Achterhoek

In het opstel `Noordtak', gepubliceerd in NRC Handelsblad van 9 september, schetst schrijfster Withuis een veel te idyllisch beeld van de Achterhoek, waarschijnlijk t.b.v. de strekking van haar betoog `Geen Noordtak'. Ik doel daarbij ten eerste op de breed uitgewerkte visie dat er nauwelijks autoverkeer in de Achterhoek is, ten tweede op de zin ,,korenvelden zullen verdwijnen'' (door de noordtak:C.R.) (,,en waar zie je die gouden vlaktes nog in met maïs en varkensstallen begroeid Nederland?'').

Wat dit laatste betreft: de Achterhoek is nu juist zelf een `met maïs en varkensstallen begroeid' deel van Nederland, volkomen vergelijkbaar met b.v. Oost-Brabant. Korenvelden heb ik tijdens een recente vijfdaagse wandeling in de Achterhoek nergens kunnen ontdekken, maar maïs groeit op vrijwel ieder bouwland en de vele varkensstallen waren van verre te ruiken. Zelfs midden in Doetinchem, toch geen dorpje, waren de (in het landschap onzichtbare) varkens te ruiken en te horen.

Deze teelt brengt nogal wat verkeer mee van vrachtwagens (met aanhangers) tot transport van varkens en van varkensvoer, en dat was in de dorpen dan ook goed te merken, naast het overig gemotoriseerde verkeer. Dat perst zich door die dorpen en kleine plaatsjes; alleen de echte stadjes als Doesburg en Zutphen zijn er vrij van, door randwegen. E.e.a. is gevolg van het feit dat deze streek relatief – gezien de voor Nederland geringe bevolkingsdichtheid – aanzienlijk verkeer heeft, maar (op een stuk A18 na) geen snelwegen kent. Wel provinciale wegen, die dus druk zijn. Maar op de zandwegen en overige tertiaire wegen is het inderdaad rustig, dat klopt en dat hoeft niet te verbazen.

    • M.C. Cikot Roos