`Russen doden hier alleen burgers'

Het Russische leger legt een cordon sanitaire rond Tsjetsjenië en de Russische luchtmacht bestookt naar eigen zeggen bases van `bandieten' in Tsjetsjenië. Maar de 153 doden die de afgelopen twee weken in en rond Vedeno vielen waren allen burgers, zo blijkt uit een rondreis door Tsjetsjenië.

Waar eens de woning stond van het echtpaar Abdoelmazjidov, Zara en Roeslan, is alleen nog een krater van vijftien meter doorsnee. Eromheen liggen verwoeste moestuintjes en wat lagere huizen waarvan de daken door de explosie zijn weggeblazen. De lichamen werden gevonden door Moeslim, de oudste zoon, onder de betonnen afdekking van de kelder waar het oude echtpaar zich veilig waande. Het tweehonderd meter verder gelegen schoolcomplex van Nojai-Joert is niet meer dan een karkas van zwartgeblakerde stenen. De schoolgebouwen hadden al tijdens de oorlog van 1994-1996 schade opgelopen en ze waren net weer hersteld. Het had de zesduizend inwoners van dit regionaal bestuurscentrum veel werk gekost. Zondag werden tien bomkraters geteld. Eén ervan ligt vlakbij het ziekenhuis, dat zelf nog intact is. Maar zo'n honderd woningen zijn onbewoonbaar geworden en de bevolking is gevlucht. Het was de mensen al snel duidelijk dat dit niet de laatste Russische bombardementen zouden zijn.

De eerste bom kwam onverwacht en veroorzaakte de meeste doden. Hij viel op het centrale plein van het naburige dorpje Zama-Joert. Dat was op 5 september om 9 uur 's avonds, ,,toen alle jongeren daar bijeen waren'', vertelt Hossein Jandoejev, de plaatselijke bestuurder die met een dertigtal mannen is achtergebleven om de gebouwen en het vee te bewaken. Er waren 22 doden en van de nabijgelegen woningen bleef slechts een hoop puin over. In de daaropvolgende dagen werden de bombardementen voortgezet, waarbij 70 procent van het buurdorp Galaity werd vernietigd. Het is nu verlaten en stil, en er hangt een geur van dood. Er is in deze streek een tiental plaatsjes getroffen, waarbij 49 doden zijn gevallen en bijna 200 gewonden. Duizenden vluchtelingen zijn afgereisd naar de steden in centraal-Tsjetsjenië.

De bombardementen worden uitgevoerd in het gebied aan de grens van Dagestan. Behalve in Nojai-Joert waren er aanvallen in het noordelijk gelegen Chelkovskaja, waar twee vrouwen en vier kinderen van een plaatselijke etnische minderheid, de Nogays, werden gedood. De belangrijkste begraafplaats, die buiten het dorp ligt, is getroffen door een bom die niet alleen de graven maar ook het kleine gebedshuis ernaast heeft vernietigd. ,,Zo zien nou onze rebellenbases eruit'', roept de oude mullah verontwaardigd. Hij zweert dat er nooit rebellenbases in deze dorpen zijn geweest.

Dat is precies wat alle inwoners in deze twee gebieden ons telkens weer vertellen. De enige gewapende mannen die we de afgelopen twee dagen langs de weg hier hebben aangetroffen, waren enkele schaarse groepjes politiemensen in gevechtskleding, net als onze begeleiders ressorterend onder de gekozen Tsjetsjeense president, Aslan Maschadov, die zich publiekelijk heeft gedistantieerd van de twee aanvallen in Dagestan door zijn radicale rivaal Sjamil Basajev.

De gebieden die worden beheerst door Basajev en zijn Jordaans-Tsjetsjeense kompaan Chattab, beiden verbonden met bepaalde rebellen die gijzelingsacties uitvoeren en die van Tsjetsjenië een voor vreemdelingen nagenoeg ontoegankelijk gebied hebben gemaakt, bevinden zich in de zuidelijker gelegen bergen, aan de Dagestaanse grens, in de buurt van Vedeno en Charoi, waar ook bombardementen zijn uitgevoerd. ,,Maar van de 153 mensen die de afgelopen twee weken door bommen zijn gedood, droeg er niet één een uniform. Het waren allemaal burgers'', stelt Iljas Achmedov, de nieuwe Tsjetsjeense minister van Buitenlandse Zaken. En ,,de trainingskampen van Chattab die zijn gebombardeerd, waren al verlaten'', voegt hij eraan toe.

Het eerste Russische televisienet meldde zondagavond echter onverstoorbaar dat ,,140 bojeviki (strijders) in de afgelopen vierentwintig uur in Tsjetsjenië zijn gedood''. De twee dagen daarvoor, toen Moskou voor het eerst had erkend dat er, ,,burgerdoelen vermijdend'' in Tsjetsjenië werd gebombardeerd, was al gezegd dat ,,tweehonderd terroristen'' waren gedood en dat talloze opslagplaatsen voor munitie en brandstof waren vernietigd. Maar, afgezien van de woningen, zijn de enige vernietigde doelen waarvan in Tsjetsjenië melding is gemaakt, een gasleiding vanuit Dagestan en een kostbaar navigatiestation voor de burgerluchtvaart aan de grens, dat door Russen werd bemand.

Het is moeilijk vast te stellen wat de werkelijke gevoelens van de geteisterde bevolking zijn over de mannen van Basajev en Chattab, ook wel ,,de bandieten'' genoemd. Die waren volgens enkele inwoners van het gehucht inderdaad ,,zonder gezien te worden'' in de nacht van 4 op 5 september door Nojai-Joert en vervolgens door Zama-Joert getrokken om in Dagestan te komen. Toen de colonne rebellen op 11 september 's morgens om halfdrie terugkwam, hadden inwoners gesproken met de strijders, ,,die te drinken wilden hebben en om zeven uur door vrachtwagens werden opgehaald''. ,,Het waren voornamelijk Arabieren, negers met lange haren, mensen uit Tadzjikistan, die lopend of met de auto waren gekomen'', zeiden ze.

Maar hun verwijten gelden vooral de Russen door wie ze worden gebombardeerd. De Russen ,,waren helemaal niet van plan op `de bandieten' te schieten'', zeggen de inwoners. ,,Helikopters bleven boven de colonne vliegen, als om die te beschermen. Pas vier uur nadat de colonne weg was, zijn de vliegtuigen teruggekomen om onze huizen weer te bombarderen.'' ,,We maakten wat grappen en zeiden dat ze niet bij ons moesten blijven omdat ze anders misschien door de piloten voor burgers werden aangezien en beschoten zouden worden'', verteld iemand. ,,We zeiden tegen elkaar `zolang die `bandieten' hier zijn, lopen we geen gevaar!'', vult een ander aan.

Een derde merkt op dat de strijders rustig hebben kunnen filmen hoe ze uit Dagestan weggingen, met schijnwerpers boven op de rotswand langs de weg, zoals moslimstrijders gewoonlijk doen voor hun sponsors als bewijs van hun operaties. Het verhaal over het samenspannen van `bandieten' en Russen doet ook in Vedeno de ronde. Vluchtelingen beweren dat in de nacht dat Basajev na zijn aanval terugkwam in zijn eigen dorp, er daar geen bombardementen op werden uitgevoerd, terwijl dat in de nachten daarvoor en daarna wel gebeurde.

Erg gehaat zijn de Russische militairen die ook in de door `de bandieten' verlaten dorpjes in Dagestan huishouden onder de vele inwoners van Tsjetsjeense afkomst. ,,Ze hebben twee van onze politieagenten gedood, en ze arresteren alle jongeren die niet gevlucht zijn'', zegt Madina, een Tsjetsjeense vrouw uit Dagestan.

Ze durft niet terug te gaan naar haar kinderen in het dorp omdat er Russische granaten worden gegooid op de weg daar naartoe, maar ze wil ook niet in Nojai-Joert blijven, waar bommen vallen. ,,De Avaren (etnische meerderheid in Dagestan) beschuldigen ons Tsjetsjenen ervan dat we bandieten zijn, maar de colonne [met strijders van Basajev] bestond voor 60 procent uit Avaren'', zegt ze. ,,Al eeuwenlang proberen de Russen ons te overheersen door ons in etnische groepen te verdelen'', stelt ze. De plaatselijke Tsjetsjenen vallen haar bij en menen dat ,,de Russen willen dat we onze woede op Maschadov, onze eigen wettige gekozen president, richten en dat we onderling conflicten krijgen.''

De Tsjetsjenen lijken bereid om net als in 1994 te reageren, ongetwijfeld met succes, op elke nieuwe poging tot invasie over land. Maar ze zijn weerloos tegenover de luchtaanvallen, die de afgelopen dagen nog afgewisseld worden met artillerievuur vanaf de grens. En de steden, waar sinds vier jaar geleden al niet veel meer van over was, kunnen niet lang huisvesting bieden aan de stroom vluchtelingen uit de grensgebieden.

Weliswaar is het grootste deel van de bevolking van goede wil, maar er komt veel druk te staan op Aslan Maschadov, die in twee jaar al twee aanslagen heeft overleefd die gepleegd waren door zijn eigen radicale mensen, gefinancierd vanuit het Midden-Oosten of Rusland, waardoor zowel in de regio zelf als in Rusland een kritieke situatie dreigt te ontstaan.

©Le Monde

    • Sophie Shihab