VS hebben strengere vuurwapenwet nodig

Het wordt tijd om ons Amerikanen af te vragen of we ons geen ernstige zorgen moeten maken over dit jaar van de ene massamoord na de andere.

De zeven mensen die vorige week woensdag in Fort Worth (Texas) werden vermoord, zijn doodgeschoten in een kerk door een gestoorde man die antireligieuze scheldwoorden schreeuwde. Zou zo iets ons niet eens tot een moment van inkeer moeten brengen, voordat we losbarsten in het gebekvecht van `Het zijn de vuurwapens!' tegen `Het is de cultuur!'? En met inkeer bedoel ik dan geen suikerzoete frasen vol empathie voor de doden en gewonden, maar serieus nadenken over de vraag of ons misschien iets mankeert en zo ja wat.

We zullen onder ogen moeten zien dat wij een uitermate gewelddadig volk zijn. Wat dodelijk geweld betreft stellen wij elk ontwikkeld land ver in de schaduw. Maar zo denken we niet graag over onszelf.

Telkens wanneer er weer zo iets gruwelijks gebeurt – op de Columbine High School in Atlanta en in Arkansas en in Los Angeles – worden zeer verstandige woorden geuit: dat het jongste bloedbad is gepleegd door iemand die volslagen gek of zwaar gestoord was; dat ieder individu aansprakelijk is voor zijn daden en dat het niet aangaat die verantwoordelijkheid voor een deel op de samenleving af te schuiven; dat onze praatzieke mediacultuur té graag grote levenslessen wil puren uit geïsoleerde incidenten.

Zeer waar allemaal, maar het omzeilt de kern van de zaak.

,,Zo'n manie bestaat in geen enkel ander land ter wereld'', zei ds. Robert Drinan, rechtendocent en ex-Congreslid, onlangs op CNN. En natuurlijk kan men stellen dat er in tal van andere landen mensen omkomen in kogelregens. Elders in Rusland en Zuid-Afrika bij voorbeeld – is de misdaad een groter probleem. Men mag de Amerikanen met recht op het hart drukken niet hysterisch te reageren, want hebben we de misdaad niet eindelijk enigszins onder controle weten te krijgen? Toch heeft dominee Drinan gelijk: in Amerika bestaat een levensgevaarlijke combinatie van een tot geweld neigende cultuur en een vuurwapenwet die ruimer is dan in enig vergelijkbaar land. Als we eerlijk zijn, moeten we ons de vraag stellen of er misschien een verband zou kunnen zijn tussen de bewapeningscultuur en de cultuur van geweld in films en op televisie – twee vormen van verheerlijking van nu juist het soort agressie waaraan we zo'n hekel zeggen te hebben. En we zouden eens kunnen erkennen dat de pioniersmentaliteit die we zo hoog houden wel eens een disfunctionele kant zou kunnen hebben, die tot uiting komt wanneer ons leven zich afspeelt in steden en randgemeenten.

Daarnaast moeten we onderscheid maken tussen de gewone misdaad en moorddadig optreden, zoals Franklin Zimring en Gordon Hawkins twee jaar geleden stelden in een belangrijk artikel in het blad The Responsive Community.

,,Het verschil tussen de Verenigde Staten en andere landen zijn niet onze hoge misdaadcijfers'', schreven zij. ,,Het verschil is het opmerkelijk frequente moorddadige geweld bij ons. Onze steden kennen niet meer vermogensdelicten dan grote steden elders in de wereld. Maar de kans op een gewelddadige dood door een overval is in de Verenigde Staten 4 tot 18 keer zo hoog als in de andere G-7-landen, en dat is grotendeels het gevolg van het veelvuldig gebruik van handvuurwapens bij overvallen en berovingen.''

In een interview illustreerde Franklin Zimring, rechtendocent in Berkeley aan de Universiteit van Californië, helder het verschil tussen geweld en dodelijk geweld. ,,Je hebt in een bar in Sydney dezelfde kans om een klap op je gezicht te krijgen als in een bar in Los Angeles. Maar in Los Angeles heb je twintig keer zoveel kans dat het je dood wordt.''

Zimring voert deze feiten terecht aan als argument voor strengere vuurwapenwetten. Maar hij tekent aan dat Amerikanen ook vaker mensen met messen ombrengen dan burgers van soortgelijke landen. Iets in onze cultuur maakt ,,dat wij het veel eerder als ons goed recht beschouwen om in een gevecht middelen te gebruiken die de dood tot gevolg kunnen hebben''.

Dat brengt ons terug bij de vuurwapens en onze cultuur. Is het dit keer mogelijk dat de president en zijn politieke tegenstanders in het Congres eens afzien van de geijkte woordenstrijd en streven naar een objectieve kijk op de oorzaken van het geweld en naar enig nationaal zelfonderzoek dat uiteindelijk tot optreden leidt?

,,Ik kan me geen wet – geen overheidsbesluit – voorstellen dat mensen liefde bijbrengt'', aldus de Texaanse gouverneur George W. Bush in zijn reactie op het bloedbad in Fort Worth. En dat is uiteraard volkomen juist – en totaal irrelevant. Je hoeft iemand niet lief te hebben om hem niet dood te schieten. We vragen politici ook niet om ons liefde voor elkaar bij te brengen. We vragen hun om kritiek op een mentaliteit en op denkbeelden die het moorden in de hand werken en we vragen hun redelijke wetten uit te vaardigen die de kans op dodelijk geweld verkleinen.

E.J. Dionne Jr. is columnist van de Washington Post.

©The Washington Post Writers Group

    • E.J. Dionne Jr