Moeten VN media beschermen?

Welke rol hebben internationale organisaties als de VN bij de bescherming van journalisten tijdens vredesmissies? De vraag is weer aktueel na de moord op de verslaggever Sander Thoenes in Dili, eergisteren.

,,Misschien moeten we voortaan maar bodyguards gaan meesturen met oorlogsverslaggevers, want de VN kunnen hun veiligheid blijkbaar niet garanderen'', verzucht Pieter Broertjes, hoofdredacteur van De Volkskrant en voorzitter van het Genootschap van Hoofdredacteuren naar aanleiding van de dood van de Nederlandse verslaggever Sander Thoenes. ,,Maar dat was natuurlijk maar een losse gedachte.''

Wat kunnen internationale organisaties zoals de VN en de NAVO, kranten en journalisten zelf doen om tragische incidenten zoals dat van gisteren op Oost-Timor te voorkomen? Is het eigenlijk wel de taak van militairen om journalisten te beschermen? Nemen free-lancers zoals Thoenes niet te veel risico's? Het zijn allemaal vragen die dezer dagen op redacties en voorlichtingsafdelingen van defensie-organisaties worden gesteld, maar die vrijwel nooit tot eensluidende antwoorden leiden. Daarvoor zijn de situaties te verschillend, de belangen vaak te tegenstrijdig, en bieden de weinige regels die er zijn, in de praktijk te weinig garanties.

Om met dat laatste te beginnen: de Geneefse conventie die zich uitspreekt over juridische rechten en plichten van oorlogsvoerders, biedt alleen oorlogsverslaggevers bescherming als het gaat om internationale gewapende conflicten, niet om burgeroorlogen zoals in Bosnië, of burgeroorlogen met een internationaal aspect zoals nu op Oost-Timor. ,,Nu dit soort conflicten steeds meer voorkomt, wordt het misschien noodzakelijk op verdragsniveau of anderszins structureel nadere afspraken te gaan maken'', zegt Broertjes.

Onder meer door de afwezigheid van internationale verdragsregels zijn betrokken organisaties zelf afspraken gaan maken. Zo verplicht het Nederlandse handboek Militaire Doctrine aan legercommandanten om journalisten regelmatig te informeren over de actuele stand van zaken, en een ,,positieve relatie'' met media op te bouwen ,,bijvoorbeeld door het aanbieden van transport en leef en werkruimte en door het geven van enige training en bescherming''. Hoe deze ,,enige bescherming'' gestalte krijgt moet toch weer de praktijk uitwijzen.

Aan het begin van vredesoperaties geeft de betreffende VN- of NAVO-commandant meestal een persconferentie of briefing over `does en donts' voor journalisten, iets dat op Oost-Timor overigens niet is gebeurd. Deze briefings zijn echter geen wonderen van duidelijkheid, zo herinnert Petra de Koning zich. Zij versloeg in juni voor deze krant de intocht van de NAVO-troepen in Kosovo.

,,De persconferentie in Skopje werd door 2000 journalisten bezocht en verliep chaotisch. De journalisten, van wie de meesten niet eerder in Kosovo waren geweest, gedroegen zich nerveus. Ook de militairen waren zenuwachtig. Het was erg duidelijk en zeer voorstelbaar dat de horde journalisten hen in de weg zou zitten. Het zou bijzonder klungelig overkomen als de intocht minder triomfantelijk zou worden omdat de pers blokkeerde. Aan de andere kant kon de intocht natuurlijk geen triomf worden zonder journalisten.''

Vervolgens liep in de praktijk de militaire bescherming van journalisten zeer uiteen, afhankelijk van nationaliteit. Britten waren aardig en behulpzaam en wekten de indruk dat bescherming van journalisten tot hun taken behoorden, aldus De Koning, ,,Italianen daarentegen vonden ons vooral lastig''.

De Konings collega Yaël Vinkx die met de Duitsers meereisde, herinnert zich hoe deze na een dag rijden door Kosovo, 's avonds een verlaten fabrieksterrein opreden. ,,Daarna ging het hek dicht, terwijl Kosovo nog altijd was gevuld met tienduizenden Servische para-militairen. Na kritiek van journalisten kwam er een compromis, en mochten ze hun auto's tegen het hek van het kamp parkeren.'' Pas na de dood van drie Duitse journalisten, een dag later, veranderde die houding, aldus Vinckx.

,,Het UÇK bood mij destijds meer veiligheid dan de NAVO'', zegt Volkskrantverslaggever Michel Maas per satelliet-telefoon vanuit Kosovo. Nog voor de intocht van de NAVO was hij met twee buitenlandse collega's de Servische provincie ingetrokken. ,,Het Kosovo Bevrijdingsleger wilde alles doen om mijn veiligheid te garanderen. Bij de NAVO was dat geloof ik meer een kwestie van samenloop van omstandigheden; als journalisten in de buurt waren wilde ze wel wat doen. Maar ja, als ze meer hadden gedaan hadden we weer gezegd dat ze betuttelend bezig waren. Je komt er nooit helemaal uit.''

Maas roert daarmee een ander verschijnsel aan die de taak voor organisaties als de NAVO en VN er niet gemakkelijker op maakt: uit nieuws-oogpunt is het soms veel interessanter op militairen ter plekke te vertrouwen dan op de officiële instanties. Zo vertelt Hans Nijenhuis, oud-correspondent voor deze krant in Moskou: ,,Verslaggeving van de oorlog in Tsjetjenië (1994-1996) was onmogelijk geweest zonder hulp van de strijdende partijen. Al was het maar omdat zij tijdens het heetst van de strijd over de meeste transportmiddelen beschikten.

Zo fungeerden Russische pantserwagens regelmatig als taxi voor correspondenten. Onderdak werd journalisten evenmin geweigerd. Aan Tsjetjseense zijde werd de buitenlande journalist geheel volgens Kaukasische traditie zelfs onthaald als een eregast, waarvoor het lekkerste (beschikbare) eten te voorschijn werd gehaald.'' Eenmaal op het slagveld kreeg die gastvrijheid wel een eigenaardige vorm: ,,Tsjetsjenen hadden geen vrees voor de dood en slechts minachting voor wie dat wel had. Mee in de loopgraaf was dus geen probleem, maar dan verder niet zeuren.''

Tenslotte maakt ook de enorme diversiteit van media-organisaties en journalisten de situatie er niet overzichtelijker op. Zo was Thoenes freelancer voor Vrij Nederland en The Financial Times. Nemen freelancers als Thoenes, onderworpen aan de tucht van vrije markt, meer risico's dan journalisten in vaste dienst, bijvoorbeeld toen Thoenes tegen de ongeschreven code onder journalisten in, eergisteren in zijn eentje op onderzoek uitging? Broertjes gelooft er niets van: ,,Karakter, persoonlijkheid en psychologie spelen hier een veel belangrijkere rol dan het dienstverband. Je moet op een bepaalde manier in elkaar zitten wil je de rol van schietschijf riskeren.''