Schrijvers en dichters terug op het marktplein

Crossing Border heeft al heel wat debutanten voor het voetlicht gehaald. Hebben ze iets aan hun optreden gehad? Schrijvers, dichters en uitgevers over de eerste keer.

ZELF SCHRIJVER worden? Wie tegenwoordig een roman of dichtbundel wil publiceren kan, naast computer en papier, haast niet meer om het podium heen. Op het Crossing Border festival staan zelfs vaak al aanstormende auteurs nog voordat hun eerste boek is gepubliceerd. Uitgevers zijn er blij mee: het festival is een manier om de lastig bereikbare doelgroep van jongeren aan te spreken. Maar voor een nieuwe generatie schrijvers en dichters is optreden, al dan niet begeleid door muziek of videobeelden, vooral ook een wezenlijk onderdeel van hun werk.

,,Ik zie het als een taak van Crossing Border om jonge schrijvers een kans te bieden'', vertelt organisator Louis Behre. ,,Daar zit een zeker risico aan vast: het zijn mensen van wie nog nooit iemand gehoord heeft, de stijl is misschien nog zozo, het boek is nog niet helemaal wat het zou moeten zijn. Maar zonder dat risico kan iedereen wel een festival organiseren.'' Behre houdt zelf zoveel mogelijk boeken, tijdschriften en literaire avonden bij en laat zich tippen door kennissen en uitgevers, maar gaat voor de programmering vooral af op gevoel en intuïtie. ,,Ik vind zelf ook niet alles even geweldig, maar er is geen enkel ander groot festival in Nederland dat zegt tegen jonge schrijvers: doe maar.''

Voor veel debutanten is het dan ook de eerste keer dat ze op een groot festival staan. Maar Behre is de laatste om te beweren dat hij schrijvers op zijn festival zou hebben gelanceerd: ,,Ze doen het toch op eigen kracht.'' Aan de andere kant prijst iedereen in het boekenvak Behre's neus voor auteurs en trends. ,,Crossing Border heeft een antennefunctie'', zegt de Utrechtse dichter Ingmar Heytze. ,,Iedereen van mijn generatie is er in de laatste twee jaar geweest.'' Een beginnend schrijver die op Crossing Border geprogrammeerd staat, is mischien wel het beste te vergelijken met een popband die gedraaid wordt in het radioprogramma van de Britse deejay John Peel. Het is geen garantie voor succes of een hitje, en een aantal verdwijnt weer geruisloos in het niets, maar achteraf blijkt steeds weer dat veel van de interessantste en succesvolste bands voor het eerst bij Peel te horen waren.

Het effect is natuurlijk moeilijk meetbaar. ,,Zulke schrijversoptredens laten zich meestal niet zo snel vertalen naar eclatante verkoopsuccessen op de korte termijn'', zegt Oscar van Gelderen van uitgeverij Vassallucci, vaste leverancier van debutanten aan het festival. Het is de lange termijn waar het om gaat, het prestige en de publiciteit. Weliswaar ook moeilijk te meten, maar uitgevers hebben er vertrouwen in. Ze hopen op een breder, jonger publiek voor hun auteurs en zien dit soort evenementen als een trend. Van Gelderen, bevlogen: ,,Schrijvers moeten léren uitgegeven te worden. Ik vind het heel belangrijk dat onze auteurs al voordat hun eerste boek uit is, ervaring opdoen met optreden, feedback van het publiek, fouten maken. Daarom begeleiden we ze helemaal, we staan in de zaal, letten op de reacties van het publiek, geven met gebaren aan of het harder of zachter moet, of dat het tijd is voor het laatste gedicht.''

Ook de uitgeverijen De Geus en Thomas Rap zijn dit jaar prominent aanwezig met nieuwe auteurs. Ze brengen respectievelijk een verhalenbundel, Gezichten, en een themanummer van het tijdschrift Bunker Hill uit, speciaal voor Crossing Border. Ad van Rijsewijk van De Geus vindt het festival vooral belangrijk als een eerste vorm van erkenning voor de schrijvers en de ideale manier om met een nieuw publiek in aanraking te komen. ,,Crossing Border speelt absoluut een belangrijke rol bij het lanceren van nieuwe schrijvers'', meent Bunker Hill-redacteur Jasper Henderson. ,,Voor ons is het erg belangrijk dat een heel ander publiek op een levendige manier kennis kan maken met literaire tijdschriften. Veel mensen nemen de moeite niet om uitgebreid in een boekwinkel te gaan snuffelen. Op zo'n festival loop je misschien tegen iets nieuws aan.''

Dat toeval moet dan wel een handje worden geholpen door de programmering. Zo stond Moses Isegawa op Crossing Border al maanden voordat zijn Abessijnse Kronieken uitkwam. In het festivalprogramma werd voorspeld dat zijn debuut de sensatie van het jaar zou worden. Maar zijn optreden met Anil Ramdas werd door niemand opgemerkt. Isegawa: ,,Ik vond het erg leuk, maar ik stond er om half twee 's nachts, en dan zijn de mensen meer geïnteresseerd in muziek. Bovendien geloof ik niet dat literatuur naast muziek goed werkt. Literatuur trekt toch vooral liefhebbers.''

Abdelkader Benali, die er voor het eerst optrad in '96, vlak voor de publicatie van zijn debuutroman Bruiloft aan zee, deelt die mening: ,,Als schrijver val je toch een beetje weg. Festivals zonder muziek zijn dan effectiever.'' Wel is optreden volgens hem een belangrijke manier voor schrijvers om met hun werk naar buiten te treden. ,,Je wordt uitgenodigd als schrijver, en dus ook erkend als zodanig. Ik vond die eerste keer een gewéldige evaring. De zaal zat helemaal vol. Ik dacht: nu gaat de bom barsten! Ze scheuren me aan stukken als ze straks mijn boek niet kunnen kopen. Dat bleek dus wel mee te vallen.''

Louis Behre probeert zoveel mogelijk zijn muziekacts met spoken word-optredens af te wisselen, zodat hij letterlijk een popconcert-publiek bij de literatuur brengt. Een succesvol voorbeeld daarvan is dichter en Crossing Border-veteraan Mustafa Stitou, die in '94, ook al vóór zijn eerste bundel, na een zangeres stond geprogrammeerd en in '96 voor een zaal van 1.400 mensen, vlak voor de Tindersticks. ,,Het was bijzonder welwillend, vriendelijk publiek, en heel geconcentreerd. Daarbij was '96 een van mijn betere voordrachten.''

Hoewel Crossing Border over het geheel genomen meer nadruk legt op proza dan op poëzie, lijken dichters aanmerkelijk enthousiaster over het `crossover'-concept van het festival dan hun prozaschrijvende collega's. Er is een nieuwe, door muziek en beeldcultuur beïnvloede generatie van dichters ontstaan die elkaar voor het eerst op het podium hebben ontmoet, zo stellen Ingmar Heytze en Ruben van Gogh. Veelvuldig optreden leidt ook tot meer bravoure in de gedichten en meer aandacht voor ritme en klank: ,,Ik lees mijn gedichten altijd voor terwijl ik schrijf'', vertelt Heytze. ,,Ze moeten goed uitgesproken kunnen worden.'' Van Gogh heeft uitgerekend al 13 jaar op te treden. ,,Het maakt een wezenlijk deel uit van wat ik ben als dichter.''

Aan hun debuut op Crossing Border in '97 bewaren beiden minder prettige herinneringen, mede door een onvindbaar bovenzaaltje en irritante veiligheidsmaatregelen. Desondanks was het indertijd zeer belangrijk voor hem, zegt Heytze, ,,alhoewel niet doorslaggevend''. En Van Gogh weet: ,,Ik kom wel tot m'n recht voor zo'n publiek. De pop- en videoclipcultuur is een van mijn inspiratiebronnen. Bij gewone voorleesavonden zitten toch de permanentjes op de eerste rij.''

,,Literaire tijdschriften zijn helemaal uit, een enkele uitzondering daargelaten'', stelt Heytze. Optreden is een betere manier om direct contact te krijgen met je lezers. ,,Ik schrijf om te communiceren en ik treed op om te communiceren. Poëzie komt van het marktplein. Om met Gerrit Komrij te spreken: poëzie was adem en muziek. Voordragen is voor dichters eigenlijk de oudste manier van communiceren, die nu in ere wordt hersteld door een nieuwe generatie.''

DEBUTANTEN

    • Corine Vloet