Vlaamse muziek Frans geïnspireerd

Zo dichtbij en toch veraf. De muzikale grens tussen Nederland en België lijkt geblokkeerd. Wie kent hier een Vlaamse eigentijdse componist? Gelukkig is daar het Antwerpse culturele centrum deSingel dat een Beethoven-cyclus combineert met avant-gardisten als Webern, Messiaen, Ligeti, Rihm en Lindberg. De laatste is de huiscomponist van het Koninklijk Filharmonisch Orkest van Vlaanderen. Nog opmerkelijker is de serie `Ongehoord' met premières van Boulez en Sciarrino, die zaterdag begon met werk van louter Vlamingen zoals de veertigers Brewaeys en Serge Verstockt en de dertiger Frédéric D'Haene.

Gemakzuchtig zijn zij niet, een swingende minimalist of een al even toegankelijke postmodernist zoekt men er tevergeefs. Inspiratie bieden Franse componisten als Iannis Xenakis en Tristan Murail. Onze zuiderburen hebben iets met de Latijnse klankwereld. Maar Xenakis en Xenakis is twee. Verstockt wordt eenzijdig geboeid door Xenakis' procesmatig technisch karakter. Zijn Screens in combinatie met videobeelden is eerder een onderzoek dan een afgerond werkstuk.

Brewaeys echter, wars van theoretische speculaties, wordt vooral gepakt door Xenakis' muzikale oerdrift. Zoals een Vlaamse commentator het verwoordde: ,,Brewaeys spuwt de klankmassa in één grote geut uit over de luisteraar.'' Voor die geut gebruikt hij bij voorkeur ongewone klankbronnen zoals badkuip en watergong. Elk geluid is bruikbaar, mits overrompelend van werking. Als eenmaal de componeerkraan is opengedraaid, is Brewaeys niet meer te stoppen.

Toch is er in Due cose belle ha il mondo: l'amore e la morte (1986-1988) – een klankessay over de tastbare liefde en de ongrijpbare dood, zo dichtbij en zo veraf – enige ruimte voor een zekere distantie. Na een trage inleiding vol beklemmende stilten veranderen de kleuren van piano, slagwerk en kamerorkest geleidelijk in die van de verfijnde hichiriki (hoge hobo), shakuhachi (bamboefluit) en sho (mondorgel) uit het eeuwenoude Japanse hoforkest. Van inspiratieloze imitatie is echter geen sprake, donderplaat en pauken zorgen al gauw voor het persoonlijker stempel. Vier computergestuurde ringmodulatoren tenslotte werken als prisma's die de muziek verder vervormend de ruimte `inspuwen', – inderdaad het juiste woord!

Verstockts Feuillage du coeur (1995) naar Maeterlinck heeft een kleinere bezetting voor een uitzonderlijk hoge sopraan (de moeiteloos trefzekere Rolande van der Paal) en de virtuoze klarinettisten Jan Bossier en Marc Vertessen naast nog een klein ensemble van piano, slagwerk, viool, cello en harp. Sopraan en klarinetten vormen een ondeelbaar trio, karakteristiek in dezelfde hysterische tremolo's die ontstaan door snelle wisselingen in de keelstand. Het begin is zoekend, naar het slot toe wint de compositie aan zeggingskracht. Hier zijn het de details die verbazen.

D'Haenes Dissociations centromériques is met de bezetting voor piano, slagwerk en kamerorkest meer verwant aan Brewaeys Due cose. Het uitgangspunt is origineel, vergelijkbaar met een zwart gat als snijpunt tussen intensiteit en leegte tussen datgene wat direct op het oor valt en datgene wat oneindig ver verwijderd is. Terwijl spectrale stilstand in het orkest een broeierige achtergrond creëert, gaan de virtuoze piano – een kolfje naar de hand van Claude Coppens – en het slagwerk hevig tekeer, zij het in werkelijkheid al even statisch onveranderlijk: allemaal passen op de plaats. Dan valt opeens een stilte en volgen de snijpunten elkaar steeds sneller op tot de zevende stilte is bereikt als allerlaatste, tevens het slot van de compositie. Het idee is sterker dan de te schematische uitwerking, maar D'Haene intrigeert, zoals Brewaeys bruut overrompelt en Verstockt in ongrijpbaarheid verwondert.

Champ d'Action. Gehoord 18/9 deSingel Antwerpen.