Kok tegen beperken van verantwoordelijkheid

In een essay pleitte minister Peper (Binnenlandse Zaken) voor een ,,foutenmarge'' in de politieke verantwoordelijkheid.

Hoe ver gaat de verantwoordelijkheid van de politiek? Ook daarover werd gedebatteerd bij de algemene beschouwingen. Minister Peper kreeg complimenten voor zijn grondige analyse van de vraag waarvoor de overheid, en meer in het bijzonder de minister, verantwoordelijk kan worden gehouden. Tegelijkertijd onderstreepten verschillende fractieleiders dat zij vast willen houden aan een onbegrensde uitleg van de ministeriële verantwoordelijkheid.

Formeel is de Tweede Kamer niet op de hoogte van het non-paper van Peper, dat hij vertrouwelijk aan elk van zijn collega-ministers individueel toestuurde. De Kamer hoeft zich alleen te buigen over de nota Vertrouwen in verantwoordelijkheid, die Peper onlangs namens het kabinet naar de Kamer zond. Deze nota gaat over de ministeriële verantwoordelijkheid en werd door het kabinet toegezegd tijdens het Bijlmerdebat. Maar inmiddels hebben alle Kamerleden via Internet of elders kennis kunnen nemen van het essay. D66-fractievoorzitter De Graaf constateert dat `de mens Peper' verder gaat dan de minister. Hij wil over beide stukken een debat van de fractievoorzitters met premier Kok en Peper.

VVD-fractieleider Dijkstal greep de algemene beschouwingen aan voor een fundamenteel betoog over de verantwoordelijkheden van de overheid. De VVD wil vasthouden aan een onbegrensde uitleg van de politieke verantwoordelijkheid. Maar Dijkstal plaatste ook een aantal kanttekeningen bij het huidige functioneren van de politieke verantwoordelijkheid.

Daarbij dient het uitgangspunt volgens Dijkstal te zijn: geen verantwoordelijkheid zonder bevoegdheden. Het principe is helder, maar de politieke praktijk blijkt dat lang niet altijd te zijn, aldus de VVD-leider. Een minister kan door de Kamer worden aangesproken op het functioneren van lagere overheden, terwijl hij daar geen bevoegdheden over heeft. Het gevolg daarvan kan zijn dat de lagere overheid, die de bevoegheden wél heeft, zich niet verantwoordelijk acht. Resultaat: een machtsvacuüm.

Ook in de verhouding van de rijksoverheid (lees: de minister) en zelfstandige bestuursorganen en organisaties van het maatschappelijk middenveld die publieke taken bekleden, bestaat volgens Dijkstal veel onduidelijkheid. Hij hield een pleidooi voor herbezinning van de Tweede Kamer. Volgens de VVD-leider moet `het parlement nadrukkelijk met zichzelf in discussie gaan', om meer helderheid te verkrijgen over de relatie tussen verantwoordelijkheden en bevoegdheden in het functioneren van de politieke verantwoordelijkheid.

Dijkstal ziet, evenals GroenLinks-fractieleider Rosenmöller, niets in het idee van een `foutenmarge' in de ministeriële verantwoordelijkheid. In zijn essay doet Peper de suggestie om zo'n foutenmarge feitelijk te accepteren. Het politieke debat zou dan volgens Peper niet zozeer over incidenten moeten gaan, maar over de vraag of incidenten die foutenmarge overschrijden. Dijkstal wijst erop dat een foutenmarge verwarring oproept tussen de ministeriële verantwoordelijkheid en de vertrouwensregel, die stelt dat een bewindspersoon niet kan aanblijven als een meerderheid van de Kamer het vertrouwen in hem heeft verloren. Dat is volgens Dijkstal een politieke afweging, die coalitie- en oppositiefracties doorgaans anders zullen beoordelen.

In de nota van minister Peper, waarin hij het kabinetsstandpunt uitdraagt, is over een foutenmarge niets terug te vinden. Premier Kok onderstreepte vanochtend dat het kabinet daar dan ook niets in ziet. ,,De overheid is een levende organisatie, maar mag geen fouten maken.'' Uitgangspunt van het kabinet blijft dat de inhoud en reikwijdte van de ministeriële verantwoordelijkheid niet ter discussie staan.