Basisvorming

Hoe allemachtig de basisvorming mislukt is, blijkt vooral uit publicaties van de voorstanders van deze onderwijsvernieuwing. In deze krant van 14 september verdedigt oud-rector De Vries de gang van zaken in de onderbouw van onze middelbare scholen op een manier die pijnlijk duidelijk maakt hoe weinig wij van de basisvorming hebben te verwachten. De Vries ziet heil in begeleiding door een `procesmanagementclub', in `stappenplannen' waarin `met concrete doelen' en met een `tijdschema' wordt aangegeven hoeveel vernieuwing zal worden aangericht, en natuurlijk in bijscholing. En in geld, veel geld, vooral om al die docenten voor de zoveelste keer zodanig te laten her-, bij- op- en afscholen dat ze eindelijk raad weten met de heterogene klas. Leerkrachten zijn nog maar dertig jaar bezig met vaststellen dat er met het instellen van heterogene klassen alleen wordt bereikt dat er veel zwaar gesubsidieerde begeleidingsbureaus nodig zijn om de problemen bespreekbaar te houden. Wij moeten geduld hebben, zegt De Vries. Een onderwijsvorm die in 1993 is ingevoerd, kan zes jaar later nog niet naar behoren functioneren.

De basisvorming is mislukt. Niet doordat er twintig miljard te weinig in geïnvesteerd is, maar doordat Nederland zijn onderwijs heeft overgedragen aan procesmanagementclubs die in de troosteloze sfeer van politieke correctheid (multicultureel! antidiscriminerend! uitstel van studiekeuze! gelijke kansen! zelfverantwoordelijk leren) onderwijs hebben teruggebracht tot stappenplannen, taakbelastingbeleid, verveling, chaos en tot iets waar niemand iets meer van verwacht.

Van geen enkel instituut in onze maatschappij wordt geaccepteerd dat er in zes jaar geen donder bereikt is. Zoiets dient te leiden tot grondige, echte herzieningen, tot gouden handdrukken en tot een complete wisseling van het management.