Ik kan...een band plakken

Bandenplakken is mannenwerk. Niet omdat je er zo sterk voor moet zijn, maar je krijgt er vieze handen van. En niet een klein beetje vies, maar echt vies. Wie vaak banden plakt krijgt rouwrandjes onder zijn nagels.

Het begint er al mee als je de fiets op zijn kop zet. (Als het even kan op het gras in de tuin, dat scheelt krassen.) Nog voor hij staat heb je zwarte handen. Het is geen olie, het is geen rubber, het is ... ja, smeer noemen ze dat. Voor wie niet weet hoe je die smeer weg kan krijgen, volgt straks de remedie.

Maar eerst de band plakken. Niet gelijk de bandenlichters ertussen, maar eerst eens goed naar de band kijken. Is er ergens een punaise, een spijkertje of een stukje glas in de band gedrongen? Dan zou daar wel eens het lek kunnen zitten. Maar trek geen voorbarige conclusies. (Wie echt wantrouwend is, plaatst eerst een nieuw ventiel voordat hij de fiets op zijn kop zet.)

Als je geen duidelijke oorzaak van het lek kunt vinden, markeer dan met een balpen op de buitenband de plaats van het ventiel. Dat scheelt later zoeken.

Zet nu de bandenlichters onder de buitenband op onderlinge afstanden van zo'n 7 centimeter. Soms zit de buitenband zo strak dat hij er moeilijk af te wippen valt. Maak dan de band helemaal los van de velg door de randen naar het midden te drukken. Daar is de velg dieper. Nu wipt de buitenband er makkelijk af.

Maak het ventiel los, leg de onderdeeltjes niet zomaar ergens neer, maar op een duidelijke plek, bijvoorbeeld in het deksel van de bandenplakdoos, en haal de binnenband er helemaal uit. Maak het ventiel weer dicht en pomp de binnenband een beetje op.

Als het goed is, hoor je nu ergens lucht blazen. Dat is het lek. (`Zeg, kan het hier wat stiller, ik ben een band aan het plakken.') Als je het niet zeker weet, houd het lek dan vlak voor je oog – niet om te kijken, maar om de luchtstroom te voelen.

Soms is het lekje zo klein dat het niet direct gevonden wordt. Pomp de band dan een beetje harder op, net zo lang totdat je het wel vindt. Pas op voor `blazen', het verschijnsel dat op sommige dunne plekken de binnenband plotseling helemaal uitzet. Ga niet in de weer met een bak water om naar bellen te kijken. Dat is alleen nodig als de band echt heel langzaam leegloopt.

Nu het lek eenmaal gevonden is, zit het meeste werk erop. Volg de gebruiksaanwijzing van de plakdoos. De betere plakkers vormen een combinatie van zwart en roze rubber. Goed schuren van de omgeving van het lek is belangrijk. Soms moet er een enkele laag solutie op, soms twee. Weet van tevoren welke plakker je gebruikt en pas het lijmoppervlak aan. Houd ook de droogtijd aan. Druk de plakker er stevig op en win wat droogtijd door de plakspullen op te ruimen en de buitenband te controleren. Sommige plakkers hebben aan de ene zijde een aluminium afdekking en aan de andere kant een van cellofaan. Die van cellofaan kun je het beste vanuit het midden verwijderen. Daar is een fijne scheur aangebracht. Maar je kunt het cellofaan ook laten zitten.

Als de oorzaak van het lek in de buitenband nog niet gevonden was, houd dan de buitenband zo dat het merkteken van balpeninkt weer bij het ventiel zit. Bij de verse plakker moet nu iets door de buitenband gestoken zijn. Wip dat er met iets scherps uit. Is er helemaal geen beschadiging op de buitenband, richt dan de aandacht op de velg. Steken er scherpe, roestige plekjes langs het velglint? Dan was dat het.

Nu moet de buitenband er weer om. Dat is geen kwestie van kracht maar van handigheid. Pomp de binnenband heel licht op en wurm hem in de buitenband. Doe het ventiel door de velg – maar draai het nog niet vast op de velg. Ga er goed voor staan en druk of trek de buitenband er regelmatig in. Druk het ventiel tot de dop naar binnen. Dan kan de buitenband onder de binnenband komen.

Het laatste stuk gaat het moeilijkst. Zwicht niet voor de verleiding om bandenlichters te gebruiken. Met geduld moet het lukken. Als de buitenband er weer om zit, pomp de band dan een beetje op en zet het ventiel recht. Pomp hem dan echt op.

Hoe nu schone handen te krijgen? Neem eerst een scheutje slaolie en `was' de handen daarmee. Gebruik een nagelborsteltje. Pas als alle smeer los is, kan er zeep gebruikt worden. En zie! De handen zijn weer helemaal schoon. Alleen de rouwrandjes krijg je niet weg.