De juiste prijs

DE OLIEPRIJZEN ZIJN in korte tijd meer dan verdubbeld. Enkele jaren geleden zou een dergelijke prijsstijging luidruchtig zijn betreurd, maar nu is het vrijwel onopgemerkt gebeurd en bestaat er geen opwinding over. Integendeel. Over het algemeen wordt de stijging tot ruim twintig doller per vat olie toegejuicht. Een jaar geleden noteerde een vat olie minder dan tien dollar. Het prijsherstel is het gevolg van een combinatie van factoren die met economie, politiek en management te maken hebben. De economie beïnvloedt de vraag naar olie. Door de ineenstorting van de Aziatische `tijgers', olie-importerende landen die hun hoge groei in 1997 plotseling zagen omslaan in een diepe recessie, nam de vraag af. De Aziatische crisis had als neveneffect een sterke daling in de olieprijzen. Nu Azië zich begint te herstellen, trekt de vraag – en daarmee ook de prijs – weer aan.

Het management van het olie-aanbod is nog altijd in handen van de OPEC, de club van olie-exporterende landen. Hoewel de OPEC niet meer de markt dicteert, zoals in de jaren zeventig, toen het kartel meer dan de helft van de olieproductie in de wereld voor zijn rekening nam, is zijn invloed op het aanbod nog altijd groot. Althans, wanneer de lidstaten zich houden aan de afspraken over de productie. Aan die discipline heeft het in de afgelopen jaren steeds ontbroken. Geen land hield zich aan de productiebeperkingen. Voor ieder land afzonderlijk was het een rationele keuze om de hand te lichten met de afspraken – voor de OPEC als geheel en voor de overige olieproducerende landen was het prijseffect dramatisch. Vorig jaar hebben de OPEC-landen hun exportinkomsten met zo'n zestig miljard dollar zien afnemen.

IN MAART VAN DIT jaar hebben de OPEC-ministers in Amsterdam opnieuw afspraken gemaakt over productiebeperking. Deels omdat de vraag begon aan te trekken, deels omdat de OPEC-landen zelf beseften dat ontduiking bij de toenmalige lage prijs nóg meer financiële tegenvallers zou opleveren, beklijfden deze. De olieprijs kroop omhoog naar het huidige niveau van bijna 24 dollar per vat.

Hierbij speelde ook de internationale politiek een rol. Er zijn berichten dat met name de Verenigde Staten de nodige druk hebben uitgeoefend op de producentenlanden. Dat laat zich verklaren: twee belangrijke landen in de directe Amerikaanse invloedssfeer, Mexico en Venezuela, hebben voor hun overheidsinkomsten alle belang bij een redelijk niveau van de olieprijzen. Venezuela (Amerika's belangrijkste leverancier) is een politiek kruitvat. Een andere geopolitieke zorg van de VS is Rusland. De ineenstorting van de Russische economie in de zomer van 1998 hield rechtstreeks verband met de lage olieprijzen. Als de internationale financiële gemeenschap ooit haar geld (langs legale weg) uit Rusland wil terugkrijgen en Rusland enig perspectief op economisch herstel wil hebben, is een behoorlijke olieprijs een vereiste.

KENNELIJK HEEFT deze strategie gewerkt, althans op korte termijn. Vandaag komen de OPEC-ministers bijeen in Wenen om het resultaat van hun beleid te evalueren. Hun taak is nu om de prijzen te stabiliseren en niet verder omhoog te jagen. Als de olieprijzen te ver doorschieten, zal dat zijn weerslag vinden in hogere inflatie in de grote industrielanden. Hoewel het OPEC-radicalisme van de jaren zeventig geschiedenis is, blijft dat een gevaar.