De Nieuwe Economie (2)

Arme Thom de Graaf. Denkt de leider van D66 met zijn pleidooi voor de Nieuwe Economie eindelijk een fris thema te pakken te hebben, een onderwerp waarop D66 zich modern kan profileren, en daar maakt minister Jorritsma (Economische Zaken) hardhandig een einde aan al zijn illusies.

Nieuwe economie? Die bestaat helemaal niet. Al die mooie verhalen over een paradigmaverandering die uit Amerika komen overwaaien, zijn dromen. En dromen zijn volgens Jorritsma bedrog. De economie blijft conjunctuurgevoelig. Jorritsma schuift De Graafs voorstel voor een herziening van de afspraken in het regeerakkoord over de verdeling van meevallers resoluut terzijde. Als een strenge schooljuf maant ze de D66-leider in het spreekwoordenboek te zoeken naar de lemmata huiden en beren.

Jorritsma heeft zich heel wat economische inzichten eigen gemaakt. Voor haar artikel (NRC Handelsblad, 16 september) heeft ze inspiratie gezocht in The Economist (24 juli) en misschien ook wel in het septembernummer van de New York Review of Books. En er is natuurlijk volop kennis van de internationale economische literatuur op haar departement aanwezig.

Waarom is de minister van Economische Zaken zo stellig? De Graaf doet welbeschouwd in zijn artikel van 31 augustus weinig meer dan een oproep om eens na te denken over nieuwe economische ontwikkelingen. Dat is een heel goed idee. De informatie- en communicatietechnologie (ICT) heeft, in combinatie met wat gemakshalve wordt samengevat als de `globalisering', een immense invloed op de economie. Ook in Nederland. De snelheid van deze veranderingen is enorm: in de `Van Dale' van 1992 zijn de woorden internet en gsm niet eens opgenomen.

De Graaf bevindt zich in goed gezelschap. Paul Krugman, een van de spraakmakende economen op dit moment in de wereld, heeft zijn aanvankelijke scepsis laten varen en is van mening dat ICT de economie structureel verandert. Diezelfde mening is Luc Soete, hoogleraar economie aan de universiteit van Maastricht, al jaren toegedaan. Alan Greenspan, de voorzitter van het Amerikaanse stelsel van centrale banken (Fed), denkt hardop na over de fundamentele invloed van informatietechnologie op de resultaten van het bedrijfsleven. Die invloed weegt meer en meer mee in de beslissingen van de Fed over het rentebeleid. In de Verenigde Staten gebeurt alles altijd eerder en heftiger. Daar is de ICT-sector het sterkst, het innovatievermogen het grootst en het debat het levendigst. Geen wonder. De economische prestatie van de Verenigde Staten in de afgelopen tien jaar is imposant geweest. De erfenis van begrotingstekorten van president Reagan is weggewerkt, de Japanse dreiging (begin jaren tachtig waren de VS in de greep van de komende Japanse industriële en financiële overheersing) is verdampt, het ideologische alternatief van het Sovjet-model is in elkaar gestort. De Amerikaanse economie levert uitbundige prestaties, waardoor de werkloosheid is gedaald en de laagstbetaalden wat meer zijn gaan verdienen.

Oké, hierbij kunnen kanttekeningen worden gemaakt. De VS hebben – tijdelijk - geprofiteerd van de lage energieprijzen en de sterke dollar als gevolg van de Aziatische crisis. De exuberante koersen op Wall Street hebben het consumentenvertrouwen vergroot en de bestedingen opgejaagd. Met als gevolg een handelstekort dat zorgwekkende vormen begint aan te nemen. Aan alle party's komt vroeg of laat een einde.

Snelle groei heeft enorme voordelen – waaronder het vermogen om zichzelf te versterken. En dit is precies wat de Nieuwe Economie-discussie voor Nederland interessant maakt.

Nederland doet het economisch gezien in de jaren negentig behoorlijk goed. De dynamiek van de particuliere sector is enorm – en de overheid hobbelt daar een beetje hulpeloos achteraan. Voorzover sprake is van een tweedeling in Nederland, is het die tussen de sprong voorwaarts van het bedrijfsleven en de pas op de plaats van de overheid. Ondernemingen rapporteren kwartaalwinsten die groter zijn dan de lastenverlichting die het kabinet voor 2000 inboekt. De werkgelegenheid neemt toe, de koopkracht en de bestedingen stijgen. Dankzij de combinatie van hogere belastinginkomsten en stabiele uitgaven verbeteren de overheidsfinanciën vanzelf. Een begrotingsoverschot ligt in het verschiet.

De gangbare Haagse mantra is dat dit alles het gevolg is van de paarse politiek – loonmatiging, behoedzaam begrotingsbeleid, grotere marktwerking en hervormingen van de sociale zekerheid (hoewel bij dit laatste steeds meer vraagtekens vallen te plaatsen). Hiermee overschatten de beleidsmakers hun eigen invloed en onderschatten ze het scheppende vermogen dat uitgaat van de private sector. Een voorbeeld? In de regio Eindhoven werd gevreesd dat de afslankingen bij Philips en het failliet van DAF zouden leiden tot grote problemen. Het tegendeel blijkt het geval. Zuidoost-Brabant bruist van zichzelf versterkende dynamiek.

De snelheid van deze veranderingen heeft de private sector in haar greep en heeft de nationale politieke en bestuurlijke elite overrompeld. Dat blijkt bijvoorbeeld uit opmerkingen in deze krant van 10 september van oppositieleider De Hoop Scheffer, die met zijn pleidooi voor de `verantwoordelijke samenleving' en voor stakeholders (versus shareholders) terugvalt op begrippen die halverwege de jaren tachtig werden gehanteerd. Zelfs de suggestie van De Graaf om na te denken over de verdeling van begrotingsoverschotten – de Haagse vertaling van de welvaartseffecten – stuit op een muur van onwil. Jorritsma haalt een spreekwoord aan, Zalm houdt vast aan zijn begrotingssystematiek en Kok heeft slechte herinneringen aan de Tussenbalans van 1991. Er is één zekerheid. De dynamiek die voortvloeit uit IT, communicatie en globalisering, zal zich hiervan niets aantrekken. Nederland gaat met de Nieuwe Economie het nieuwe millennium in.

rjanssen@nrc.nl