Ambtsmisdrijven

Een topambtenaar die het Nederlandse asielbeleid kraakt. Dit is nieuws. 's Lands hoogste ambtenaar voor kunstzaken, Maarten Asscher, noemde een marechaussee bij een Gronings asielcentrum `Eichmann in Ter Apel'. Hij veroordeelde `dit soort mannen die keurig volgens het instructieboekje werken'. Het is wel het instructieboekje van de regering waaronder ook hij dient.

Het gebeurde in het praatprogramma over televisiebeelden Het Blauwe Licht. Daarin werd een fragment uit een EO-documentaireserie getoond over het vertrekcentrum Ter Apel. Een marechaussee had een uitgeprocedeerde buitenlander die wegens de aanwezigheid van de camera een muts over zijn hoofd had getrokken naar de poort begeleid. Hij had geen recht meer op verblijf op kosten van de overheid omdat hij de intake-procedure van naam, foto en vingerafdrukken weigerde. Dus moest hij de deur uit. Ik miste wel de goederenwagons bij de uitgang van het vertrekcentrum. Hij mocht gaan en staan waar hij wilde. Maar het niet verschaffen van opvang is kennelijk al een oorlogsmisdrijf. Asscher was misschien nog in de roes van zijn nieuwe roman, De Verstekeling waarin de hoofdpersoon wordt verwisseld met een illegaal.

Als zo'n marechaussee de Eichmann is, de nauwgezette uitvoerder, hoe staat het dan met de verantwoordelijke staatssecretaris Cohen? Hij moet de Himmler zijn en Kok de Hitler. Ik vraag me af of Asscher voor zijn geweten nog topambtenaar kan blijven in zo'n gruwelijk regime. Hij neemt de Zorreguieta-positie in: niet verantwoordelijk, maar wél betrokken.

De asielzoekers denken er anders over dan Asscher, want Nederland is nog steeds hun vijfde bestemming in het Westen (zie het onafhankelijke www.igc.ch). Er komen maandelijks bijna evenveel als in het uitgestrekte Amerika en veel meer dan in pak weg Australië, Canada, Frankrijk of Italië. Hoe moet het daar toegaan? In die landen collaboreert de televisie ook, want ze trekken wel eens het verhaal van een asielzoeker in twijfel.

De EO-serie Ter Apel die ook vanavond op het programma staat, blijft zakelijk maar schetst een hopeloos beeld van werk in het vertrekcentrum waar uitgeprocedeerde asielzoekers vrijwillig heen kunnen. De Nederlandse staat zorgt dan voor hun terugkeer. Dat gebeurt zelden. Mensen proberen hun bestaan te rekken, veranderen telkens van naam en dan volgt weer een verhoor. Zo gaat het maandenlang. En dan trekt de overheid de handen van hen af. Vaak gaan ze op eigen gelegenheid terug.

Ter Apel is het eindpunt van politieke besluiteloosheid en jaren procederen. Vijf jaar lang telkens de worst van de verblijfsvergunning voor de neus hangen en dan op het laatst wegtrekken. In het vertrekcentrum komt een einde aan dit humanitair-sadistische spelletje, voor zover onderweg al geen uitzondering was bedacht, zodat ze toch blijven.

Ter Apel probeert de gecompliceerdheid van het asielzoekersvraagstuk te laten zien en dat is moeilijk op televisie. Als kijker sympathiseer je al gauw met zo'n arme sloeber tussen al die petten. Je wil eigenlijk iedere vluchteling die in beeld komt, uitzonderen van de regel dat alleen échte politieke vluchtelingen mogen worden toegelaten. Alle verhalen klinken wel een beetje geloofwaardig en ze zijn niet te controleren. Ter Apel laat marechaussees en ambtenaren zien in hun dagelijkse werk van nutteloze verhoren, vruchteloze pogingen om de asielzoekers te overreden vrijwillig te vertrekken.

Mede-presentator Stephan Sanders vroeg aan de moreel verontwaardigde romanschrijfster Joke Hermsen, wat zij anders had gedaan als zij die marchaussee was geweest. Ik vroeg me af of ze die asielzoeker in huis zou opnemen nadat de overheid dat vijf jaar had gedaan. Ze antwoordde niet direct maar zei dat de marechaussee zich buiten de camera vast zou misdragen. Ik beklaag zo'n asielzoeker die jaren aan het lijntje wordt gehouden maar op het gevaar af als collaborateur te worden beschouwd, heb ik ook medelijden met de belasterde marechaussee.