Gewelddadige slager, skeletten en monsters

Voor het eerst staan films op het programma van Crossing Border. Korte films die in de bioscoop of op tv niet of nauwelijks aan bod komen.

MEN ZEGT DAT in de vorige eeuw, toen het volkstheater bloeide en het publiek nog `achter je' riep als de onschuldige heldin belaagd werd door een snoodaard die zich achter het gordijn had verstopt, leden van het publiek menigmaal de acteur die de schurkenrol speelde bij de artiestenuitgang opwachtten om hem af te tuigen.

De uitvinding van de cinema heeft aan deze aardige gebruiken een einde gemaakt: `achter je' roepen heeft weinig zin, als je weet dat de afloop al op film is vastgelegd – alleen kinderen voor de poppenkast houden deze traditie nog in ere.

Fysiek zijn de acteurs na afloop van de voorstelling niet voorhanden, en al waren ze dat wel, dan zijn de meesten van ons door het kijken naar films en televisie vermoedelijk gewend geraakt aan de gedachte dat de acteur als persoon en de acteur op het witte doek twee geheel aparte gegevens zijn.

Slechts eenmaal heb ik in de bioscoop de neiging voelen opkomen tot actie in de wrekende sfeer, bevangen door een door de film geïnduceerde woede. Dat was bij het zien van Seul contre tous (Eén tegen allen) van de Fransman Caspar Noé, een van de films die te zien zijn op Crossing Border – als voorpremière voor zijn Nederlandse bioscooproulatie.

Dit portret van een gewelddadige slager is zeer woede-opwekkend, en de filmmaker lijkt er ook alles aan te hebben gedaan om de afstotendheid van de hoofdfiguur om te zetten in agressie bij de toeschouwer, bijvoorbeeld door moeilijk te verteren, keiharde geluiden tussen de scenes, de een nog stuitender dan de ander. Seul contre tous is derhalve een heel bijzondere, en stuitende film, maar niet echt geschikt als onderdeel van een gezellig avondje uit. De festivalbezoeker is gewaarschuwd.

Crossing Border doet dit jaar voor het eerst iets aan film. Aan het door Chris Oosterom, projectleider van het Film Museum in Amsterdam, samengestelde programma ligt geen duidelijk thema ten grondslag, al is er naar gestreefd een aantal films op te nemen over onderwerpen die de trouwe festivalganger vertrouwd in de oren klinken. Zo is er – vermoedelijk voor het eerst in Nederland – een korte film van Gus Van Sant te zien, The ballad of the skeletons (Ballade der skeletten), waarin de dichter Allen Ginsberg optreedt – gefilmd kort voor diens overlijden vorig jaar. En Horseshoe van David Lodge is gebaseerd op een tekst van Charles Bukowski.

Het programma is vooral aardig omdat er een aantal korte films is te zien. Omdat de Nederlandse bioscopen de korte films links laat liggen, en ook de televisie er bij ons weinig aan doet, is een festival als dit eigenlijk de enige gelegenheid om ze te zien. En er zijn hele mooie.

Een parel is bijvoorbeeld Hong Kong (HKG) van de Nederlander Gerard Holthuis. In imposant zwart-wit speelt Holthuis met de vliegtuigen die – tot voor de opening van het nieuwe vliegveld in Hongkong – rakelings over woonwijken van de stad plachten te scheren. De filmmaker maakt er voorwereldlijke monsters van, die de stad belagen, en geeft een beeld van Hongkong dat wel een beetje doet denken aan reisreportages van de firma Pathé aan het begin van deze eeuw.

Een andere indrukwekkende film is Feeling my way van de Brit Jonathan Hodgeson. Het is een verslag van een wandeling, of liever gezegd van de ervaring van iemand die een wandeling maakt. Video, film, animatie en andere technieken worden door elkaar gebruikt voor een volstrekt originele film. Wie in een stad over straat loopt, benoemt en analyseert zijn indrukken en de mensen die hij tegenkomt, en dat laat Hodgeson heel mooi zien.

Ook Noiseman Sound Insect van de Japanner Morimoto Koji is een proeve van integratie, en wel tussen elektronische muziek (noise) en animatie. Dat ligt minder voor de hand dan het lijkt – in veel films blijven beeld en geluid toch vaak elkaars illustratie of begeleiding. Door de muziek zelf inzet van de animatie in de film te maken, lost Morimoto Koji dit probleem op. De film is ondertussen ook zeer vermakelijk.

Ook te zien zijn Gitanes van Marc de Cloe, de debuutfilm Vedette van Miriam Kruishoop, #11 van Joost Rekveld en Alone. Life wastes Andy Harry van Martin Arnold. En nu maar afwachten of deze films hun weg naar het festivalpubliek weten te vinden en het filmexperiment van Crossing Border de komende jaren kan worden voortgezet.

De films zijn donderdag 7 oktober, vrijdag 8 oktober en zaterdag 9 oktober in diverse bioscopen in Den Haag te zien.

F ILMS