Weinig geld, maar veel plannen voor verkeer, vervoer en milieu

De ministers Netelenbos en Pronk kwamen ditmaal allebei met vrijwel lege handen naar het Binnenhof. Netelenbos omdat ze vorige herfst tot het jaar 2010 al 71 miljard gulden had uitgetrokken voor een lange lijst projecten, waardoor de beurs even leeg was. Pronk omdat hij nog druk bezig is met een aantal grootschalige beleidsstukken, waarop hij niet vooruit wenste te lopen.

Netelenbos zag zich dit jaar gedwongen tot een bescheidener boodschap omdat haar afspraken van vorig jaar over de aanleg van nieuwe infrastructuur ,,in beton zijn gegoten'', zoals ze zelf stelt. Dit jaar onderstreepte ze deels noodgedwongen het belang van een betere benutting van de bestaande wegen en spoorwegen. De jongste vrucht van deze denkwijze is haar plan de eerder geplande noordtak van de Betuweroute alsnog te schrappen.

,,Het motto is kwaliteitsverbetering, niet kwantiteit'', meldde de minister opgewekt op de persconferentie, waar ze haar begroting presenteerde. ,,We moeten echt alleen bouwen als het onvermijdelijk is. Dat is een oer-Hollandse eigenschap.''

In het kader van een betere benutting zullen er het komende jaar een aantal nieuwe experimenten beginnen. Zo zal er op de A4 tussen Leimuiden en Hoofddorp en op de A28 tussen Hoevelaken en Rijnsweerd worden gewerkt aan een zogeheten spitsstrook, die 's ochtends en aan het eind van de middag goede diensten kan bewijzen. Elders zullen proeven worden genomen met een `dynamische' derde rijstrook en met vrachtwagens die van een busstrook gebruik mogen maken.

Op verschillende manieren wil het ministerie proberen de langzamerhand eveneens oer-Hollandse files in bedwang te houden. Er zal een begin worden gemaakt met rekeningrijden, vermoedelijk eerst in Amsterdam waarmee nu nog onderhandelingen lopen. Vrachtwagens zullen op veel plaatsen met een inhaalverbod worden geconfronteerd, terwijl ook het telewerken zal worden gestimuleerd. Ook wil het ministerie het `autodaten' (met meerderen een auto delen) en het gebruik van een fiets van de zaak aanmoedigen.

Hoewel er aan de investeringsplannen van Netelenbos tot 2010 dus bijna niet valt te tornen, heeft ze die op ondergeschikte punten toch iets aangepast. Zo zal een programma om de fietsenstallingen bij stations te verbeteren en uit te breiden versneld worden doorgevoerd. Hiermee is in totaal 460 miljoen gulden gemoeid tot het jaar 2006.

Ook de plannen om een nieuw beveiligingssysteem en een veel krachtiger stroomvoorziening op het spoor in te voeren, zullen eerder worden uitgevoerd. Hetzelfde geldt voor de verhoging van de Hemboog bij Amsterdam, omdat dat project een belangrijke rol in het regionale railnetwerk vervult.

Terwijl minister Netelenbos op haar persconferentie met enige trots zei dat ze vooral streefde naar een leefbaar Nederland, legde haar collega van VROM de lat beduidend hoger. ,,Leefbaar is minimaal'', zei Pronk. ,,Wij willen vooruitgang. Het gaat ons om een hoogwaardige leefomgeving.'' Of zoals het in het persbericht van VROM heette: ,,Het ministerie van VROM maakt zich sterk voor een mooi, veilig en gezond leefmilieu, waarin het prettig wonen, werken en recreëren is.''

Wat er in de anderhalf uur daarna volgde bleef echter achter bij de geschapen verwachtingen, zeker voor wie vorig jaar de gloedvolle presentatie van Pronks eerste begroting als VROM-minister had bijgewoond. Aan de hand van allerlei kleurige kaarten schilderde hij toen met robuuste penseelstreken welke kant Nederland volgens hem in planologisch opzicht uitmoest. Er zou een beperkt aantal niet te brede corridors moeten komen voor transport en andere economische activiteiten. Lintbebouwing moest, als het even kon, worden tegengegaan.

Maar nu, een jaar later is het nog steeds wachten op de invulling van die corridors. Pronk weigerde hierover bijzonderheden te geven voor hij begin volgend jaar de vijfde nota voor de ruimtelijke ordening aanbiedt.

Behalve zijn vijfde nota heeft Pronk nog een aantal andere grote projecten op stapel staan. Zo wil hij de wet op de ruimtelijke ordening herzien. De afgelopen twee decennia zijn er weliswaar herhaaldelijk wijzigingen op doorgevoerd, maar volgens de minister is de tijd gekomen om de hele wet weer eens fundamenteel te herzien. Rond de jaarwisseling hoopt hij hiervan een eerste proeve aan te kunnen bieden, terwijl het ontwerp wellicht in de loop van het jaar klaar zal zijn.

Pronk toonde zich iets optimistischer over de druk op het milieu dan vorig jaar. Hij gaf toe dat tegen zijn verwachting in het tempo van de milieuvervuiling was verminderd ten opzichte van de economische groei. Zelfs de uitstoot van CO, het voornaamste van de broeikasgassen waarvan wordt aangenomen dat die het klimaat op aarde beïnvloeden, heeft zich bijna gestabiliseerd.

Wel wees Pronk erop dat dit deels te danken was aan relatief goedkope maatregelen om de vervuiling te beteugelen. Maar die maatregelen beginnen volgens hem uitgeput te raken. ,,Het laaghangend fruit is geplukt.'' Nederland kan zich echter niet veroorloven het hierbij te laten, stelde hij. Eind volgend jaar zal in Nederland de zesde wereldklimaatconferentie van de Verenigde Naties worden gehouden. Juist als gastheer zou Nederland moeten proberen tegen die tijd een solide beleid op poten te hebben om de uitstoot van CO en andere broeikasgassen terug te dringen.

Zowel op het gebied van de ruimtelijke ordening als het milieu kondigde Pronk aan dat hij de regels strikter wilde gaan controleren dan nu. ,,Handhaven betekent handhaven'', aldus Pronk. De milieu-inspectie zal worden versterkt en Pronk heeft ook al internationaal voor een `groen Interpol' bepleit. Wie de bouwregels met voeten treedt, kan Pronk ook tegenover zich verwachten. ,,In het uiterste geval zal ik overgaan tot het slopen van gebouwen'', zei de minister, om er aan toe te voegen. ,,Maar ik heb er geen behoefte aan de volgende eeuw in te gaan als `Jan de Sloper'.''