Met opdrijven olieprijs graaft OPEC eigen kuil

In de gloriejaren was de OPEC in staat eenzijdig de olieprijs vast te stellen. Die tijd is voorbij. Beperking van het olie-aanbod blijkt echter ook een machtig instrument. Maar het gevaar van doorschieten ligt op de loer.

Ondanks een dit jaar al sterk gestegen olieprijs en toenemende bezordheid in de westerse wereld over het effect daarvan op de inflatie, houdt de OPEC de oliekraan een klein beetje open. Wie een half jaar geleden voorspeld had dat de olieprijs komende winter tot 25 dollar of hoger zal doorschieten zou niet echt serieus zijn genomen. Toch gaat het die kant duidelijk op. Op de Newyorkse olietermijnmarkt lagen contracten voor lichte olie gisteren al boven de 25 dollar per vat. Daarmee heeft de OPEC - in het verleden vaak geplaagd door onenigheid en gebrek aan discipline - voor elkaar gekregen dat de prijs voor de hoogste kwaliteit Noordzee-olie in amper zeven maanden tijd met meer dan 100 procent omhoog is geschoten. In februari werd er voor een vat slechts iets meer dan 10 dollar betaald.

Deze prestatie mag ronduit een succes worden genoemd voor de olieproducerende landen. De afgelopen twee jaar zijn zij wat hun olieopbrengsten betreft door een diep dal gegaan. De vraag naar olie was beperkt en de prijs bereikte, zeker uitgedrukt in dollars van begin jaren zeventig, een historisch dieptepunt. Die abominabele situatie heeft de olieproducenten vorig jaar en afgelopen voorjaar uiteindelijk tot inkeer gebracht. Weliswaar zijn zij niet echt meer in staat de prijs van olie vast te stellen zoals de OPEC in haar beginperiode deed, maar via het open en dicht draaien van de oliekraan kunnen zij, zo blijkt, wel degelijk grote invloed op die prijs uitoefenen. Maximalisatie van de olieprijs heeft de OPEC al jaren geleden als doelstelling laten varen. Stabilisatie van de oliemarkt, zowel in het belang van producenten als gebruikers, is daarvoor in de plaats gekomen. En wonderbaarlijk genoeg hebben de olie-exportlanden zich de laatste tijd tamelijk stipt gehouden aan de afgesproken productiequota. De OPEC-landen hebben eindelijk ontdekt dat het meer in hun eigen belang is zich aan de afspraken te houden dan er de hand mee te lichten.

Toch is lang niet iedereen in de oliewereld er gerust op dat er nu een meer stabiele situatie op de oliemarkt zal intreden. Een strenge winter kan er al toe leiden dat de prijs doorschiet tot boven de 30 dollar per vat. De prijzen van termijncontracten voor de wintermaanden weerspiegelen de vrees voor een mogelijk te klein aanbod. Weliswaar zijn de olievoorraden in de industrielanden nog niet tot alarmerende niveaus geslonken maar de markt vreest kennelijk dat dat wel zou kunnen gebeuren. Gisteren werd bekend dat de Amerikaanse olievoorraden zijn gedaald tot het laagste peil sinds eind 1997. Juist de grote voorraden waren er, samen met de eonomische crises in Azië en Rusland, tot eind vorig jaar de oorzaak van dat de olieprijs ver beneden het door OPEC gewenste prijsniveau zakte.

Tegenover een relatief krap olie-aanbod staat een vrijwel zeker groeide vraag. De verwachte aantrekkende economische groei in veel landen en het snelle herstel van de economieën in Azië heeft ongetwijfeld een toenemende vraag naar olie tot gevolg. Het invloedrijke Centre for Global Energy Studies (CGES) in Londen. opgericht door de voormalige Saoedische olieminister Yamani, constateert dat de vraag naar OPEC-olie de komende winter duidelijk lager zal liggen dan het aanbod ervan. Volgens CGES is de boodschap voor OPEC dan ook kristalhelder: zij moet de vraag naar haar olie de komende winter zeer goed in de gaten houden en vermijden dat de voorraden te veel worden uitgehold en de prijzen te ver stijgen. De vooraanstaande olieconsultants waarschuwen OPEC geen gat voor zichzelf te graven. ,,Zoals de nacht op de dag volgt, volgen een lagere vraag en hogere productie uit niet-OPEC-landen op hoge olieprijzen.'' Uiteindelijk, zo vreest het CGES, zal dan weer een nieuwe ronde van productieverlagingen nodig zijn om te vermijden dat de olieprijzen onderuit gaan. Daarbij wordt er op gewezen dat de OPEC nu net zoveel produceert als in 1996 terwijl de wereldvraag naar olie intussen 3,6 miljoen vaten per dag hoger ligt dan toen.

De waarschuwing is duidelijk: als OPEC de productie niet spoedig optrekt, vervalt ze in de fouten van het verleden. De nieuwe Venezolaanse president, Hugo Chavez, vindt dat de olieprijzen nu wel voldoende zijn gestegen. Hij pleitte onlangs voor een soort bandbreedte voor de olieprijzen. Als die teveel stijgen of zakken zou de OPEC moeten ingrijpen via productieverhoging of-inkrimping. Chavez' voorstel vond nog weinig bijval.