Leuker dan seks

Londen is uitgegroeid tot het Mekka van shopaholics. In nieuwe mega-winkelcentra als Niketown, O2 en Bluewater staat winkelen gelijk aan eersteklas entertainment en laat men de `gast' geloven dat dromen belangrijker zijn dan geld. Kopen heeft de plaats ingenomen van geloof of relatie.

Per dag proppen drie postorderbedrijven hun catalogus door de brievenbus. De supermarkt heeft een telefonische bezorgdienst. En kerstinkopen doen bij Harrods kan binnenkort online. Om te winkelen hóef je in Londen de deur niet uit. En als je premier Blair mag geloven, is dat de toekomst. Vorige week wenste hij dat zijn land ,,het grootste virtuele marktplein ter wereld'' zou worden. Maar één claustrofobisch zaterdagmiddagrondje door Oxford en Regent Street leert dat Londen nog grotendeels live winkelt.

En als nooit tevoren. Britten kochten dit jaar drieënhalf procent meer dan vorig jaar zei de economische barometer eerder deze maand: cd's, boeken, huishoudelijke artikelen, auto's, schoenen en kleren. Is het alleen de push van het aanbod en de pull van de gestegen koopkracht of is er meer aan de hand?

Volgens het Leger des Heils duidt de consumptiedrang op stress en de eenzaamheid van het moderne leven. Kopen vult het `spirituele vacuüm dat de terugtrekkende kerk en de afkalvende sociale orde achterlaten; shoppen als nieuwe religie. Of in plaats van een relatie. Eén op de vijf Britse vrouwen vindt winkelen ,,fijner dan seks'', zegt een recente enquête al illustreert dat cijfer misschien vooral de kwaliteit van het nationale beddeleven.

Kopen kán een ziekte worden. Masami Dawson, een 36-jarige alleenstaande moeder, werd dezer dagen tragisch een beroemde shopaholic. Als verkoopster in het warenhuis Selfridges kocht ze op een geleende klantenkaart voor drie ton kleren en andere dingen die ze niet nodig had. Toen het uitkwam, pleegde ze zelfmoord. Een verslaggeefster van The Times, zelf ex-shopaholic, ontkwam bij het schrijven van haar stuk over koopverslaving ternauwernood aan haar oude kwaal. ,,Ik had dat schapenleren vest helemaal niet nodig'', schreef ze vorige week, terwijl ze haar creditcard-bonnetjes ter waarde van zeshonderd pond (ruim 2.000 gulden) bekeek. ,,Laat staan de passende trui en broek van cashmere. Maar ik móest ze hebben.''

Ze is niet uniek. In de nieuwe winkel van het sportmerk Nike, aan Oxford Circus, was ik zelf haast vertrokken met een paar schoenen, een shirt én een overbodige voetbal. Niketown heeft iets onweerstaanbaars. Is het de buizenpost van glas en roestvrij staal waarmee de verkopers schoenendozen en tennisrackets uit het magazijn naar boven laten zoeven? Is het de indeling: een warenhuis over drie verdiepingen die in knusse `themakamers' zijn onderverdeeld – zwembroeken hier, joggingbroeken daar en golfbroeken ginds?

Misschien, maar het is ook de kooi waar je ballen kan proberen, het zijn de televisietoestellen met rennende mannen in slo-mo en zeiljachten die overstag gaan, en het zijn de mini-etalages die laten zien hoe een Nike Air schoen wordt gemaakt of hoe een koolstofstalen golfclub swingt. Het is het kloeke bas-reliëf boven de ingang: `Niketown is opgedragen aan alle atleten en de dromen die ze najagen''.

Niketown is een van de nieuwe winkels in en om Londen waar het kopen haast bijzaak lijkt, ondergeschikt gemaakt aan iets anders. Winkel is trouwens een vies woord: het gaat hier om een `nieuwe generatie detailhandelsomgeving', waar de koopdaad een `experience' rond één thema is. Hier wordt de klant – sorry, de `gast' – ingeprent: hier geldt niet de kassa, maar een droom.

Neem O2, een fonkelnieuw winkelcentrum in noordwest-Londen. Achter een façade met reuzenzuilen zijn een megabioscoop, een boekwinkel, een fitness-centrum met zwembad, restaurants en de grootste Sainbsbury-supermarkt van het Verenigd Koninkrijk gedrapeerd. Het is er koel en blauw en licht. Er ruist water over rotsen en er zijn aquaria met koraal en Atlantische vissen. `O2' is zuurstof. De boodschap is: wie hier winkelt, naar de film gaat, een saunaatje pikt en daarna bijspijkert met een kaasburger en een milkshake heeft een vitale dag achter de rug.

Of neem de nieuwe vestiging van de Britse boekenreus Waterstone's aan Piccadilly, de grootste boekwinkel van Europa en gevestigd in het voormalige kledingmagazijn Simpson's. Je kunt er in tot elf uur 's avonds. Er is een koffiebar, een cocktaillounge, een Internet-hoek, een expositieruimte, er zijn lezingen, je kunt er in stijl dineren en er staan zitjes van Le Corbusier om de boeken in te lezen die je – o ja, dáár kwam je voor – van de zes mijl planken hebt gehaald. Waterstone's maakt er geen geheim van: deze lifestyle store wil ,,boeken kopen een deel van de vrijetijdsbesteding laten zijn''.

Neem ook het imperium van design- en culikeizer Terence Conran. Zijn jongste uitbreidingen – The Bluebird aan King's Road en Butler's Wharf, een rijtje pakhuizen op de zuidoever van de Thames naast Tower Bridge – zijn ook een poging de vrije tijd van de consument te veroveren. Met een `waaier' restaurants – Butler's Wharf heeft een Franse bistrot, een mediterrane cantina en een Angelsaksisch vleesrestaurant – plus speciaalwinkeltjes voor bloemen, kookboeken, binnenhuis-design of olijfolie. In The Bluebird, een voormalige garage, is zelfs een complete deli-supermarkt ondergebracht. Wat heb je vandaag gedaan? Een dagje Conran.

En neem vooral Bluewater, het grootste winkelcentrum van Europa, dat sinds maart even ten zuidoosten van Londen in bedrijf is. Het driehoekige complex van zandsteen, grijs metaal en glas is gebouwd op de bodem van een voormalige kalkgroeve. De wanden daarvan ontnemen het zicht op het omringende landschap. Omgeven door 13.000 parkeerplaatsen en kunstmatige waterpartijen blikkert het onder de zon, een eiland maar zonder horizon en met bijna de hele dag hetzelfde licht, zodat het lijkt of er geen tijd verstrijkt. Het ligt in Kent aan de rondweg M25, vlakbij de Dartford-brug over de Theems, maar het zou evengoed op een andere planeet kunnen liggen.

Wat Sidney (62) en Jean Reid (60) betreft is dat zo. Met stomheid geslagen staren ze naar de vis- en zeewierhapjes die op schoteltjes voorbijtrekken over de tientallen meters lange lopende band van Yo Sushi!, een keten Japanse restaurants die in Bluewater een groot filiaal heeft. ,,Ik vind dit fantastisch!'', brengt Sidney ten slotte uit. Om daarna een luchtsprong te maken als een van de volautomatische drankwagentjes vlak achter hem stopt en hem metalig toeschreeuwt: ,,Hey you! Move out of my way!''

Jean en Sidney wonen in Kent, maar maken zichtbaar geen deel uit van de primaire doelgroep. Dat zijn de drie miljoen Britten onder de 45 en met een bovenmodaal inkomen, een gezin, een eigen huis, een auto en werk achter een bureau, die, zoals de marktstrategen hebben uitgezocht, in het directe `afwateringsgebied' wonen. Van één ding hebben ze hier in suburbia bovendien te weinig: goede winkels en dat gat in de markt vult Bluewater met 275 winkels en drie `vrijetijdsdorpen' met bioscopen, een dependance van het Natural History Museum en meer dan veertig restaurants en café's.

Die concentratie is uniek. In het centrum van Londen moet je kilometers afleggen om van die ene naar die andere winkel te komen, in de metro geperst of door de regen, langs zwervers en zwerfvuil. Hier liggen ze droog en schoon en vlak naast elkaar: Calvin Klein, O'Neill, Kookai, Warehouse, Hobbs, Diesel en zelfs een Laura Ashley, om een greep uit de modeketens te doen. Hetzelfde geldt voor speelgoed (Lego, Disney, Warner), schoenen, juwelen, cosmetica, binnenhuisdesign en buiten de deur eten (Café Rouge, een McDonald's zonder neon-M, Singapore Sam). Op de hoekpunten van de driehoek hebben bovendien de warenhuizen Marks & Spencer, John Lewis en House of Fraser hun nationale flagship store gebouwd.

,,Uw vrije tijd is kostbaar'', adverteert Bluewater. ,,Daar proberen we het meeste van te maken.'' Die formule werkt. Deze zondag vullen opnieuw zo'n tachtigduizend mensen de natuurstenen hallen, galerijen en door de neo-traditionele arcade. Dit jaar zullen er 30 miljoen `gasten' onder het glas en de marmeren koepels wandelen, tussen de palmen, langs de beelden en onder de meters lange, in steen uitgehakte dichtregels. Zoals: `Cities and Thrones and Powers stand in Times Eyes almost as long as Flowers'' (Kipling) bij een van de hoofdingangen, of: ,,Seaweed smells from sandy coves'' (Betjeman) bij de wc's. Zelfspot in een megalomane koopkathedraal? Een knipoog boven de – overigens blinkende – toiletpotten? Zeker, dit ,,brengt cultuur in en a sense of fun'', verzekert het pr-pakket. Maar het is vooral stichtelijk bedoeld. We zien zonnewijzers en klokken, de dierenriem, verwijzingen naar ,,andere wereldsteden'' en 106 traditionele ambachten van de provincie in steen gehouwen. Zo plukt de appelplukker, weeft de wever en, verdomd als het niet waar is, zit er een computerprogrammeur achter een neoromaans beeldschermpje.

Maar na een tijdje vallen ze niet eens meer op, laat staan dat ze tot stilstaan en nadenken dwingen. Dat mag ook niet, want een verpeinsde minuut is een verloren winkelminuut. Ze worden quasi-culturele achtergrondruis. Zoals de jonge boompjes, de watertjes en de bootjes buiten een quasi-landschap scheppen en zoals de restaurants en café's een quasi-dorpsplein vormen. Bluewater is een stad, brandschoon en comfortabel, een surrogaat voor de stad en het landschap die de vectra rijder in de gekamde buitenwijken mist.

Die droom duurt zolang je blijft kopen, en maakt de pijn van het betalen draaglijk. ,,Het is heerlijk tussen die overvloed te lopen'', zegt een semi-koopverslaafde vriendin. ,,Door iets te kopen, het maakt niet uit wat, deel je daarin, denk je. Maar als je thuis komt is er toch een doffe teleurstelling.''

Dat is vaker opgemerkt door bezoekers van Bluewater. Door Miranda Sawyer bijvoorbeeld, die net een boek heeft geschreven over het leven in suburbia onder de titel Park and Ride; drive up, enjoy, drive home again. Er is maar één remedie tegen de koopkater zegt ze: opnieuw naar de winkel.