FIS wil vrede: `geweld is slecht voor ons'

Het Algerijnse FIS kiest voor vrede met het regime; ,,geweld is slecht voor ons''.

Het huis van FIS-leider Abdelkader Hachani staat in een doodlopende straat in Bouloughin, een volkswijk vlakbij de kashba in het hart van Algiers. Het eerste telefonische contact was twee maanden geleden; dat de ontmoeting nu toch plaatsheeft, wijst erop dat hij de zegen van le pouvoir, de machthebbers, heeft gekregen. ,,Nu hebben ze kennelijk geen bezwaar meer tegen het feit dat ik verklaringen afleg'', zegt Hachani. In het achterafkamertje staat een computer, op het scherm de Ka'aba, het heiligdom in Mekka. Hachani draagt een traditionele witte met goud afgeboorde abaya, en vooral de scherpe punten van zijn witleren baboush-muiltjes trekken de aandacht.

,,Wij willen vrede'', verzekert Hachani, ,,dat is voor ons een strategische doelstelling en elke ontwikkeling die een duurzame vrede brengt is goed voor ons. De machthebbers beginnen nu ook over het leitmotiv van de vrede te spreken. Maar wij wachten nog op daden van de president. Hij heeft verklaard dat het uitgesloten is dat het FIS opnieuw toegelaten wordt, en Abassi Madani moet eerst verklaren dat hij geen politieke rol meer zal spelen voor hij vrijkomt. Dergelijke verklaringen maken ons uitermate sceptisch.''

De aanhangers van het FIS zijn bang om voor hun mening uit te komen.,,Absoluut. Vrijheid vervoeg je in Algerije alleen nog in de verleden tijd en de reden is eenvoudig: het geweld is overal en de noodtoestand duurt voort. De vrijheden worden in naam van de wet geschonden. De machthebbers zeggen dat er geen partijen zijn toegestaan met een religieuze basis: wij zijn uitgesloten, en dit soort praktijken hebben de mensen tot geweld gebracht. Als le pouvoir verkiezingen organiseert en vervolgens de overwinnaars buitenspel zet (zoals in 1992, red.), dan krijg je dat.''

De leider van de AIS, de gewapende arm van het FIS, Madani Mezrag, heeft net zoals Abassi Madani alle groepen opgeroepen de wapens neer te leggen. Maar hoe zit het met Ali Belhadj?

,,De enige verliezers bij een gewelddadige optie zijn wij. Wij kiezen voor vrede, dat wil bijna iedereen in onze beweging. Maar wij onderstrepen dat die vrede wel algemeen en definitief dient te zijn. Dat wil zeggen dat met de meningen en gevoelens, de eer en de overtuigingen van àlle partijen rekening moet worden gehouden. De `nationale verzoening' van president Bouteflika zint ons maar gedeeltelijk. Het is een technische en radicaal a-politieke overeenkomst (die berust op een amnestieregeling voor extremisten die de wapens willen neerleggen, red.). Wij kunnen ons er niet tegen verzetten, omdat we bang zijn afgeschilderd te worden als de partij die de vrede verwerpt. Maar deze zogenaamde eenvoudige oplossing kan niet echt het probleem van het geweld oplossen. Om een einde aan het geweld te maken moeten alle groepen met een politiek-religieuze basis kunnen meedoen. Wij eisen vrijlating van alle politieke gevangenen, oplossing van het probleem van de vermisten en opheffing van de noodtoestand. Op die basis zouden wij, naast `le pouvoir', kunnen werken aan een oplossing die dan via een referendum legimiteit zou moeten krijgen.''

Maar wie zijn `wij'? Ali Belhadj, die zeer radicaal blijft, of gematigde FIS-leiders?

,,Ik spreek over de politieke lijn, niet over personen en ik ben zeker dat de meerderheid van onze beweging achter deze lijn staat.

Bouteflika heeft de gave van het woord en hij controleert de media. Slaagt hij er ook in u in te pakken?

,,Ik laat mij graag in de zak steken door iemand die een oplossing biedt en luistert naar de keuzes van het volk. Wie daarnaar streeft heeft mijn steun, maar ons een ijzeren hand reiken in een schapenvacht, onder het motto van verzoening, zal ons niet van de wijs brengen. Bouteflika of wie ook moet niet denken dat hij ons kan bedriegen als het over de `optie van de vrede' gaat.''

De president heeft verklaard dat het fundamentalisme geen kans krijgt, een islamitische republiek is taboe.

,,Zij zien zichzelf als democraten, maar ik had liever gezien dat het Algerijnse volk zich daarover zou kunnen uitspreken. Laat ze maar een referendum houden over de uitsluiting van het FIS en over wat zij de `fundamentalistische optie' noemen. Daarbij zal het volk zich uitspreken en wij zijn bereid om ons te plooien naar zijn oordeel. Maar geef ons tenminste de kans om te ageren om het volk opnieuw te overtuigen, zoals dat in de Westerse democratieën kan.''

Veel Algerijnen zijn bang dat u, de `barbus' (bebaarden), alle vrouwen wil verplichten de hoofddoek te dragen.

,,Als wij ooit de macht zouden krijgen, dan willen wij niemand dwingen de hejab (hoofddoek) te dragen. Proberen te overtuigen is één zaak, maar dwingen, nee. De verkozen voorzitter van de gemeenteraad van Skikda had als kabinetschef een vrouw die geen hoofddoek droeg en ze is er gebleven, onder het FIS-bestuur, zonder hejab. In de pers worden die feiten verzwegen. Wij hebben de gemeenteraden geleid en ik daag om het even wie uit om te bewijzen dat wij wat dan ook hebben opgedrongen. Maar zíj kunnen ook niet zomaar hun visie aan ons volk opdringen, vooral aangezien zij een minderheid zijn. Als wij aan de macht komen, zullen ze worden gerespecteerd door de islamitische wet, de shari'a.''

Als u aan de macht zou komen moet iedereen zich wel schikken naar de shari'a? Hoe dwing je de mensen, met welke druk?

,,U noemt dat druk, maar het gaat om het recht van de meerderheid.''

Zeven jaar geleden stond het FIS op het punt aan de macht te komen. Hoe staat het nu met de partij?

,,Ik wil onderstrepen dat wij verboden zijn door le pouvoir. Dit verbod is een van de belangrijkste redenen waarom het land zo diep is weggezakt. Die jaren van blinde repressie hebben de beweging aangetast, maar we blijven geloven dat het FIS weer een politieke rol zal kunnen spelen.''

Er zijn veel Algerijnen die zeggen: het FIS is voorbij. U wordt geïdentificeerd met de GIA, met het beestachtige geweld.

,,Als we voorbij zijn, dan is het toch gemakkelijk om daarachter te komen. Aan de ene kant zegt men: het volk heeft genoeg van het FIS en aan de andere kant doet men alles om te voorkomen dat het volk zijn oordeel zou kunnen uitspreken. Dat is voor mij een bewijs dat onze beweging nog breed verankerd is onder de bevolking.''