De geesten zijn rijp

De vraag naar biologische producten groeit in Europa, en daar wordt goed op ingespeeld. Alleen Nederland blijft achter. In de handel doet ons land het welis- waar goed, maar consumenten en producenten laten het nog afweten. Waarom is dat zo?

Wie weinig geld over heeft voor eten, kan het best in Nederland blijven wonen. Nergens in de EU is het voedsel goedkoper dan hier. De prijzen in de supermarkten doen je regelmatig afvragen hoe de boeren het er toch voor kunnen doen. Een pond boontjes ging deze maand over de toonbank voor niet meer dan 0,75 cent. Tomaten, kolen; ze kosten bijna niks meer. Waar een Nederlander voor een literpak halfvolle melk in de stuntverkoop nog maar ƒ1,15 betaalt, moet de Duitser minimaal 1,45 neertellen, de Brit 1,54 en de Fransman 1,85.

Volgens het vakblad De Boerderij is het aan die lage voedselprijzen te wijten dat de biologische landbouw in Nederland maar niet wil doorbreken. Bij Albert Heijn kost een kilo ribkarbonade ƒ16,50, bij eco-slagerij de Groene Weg ƒ23,50. Voordat consumenten zeven gulden extra uitgeven voor een kilo ribkarbonade, moeten ze de verschillen tussen de biologische en de intensieve varkensteelt wel erg goed kennen, ook nog eens erg betrokken zijn bij de dieren en het milieu, en/of een hele goede smaak hebben. Er zijn niet zoveel Nederlanders die aan die voorwaarden voldoen.

Analisten uit de landbouwwereld noemen nog een oorzaak voor het feit dat afgelopen jaren relatief weinig Nederlandse boeren zijn overgeschakeld op biologische landbouw. De Nederlandse teelt is uiterst intensief, met veel bestrijdingsmiddelen en kunstmest en met razendsnel groeiende dieren in dichtbevolkte stallen. Hoe intensiever een teelt, hoe moeilijker het is om over te schakelen naar een extensieve teelt waarbij de boeren de opbrengst stabiel moeten houden met robuuste rassen, extra hygiëne, slimme vruchtwisselingen en biologische bestrijders. Hoewel veel biologische boeren en tuinders momenteel meer verdienen dan hun niet-biologische collega's, veranderen de Nederlandse telers blijkbaar niet zo makkelijk van productiewijze.

De conclusie van het Instituut voor Milieuvraagstukken in Amsterdam komt dan ook niet helemaal onverwacht. Het instituut, dat vandaag de uitkomsten presenteerde van een studie naar `groene keteninitiatieven in de Europese voedingsindustrie', onderzocht hoe Europese overheden en bedrijven de biologische landbouw afgelopen jaren hebben opgepakt. Het concludeert dat Nederland behoort tot de ,,landen die achterblijven''. `Booming countries' zijn Italië, Denemarken en Finland. Volgens de onderzoekers zijn Spanje, Portugal, Griekenland, Ierland en Noorwegen de landen die de potentie hebben om een sterke positie in te nemen. Duitsland, Oostenrijk en Zweden hadden al een sterke positie.

Opvallend aan de cijfers is dat in alle EU-landen het areaal biologische landbouw tussen 1993 en 1998 jaarlijks met meer dan twintig procent groeide; in veel landen groeide het met zelfs meer dan vijftig procent. Italië, waar veel boeren al vrij extensief telen, spant de kroon. Het areaal heeft zich sinds 1993 elk jaar verdubbeld, waardoor het in 1998 vier procent besloeg. Alleen Finland met vijf procent, Zwitserland met zeven procent, en Oostenrijk met tien procent, zitten daar nog boven.

In Nederland wordt om precies te zijn 1,07 procent van het areaal landbouwgrond gebruikt voor de biologische productie. Dat is dus inderdaad een stuk minder dan in een aantal andere landen. Maar het groeit wel. In juli waren er 1.121 biologische bedrijven; vorig jaar maart waren het er nog 868. ,,We zitten in een overgangsperiode'', zegt Dion Heerkens, sinds een half jaar sectorspecialist biologische landbouw bij de Zuidelijke Land- en Tuinbouworganisatie ZLTO. ,,Tot voor kort ontwikkelde de biologische landbouw zich op eigen kracht. Maar nu de belangstelling vanuit de markt zo toeneemt, ziet ook de gangbare landbouw er perspectief in. Men is nu net begonnen met verandering van de houding. Komende jaren kunnen we dus wel een inhaalslag verwachten.''

ZLTO verzorgt dit jaar voor het eerst cursussen voor boeren die willen omschakelen. Een belangrijke doelgroep is de varkenshouderij. Ondanks de al jaren aanhoudende kritiek op de intensieve varkenshouderij telt Nederland pas 35 biologische varkenshouders, 0,002 procent van het totaal. Heerkens stelt vast dat de biologische varkenshouderij niet voor niets pas in de kinderschoenen staat. ,,Tien jaar geleden al wilden de milieubeweging in Gemert en een aantal lokale varkenshouders demonstratiebedrijven starten. Maar de landbouwbeweging en de politiek waren er niet klaar voor. Vijf jaar geleden ook nog niet. Het was onbespreekbaar. Pas nu starten er demonstratiebedrijven en begint ook het proefstation in Raalte met onderzoek voor de biologische varkenshouderij. Nu zijn de geesten rijp en kan het roer om. Mensen op hoog politiek en ambtelijk niveau zetten zich er nu ook echt voor in.''

Een woordvoerder van de Land- en Tuinbouworganisatie Nederland (LTO) zegt dat het onderwerp inmiddels helemaal bespreekbaar is bij de boeren. LTO verwacht dat straks tien procent van het areaal biologisch is, een percentage waar ook landbouwminister Brinkhorst naar toe wil. Maar volgens critici doen het ministerie en LTO te weinig om dit doel snel te realiseren. Om de omschakeling te vergemakkelijken had het ministerie voor 1999 vijftien miljoen gulden uitgetrokken. Van dat geld konden echter maar 56 aanvragen worden gehonoreerd, terwijl er 175 aanvragen waren.

,,Hier laat de veelgeroemde Nederlandse handelsgeest de overheid en de standsorganisaties volledig in de steek'', sneerde De Boerderij eind augustus onder de kop `Eco-landbouw mist de boot'. ,,Terwijl het bij LTO Nederland oorverdovend stil is en het ministerie van LNV slechts een schamele 15 miljoen gulden weet op te hoesten voor een omschakelingsregeling, pompen de Zweden jaarlijks 175 miljoen in biologische landbouw en dreigen de Denen massaal eco-melk te gaan exporteren.'' Het ministerie heeft beloofd de regeling te zullen aanpassen. Volgens het Instituut voor Milieuvraagstukken willen ook de Franse en Engelse landbouwministeries flink wat geld in de biologische landbouw steken.

Uit het rapport blijkt hoeveel multinationale reuzen inmiddels een grote of kleine teen in de biologische landbouw hebben gezet. Zo is de Franse verwerker Danone in 1997 biologische groenten in blik, biologische graanproducten, zuivel en kruidenierswaren gaan verkopen. Nestlé volgde met biologische babyvoeding. Het Duitse Lufthansa en British Airways hebben een biologische catering, en in Zweden is een spoorwegmaatschappij gestart met het aanbieden van biologische maaltijden.

Vergeleken met Duitsland, Zweden en Denemarken hebben de Nederlandse supermarkten en verwerkers een afwachtende houding aangenomen, zo constateert het instituut, maar de laatste twee jaar komen ook zij over de brug. In Nederland verwerken nu onder meer Campina Melkunie, Friesland Coberco, de Suikerunie en HAK biologische producten.

Zelfs de chemiegiganten beginnen een markt te zien in de biologische landbouw. Het Zeeuwse zaadbedrijf Advanta, dochterbedrijf van Zeneca, wil graag op de markt komen met herbicide-resistente, genetisch gemodificeerde maïs, maar dat belet haar niet om ook in zee te gaan met het antroposofisch ingestelde Louis Bolk Instituut in Zeist. De partijen willen samen bekijken hoe een apart veredelingstraject is op te zetten voor de biologische en streekeigen landbouw – dat betekent: geen genetische manipulatie, en een selectie op robuuste, resistente rassen.

Doordat nu ook veel Europese supermarkten biologische producten verkopen, is de vraag zo toegenomen dat de productie het niet altijd meer kan bijbenen. Zo meldde het Agrarisch Dagblad in december 1998 een tekort aan producenten in Frankrijk. De vraag zou sterk toenemen omdat veel Franse consumenten na de gekkekoeienziekte en de felle discussies rond genetisch gemanipuleerde gewassen zich naar andere, natuurlijker geteelde landbouwproducten keren. In januari meldde dezelfde krant dat ook in Engeland het tekort aan producenten een knelpunt is. De Engelse supermarkten importeren nu veel uit Duitsland en uit Nederland. Om het aanbod beter te kunnen garanderen heeft supermarktketen Sainsbury's inmiddels zelf producentengroepen opgezet. Net als de Nederlandse veiling de Greenery, die sinds kort ook telers begeleidt bij het omschakelen. De Nederlandse supermarkten importeren veel biologische melk, met name uit Denemarken en Duitsland.

Vooral de productie van biologisch varkensvlees dreigt achter te blijven bij de vraag. In Nederland hebben in maart 22 partijen, waaronder de Rabo, LTO, drie slachterijen en Albert Heijn, beloofd om met hulp van een ketenmanager te streven naar meer biologische varkens. Maar de Nederlandse varkenshouders zijn erg voorzichtig. ,,De belangstelling valt mij nog niet mee'', zegt Ton de Ruijter, directeur aanvoer en coöperatiezaken bij slachterij Dumeco. Dumeco wil, als de aanvoer groot genoeg is, een biologische slachterij opzetten.

Maar zover is het dus nog niet. De Ruijter wijst op de hoge omschakelingskosten voor varkenshouders. De stal moet worden verbouwd voor groepshuisvesting, de varkens moeten ruimte krijgen om buiten te wroeten en in plaats van krachtvoer moet er voer komen van biologische akkerbouwers. Daarbij hebben de varkenshouders momenteel überhaupt weinig zin om te investeren, als ze al een lening zouden kunnen krijgen. Volgens De Ruijter zal Nederland in de biologische productie nooit voorop kunnen lopen. De grond is te duur. Voor een klein land is het nu eenmaal makkelijker excelleren met varkens in een stal en tomaten op substraat, dan met extensieve, grondgebonden teelten.

Maar Nederland heeft ook sterke punten, zegt Sjors Willems van het Platform Biologica, de promotie- en beleidsorganisatie voor de biologische landbouw. De Nederlandse telers zijn goed opgeleid en ook de infrastructuur voor het onderzoek is goed. Weliswaar is nog maar een procent van het onderzoek toegespitst op de biologische productie, maar als het aan het Platform ligt gaat dit veranderen. Een onderzoeksagenda voor de biologische teelt is in de maak.

Het Instituut voor Milieuvraagstukken noemt nog een sterk punt: in tegenstelling tot de boeren, de verwerkers en de supermarkten, zijn de Nederlandse handelaars wel snel ingesprongen op de groeiende vraag. Nederland telt verscheidene grote bedrijven, actief in de import en export van biologische producten. Euro Herb Bio BV is Europa's grootste leverancier van biologische kruiden en specerijen, Oerlemans Diepvries Centrale mag zich de eerste noemen in bevroren biologische aardappelen en groenten. En Eosta International, handelaar in vers fruit en groenten, heeft enkele grote Engelse supermarktketens als klant. Om aan voldoende producten te komen stroopt Eosta de hele wereld af.

Wellicht is het meest veelbelovend voor de sector dat iets meer Nederlanders wat meer geld lijken uit te willen geven voor eten. Het Platform Biologica signaleert dat biologisch eten ,,een levensstijl'' aan het worden is. Het marktonderzoeksbureau Gfk had uitgezocht hoeveel gezinnen wel eens biologische zuivel koopt. In het eerste half jaar van 1998 had vijf procent, en in het eerste half jaar van 1999 had zelfs al veertien procent ten minste eenmaal biologische zuivel gekocht.

Wel was dat hoge aantal in 1999 mede te danken aan de biologische week van Albert Heijn, met forse kortingen op biologische producten. Hoeveel Nederlanders het echte prijsverschil willen betalen, moet dus nog blijken. Duidelijk is in ieder geval dat de Fransen, Finnen, Denen en Zweden wat makkelijker meer uitgeven voor biologisch eten.