Boeien Cohen leidt tot wijziging wetboek

Tweede-Kamervoorzitter Van Nieuwenhoven heeft minister Korthals (Justitie) gevraagd het Wetboek van Strafrecht zodanig te wijzigen, dat ordeverstoringen in het parlement adequater kunnen worden vervolgd. Aanleiding daartoe is het incident van maandag, waarbij staatssecretaris Cohen (Justitie) tijdens een commissievergadering over het terugkeerbeleid voor asielzoekers door drie actievoersters in de boeien werd geslagen en tot `ongewenst politicus' werd verklaard.

Van Nieuwenhoven nam de zaak hoog op en deed aangifte bij de politie op grond van artikel 121 van het Wetboek van Strafrecht. Dat zegt: Hij die door geweld of bedreiging met geweld een vergadering van de beide kamers der Staten-Generaal of van een van deze uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van enig besluit dwingt, een lid uit die vergadering verwijdert of opzettelijk een lid verhindert die vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met een levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren of geldboete van de vijfde categorie (100.000 gulden, red.).

De zaak is ter hand genomen door de hoofdofficier van justitie in DenHaag, maar die zag onvoldoende mogelijkheden voor vervolging. Het betrokken wetsartikel handelt naar zijn mening over voltallige vergaderingen en niet over commissievergaderingen; voorts gaat het om `belemmeringen' van Kamerleden en niet van bewindslieden. De hoofdofficier heeft Cohen verzocht alsnog aangifte te doen van vrijheidsberoving, maar daar ziet de staatssecretaris niets in.

De Haagse persofficier mr. S. Horstink liet gisteren weten dat het presidium van de Tweede Kamer de aangifte heeft ingetrokken, maar dat is volgens de Kamervoorzitter apert onjuist. Van Nieuwenhoven zegt slechts ,,in het oordeel van de hoofdofficier te berusten''.