De oorlog slijt in Frankrijk met pijn

In het Zuid-Franse Oradour-sur-Glane werden in 1944 642 onschuldige burgers vermoord. De wond is nog steeds niet geheeld.

Hij lag onder zijn dorpsgenoten. De meesten waren door het mitrailleurvuur van de Duitsers op slag gedood. Hun lichamen waren zijn redding. Toen het stil werd voelde hij vier gaten, twee in zijn kuiten en twee in zijn dijen. Een hand bewoog, de stem van een voetbalvriend. Voordat de Duitsers terugkwamen en de dodenschuur in brand staken wisten zij te ontkomen.

Marcel Darthout was twintig op die tiende juni 1944. Hij verloor die dag zijn vrouw met wie hij tien maanden getrouwd was, en zijn moeder. De Duitsers waren zonder aankondiging gekomen, 200 man sterk. De meeste bewoners van Oradour-sur-Glane zaten nog aan de middagmaaltijd. Ze werden naar schuren en de dorpsgarage gedreven, vrouwen en kinderen moesten de kerk in. 's Avonds waren 642 van hen dood.

Waarom Oradour? Waarom deze uitbarsting? ,,Bij de nabestaanden was er geen discussie over. We hebben tot de jaren tachtig de fabeltjes van de SS geloofd, dat hier verzetsdaden moesten worden gewroken'', zegt Darthout. ,,Pas vijftig jaar na het drama meent men de toedracht te begrijpen.''

Na de oorlog koos Darthout voor een nieuw leven, in Parijs. Hij redde het ,,door vooruit te kijken en een slot op het verleden te doen''. In 1984 ging hij met pensioen en keerde terug naar zijn geboortedorp in de Limousin, niet ver van Oradour. Hij vond zijn oude vrienden terug, voor wie Oradour `het centrum van de wereld' was gebleven. Darthout werd lid en later voorzitter van de vereniging van families van `de martelaren van Oradour'.

De wond van Oradour is nooit geheeld. Bijna de halve bevolking was weggerukt. De hoofddaders bleven na de oorlog ongestraft. Een aantal ondergeschikten werd in 1953 tijdens een omstreden proces in Bordeaux veroordeeld tot dwangarbeid. Daaronder waren dertien Fransen uit de Elzas, waar na de Hitler-Duitse annexatie 140.000 man tegen hun wil in het Duitse leger waren ingelijfd, de `malgré nous'. Hun veroordeling veroorzaakte grote ophef in de Elzas, waar men 40.000 doden betreurt onder deze dwangsoldaten. Het Franse parlement verleende acht dagen na het vonnis gratie. Oradour voelde dat als een tweede aantasting van zijn integriteit.

,,Oradour heeft in 1953 gebroken met de Franse staat'', zegt Jean-Claude Peyronnet, historicus en sinds 1982 bestuursvoorzitter van het département Haute-Vienne, waarin Oradour ligt. Bij de ingang van het kerkhof hangen de namen van degenen die vóór de amnestiewet stemden, onder wie de jonge François Mitterrand.

,,Dat amnestiedrama verlengde de rouw. Van echt rouwen is het misschien zelfs nooit gekomen, temeer daar hooguit tien procent van de slachtoffers kon worden geïdentificeerd. De Franse staat kan de mensen van Oradour nooit voldoende erkenning geven. Frankrijk was Oradour nog iets verschuldigd'', aldus Peyronnet. Dat iets is een Herdenkingscentrum geworden, dat het in 1944 al tot monument verklaarde oude Oradour in zijn historische context plaatst. Het werd 16 juli geopend door president Chirac.

Het Centre Mémorial is intussen geen rustig bezit. Het heeft ruim twintig miljoen gulden gekost aan de belastingbetaler van de streek, het land en zelfs de Europese Unie. Het bezoek moet nog toenemen willen de overheden niet blijvend voor de kosten opdraaien. Van de 300.000 bezoekers die jaarlijks naar het verkoolde Oradour komen kijken, koopt een derde een kaartje voor het Mémorial.

In het dorp is men bang dat het Centre de herinnering overneemt en verandert. Jean-Jacques Fouché, de directeur, die zich vijf jaar in het drama heeft verdiept, bevestigt de grotere afstand tot het gebeurde die hij in het centrum tot uitdrukking heeft willen brengen. Een praktisch voorbeeld: op de dag van de opening had hij de Duitse president graag erbij gehad. Oradour was daar niet rijp voor. Fouché: ,,De historische schuld moet onaangetast blijven''.

Zijn speurwerk levert een beeld van het gebeurde waar de `families van de martelaren' niet gelukkig mee zijn. Er was allerminst verzet, maar wel een onderschatte joodse factor, meent Fouché. Volgens hem was het bloedbad, net als alle terreurdaden van alle tijden, inclusief de latere Franse acties in Algerije, een gevolg van een politiek systeem, dat met zorgvuldige voorbereiding én willekeur toesloeg. De omstandigheden maakten ook in Oradour de terroristen: de invasie in Normandië was vier dagen eerder, de moord op Hitler werd voorbereid, de Duitsers hadden de door `Vichy' bestuurde zuidelijke helft van Frankrijk direct in handen genomen. De Waffen SS wilde het naderend einde niet zien en terroriseerde de bevolking en het verzet om het Duitse leger te beschermen. Iets ten zuiden, in Tulle, hadden zij 9 juni 99 gijzelaars opgehangen. Omdat Duitse militairen waren vermoord. In Oradour was daar geen sprake van. Oradour lag gewoon op de route van Saint-Junien naar Nieul.

Fouché: ,,De mensen zeggen hier: `het waren onschuldige slachtoffers!' Ik heb gevraagd: zijn er ooit schuldige slachtoffers? Men zegt: `de martelaars waren onschuldig want ze stonden afzijdig; daarom waren ze niet bang toen de Duitsers kwamen'. Het is waar, de enigen die verborgen zaten waren een gevluchte communist, een joods kind dat door zijn vader was verstopt en een uitgeweken Oekraïener. Je moet bang geweest zijn om angst te hebben. Het is een belangrijke vraag of totale onschuld kan grenzen aan bijna-schuldigheid. Zo'n drama levert een messcherpe doorsnede van het Franse volk in die tijd, en stelt klemmende vragen over onschuld en gehoorzaamheid. Ik probeer de slachtoffers hun identiteit terug te geven en tegelijk de rede te provoceren. Emoties zijn niet effectief om herhaling van dit soort bloedbaden te voorkomen.''

De ontsnapte Marcel Darthout is lang stil op de vraag of hij tevreden is met het Mémorial. ,,Ik heb weinig tijd meer om mijn verhalen te vertellen. Ik ben 75. Straks neemt het Centre de Mémoire het over. Het is beter dan niets.''

Op de middag van de officiële opening van het Mémorial werd in Oradour een tweede plechtigheid gehouden. De burgemeester van Straatsburg, Roland Riess, leidde een delegatie uit de Elzas die wederzijds begrip zocht. Hij verzuchtte: ,,Ik heb nooit begrepen waarom de Frans-Duitse verzoening vier jaar na de oorlog kon plaatshebben, en de dialoog tussen de Limousin en de Elzas 55 jaar nodig had om weer op gang te komen.'' Ook nu was lang niet iedereen in Oradour verheugd over het bezoek. ,,De tweede generatie, die het ruimer ziet, is hier nooit opgestaan'', denkt Jean-Jacques Fouché. De oorlog over de herinnering aan de oorlog slijt in Frankrijk langzaam en met grote pijn.