Pleitbezorger van fragiele theologie

Met het overlijden van professor Schoonenberg verliest Nederland een prominent theoloog van internationale faam. Na zijn studies aan de faculteiten der Jezuïeten en aan het Bijbelinstituut te Rome en na als theoloog werkzaam te zijn geweest aan het Canisianum te Maastricht en aan het hoger katechetisch instituut te Nijmegen, bekleedde hij van 1964 tot aan zijn emeritaat in 1976 de leerstoel dogmatiek aan de faculteit der theologie van de katholieke universiteit Nijmegen. Zowel vóór als na zijn emeritaat heeft hij aan vele buitenlandse universiteiten colleges verzorgd en voordrachten gehouden, vooral in de Verenigde Staten, teneinde de inzichten in zijn boeken, die in meerdere talen zijn vertaald, toe te lichten en aan de discussie een bijdrage te leveren.

Schoonenberg heeft steeds gefungeerd als een veilige gids, die de rijkdom van de christelijke traditie op een verrassende wijze opende, vaak onder de rigiditeit van leerstellige definities vandaan, en deze verbond met het levensgevoel en het denken van mensen in de moderne tijd, zoals dat met name getekend werd door existentie-filosofie en de filosofie der intersubjectiviteit. Vanuit een diepe doordenking van het Oude Testament en het Nieuwe Testament stond bij hem het inzicht centraal dat God en mens niet concurreren, maar dat God de oergrond vormt van heel de schepping en daarbinnen mens en wereld activeert en van binnenuit op hen inwerkt in plaats van hen van buitenaf aan te vullen en of van buiten af in te grijpen.

Na zijn proefschrift over de methode der theologie, heeft Schoonenberg zich beijverd in het vierdelige Geloof van ons doopsel (1955-1962) deze methode inhoudelijk toe te passen met het oog op de vernieuwing van de interpretatie van de christelijke geloofsinzichten. Door de hermeneutische reflectie op de methode der theologie kwam bij hem in de periode daarna steeds sterker de nadruk te liggen op de vernieuwing van de christelijke geloofsinzichten zelf. Daarvan getuigen onder meer zijn programmatische inaugurele rede God of mens: een vals dilemma (1964), zijn diep-ingrijpend boek Hij is een God van mensen (1969), zijn afscheidscollege, waarin hij God in opklimmende zin voorstelt als `zijn', `persoon' en `liefde' (1976), en het monumentale werk De Geest, het Woord en de Zoon (1991), dat als een grootse synthese van zijn denken over triniteit en christologie kan worden beschouwd.

In zijn even meditatief-contemplatieve als logisch-conceptuele, heldere syntheses, waarin hij steeds verleden en heden op elkaar betrok, wist hij de studenten in zijn colleges en de lezers van zijn boeken persoonlijk te betrekken in zijn `denken naar God toe', zoals hij zelf de opgave van de theologie formuleerde. Daarbij schuwde hij controversiële opinies niet, ook niet wanneer die op gespannen voet schenen te staan met de opvattingen van het leergezag van de katholieke kerk, al heeft hij menigsverschillen hierover bewust nooit op de spits willen drijven. Hij hield een veelzeggend pleidooi voor het zwijgen over God, maar niet aan het begin van het spreken over Hem, maar aan het einde ervan: als voltooiing van het spreken. Professor Schoonenberg heeft velen in binnen- en buitenland aan zich verplicht door de scherpzinnige, maar ook fijnzinnige en diepzinnige wijze waarop hij hen in zijn theologische omgang met God voorging, niet het minst door het tastende zoeken en de fragiliteit waarvan niet alleen zijn theologie, maar ook zijn persoon doortrokken waren: onrustig tot hij rust in God.

J.A. van der Ven is decaan van de faculteit der theologie aan de katholieke universiteit Nijmegen.

    • J.A. van der Ven