Fietsers ook in `autoloos' Parijs hun leven niet zeker

Door de autoloze dag in Parijs verplaatste de luchtvervuiling zich naar de buitenwijken. En veiliger voor fietsers was het centrum ook al niet.

Iedere auto brengt zijn eigen luchtvervuiling mee. Dat was het – nauwelijks verrassende – resultaat van de proef op ware grootte die gisteren in Frankrijk is gedaan met het weren van automobielen uit de stad.

'Een stad zonder auto?' was de pedagogisch-uitdagende vraag die inwoners van 66 Franse steden moest verzoenen met veel gedoe en extra files. De tweede autoloze dag in Frankrijk is als een matig succes ervaren, ook bij de voorstanders van schone lucht.

Volgens het stadhuis van Parijs reden er gisteren 30 procent minder auto's in de hele stad, en 60 procent minder in het `afgesloten' centrum. Airparif, de instantie die iedere dag trouw meet hoe vuil de lucht in de hoofdstad is, stelde met behulp van zijn tientallen snuffelpalen vast dat de luchtverontreiniging in het gesloten gebied 30 procent minder was dan anders, en buiten het proefgebied 30 procent erger. In de buitenste schillen van de stad stond iedereen vast die toch naar het centrum wilde.

Tegenstanders klaagden over `een speeltje van milieufanaten'. Premier Jospin kwam naar de ministerraad in een elektrische auto, minister Aubry arriveerde met haar staatssecretaris op een tandem. De Groene minister van Milieuzaken, Dominique Voynet, noemde het een kans in het echt te ervaren hoe het leven eruit zou zien zonder de terreur van de uitlaatgassen. In een land waar tweederde van de automobilisten fiscaal naar de diesel is gedreven geen onbegrijpelijke gedachte. Het idee van een autoluwe dag werd twee jaar geleden gelanceerd door de Groenen en anderen die bezorgd zijn over de jaarlijkse 17.000 vervroegde sterfgevallen in Frankrijk tengevolge van door de auto veroorzaakte luchtverontreiniging.

In de praktijk miste de dag de euforie die Nederland zich herinnert van de autoloze dagen tijdens de eerste oliecrisis in 1973. Hier ook geen rolschaats-bloedbad, het is op werkdagen niet iedereen gegeven tientallen kilometers te skaten. De grote Franse agglomeraties vragen van forensen lange ritten die, zelfs met het fijnmazige treinnetwerk van Groot-Parijs, niet anders dan met de auto kunnen worden afgelegd. Die mensen hebben weinig belangstelling voor pedagogie die een werkdag ontregelt. Leveranciers die in de Parijse mode-wijk Sentier uren te voet met kledingrekken en dozen over straat moesten sjouwen, hebben de volgende keer misschien weinig aandrang om Groen te stemmen.

De twee heren te paard langs de Seine-kade waren goed voor menige nostalgische glimlach. Het bleef 's morgens onwennig fietsen op de Rue de Rivoli. De rijbaan was zeker leger dan normaal, maar het fietspad was drukker. Afgezien van de politieagenten, die er in de weg stonden om de autoloze dag uit te leggen, bleken allerlei bestelauto's smoezen te hebben om toch te laden en te lossen. Dat gebeurde, zoals vanouds, op het fietspad. Fietsers moesten het anders veilig maar stinkend vol-staande wegdek nu delen met bussen en koeriers die per scooter en motorfiets het rijk voor zich alleen waanden.

Later op de dag bleken steeds meer volhouders een manier te hebben gevonden om per auto door te dringen tot de afgesloten centrale delen van de stad. Op de Champs-Elysées, net buiten de experimentele zone, was het enige verschil met anders dat het verkeer reed. In de avondspits ontstonden op de Place de la Concorde urenlange files en scheldpartijen.

De grote genieters waren gisteren de Parijse taxichauffeurs. Daarvan was gisteren 63 procent meer actief dan anders. Metro en bus kregen maar tien procent meer klanten. Veel mensen hadden hun tocht kennelijk uitgesteld tot vandaag. Vanmorgen stond alles weer mooi vast. Parijs bouwt verder aan zijn plan om 150 kilometer fietspad langs de grote boulevards te reserveren (meer met verf dan met steen als afscheiding). Velen fietsen weer met mondfilters op. Hun grootste zorg: achterop komend en rechtsaf snijdend verkeer én openslaande autodeuren omzeilen. Zoals laatst toen ik voor mijn ogen een moeder met een kindje voorop de Place de la Concorde zag nemen, waarna zij door een openslaande taxideur voor het chique Hôtel de Crillon tegen het wegdek werden geknald.