival; niet alleen voor artiesten, maar ook voor journalisten, mensen van platenmaatschappijen en uitgevers. Aan een Crossing Border-balie in het hotel wordt gecontroleerd of iedereen er is, en worden de speciale polsbandjes uitgedeeld waaraan artiesten en journalisten herkenbaar zijn - bezoekers en medewerkers hebben elk hun eigen kleur polsbandje. En vanuit het hotel, dat buiten het stadscentrum ligt, rijden tot diep in de nacht pendelbusjes heen en weer naar de verschillende festivallocaties.

Ook is half augustus een medewerker aangesteld die alle medewerkerslijsten bijhoudt, contacten met de pers afhandelt, de ontwikkeling van de kaartverkoop in de gaten houdt en de VIP's uitnodigt. Per dag lopen er 500 à 600 genodigden op het festival rond, waaronder mensen van de gemeente, platenmaatschappijen en uitgevers. In totaal worden 14.000 bezoekers verwacht. In de eerste week van september, ten slotte, is de achtste kantoormedewerker begonnen; die moet de verkoop van festivalmarktkraampjes en de bemanning van de informatiebalie voor het publiek coördineren.

Linda van Veldhuizen, die nu drie jaar voor Crossing Border werkt, is verantwoordelijk voor `logistiek en publiciteit'. Ze trekt medewerkers aan, coördineert alles wat te maken heeft met het programmaboekje, de website, advertenties, affiches en dergelijke, en regelt de catering voor artiesten en medewerkers. Alles onder directe verantwoordelijkheid van Louis Behre, want die blijft het brein, het gezicht naar buiten. Eigenlijk, zegt ze, is hij het festival.

Behre wil ,,niet zo'n gelikte festivalcatering'', dus is de artiestencatering dit jaar uitbesteed aan het ,,beetje alternatieve'' Haagse eetcafé De Klap bij hem om de hoek. Best een risico, vindt hij, want hij heeft nog nooit met ze samengewerkt. Maar volgens Jeroen Bronkhorst, eigenaar en kok van De Klap, hoeft Behre zich geen zorgen te maken – hij catert al twaalf jaar. ,,En ik heb wel eens ingewikkelder dingen gedaan. Laatst een hele bruiloft in Tolkien-stijl, dat was me toch een klus!'' Bronkhorst heeft er zin in: ,,We huren zo'n mobiele keuken en zetten een spiegeltent neer, vlees, vis en vegetarische warme gerechten, lekkere salades, damasten kleden op tafel, bordjes van Villeroy & Boch porcelein - nee, dat is heel sterk spul hoor – dat die mensen het idee krijgen, hé, lekker, er heeft echt iemand voor ons gekookt. Dat is belangrijk voor artiesten die de hele wereld rondreizen.''

Het belangrijkste onderdeel van de organisatie, de keuze van de artiesten, is het exclusieve domein van Louis Behre. Misschien is hij wel de enige die alle artiesten die op Crossing Border optreden, daadwerkelijk kent. ,,Het is mijn leven, ik ben van jongs af aan geïnteresseerd in lezen en muziek. Ik ben nu 52, en ik stond gisteravond nog in Paradiso naar Public Enemy te kijken. Ik zou niet weten hoe ik anders zou moeten leven, ik zou gek worden!'' Dat het festival steeds verder groeit ziet hij niet als een verlies van romantiek, maar juist als iets geweldigs: ,,Ik kan nu artiesten uitnodigen die ik vroeger alleen op tv zag, iedereen is bereid te komen.''

Eigenlijk is er maar één nadeel aan het werken aan zo'n jaarlijks feest, zegt Linda van Veldhuizen. Je kunt er niks naast doen. ,,Het is echt de pest voor je sociale leven.''ORGANISATIE

    • Ellen de Bruin