Twente kan leren van aanpak in Ruhrgebied

De textielindustrie is inmiddels grotendeels uit Twente verdwenen. De vraag is nu wat te doen met de oude en grotendeels verlaten industrieterreinen.

Een dancehal! Nee, wacht, een begraafplaats. Bom-bar-deren! In samenwerking met de luchtbasis Twente de boel na een afscheidsfeest van drie dagen helemaal platgooien, ,,omdat er nu wel lang genoeg getreurd is over de teloorgang van de Twentse textielindustrie''.

Vraag vijftien internationale studenten wat te doen met de grote fabriekscomplexen in Almelo en Enschede, die leeg kwamen te staan toen de textielindustrie ter plekke bezweek, en noteer de – vaak even visionaire als onhaalbare – ideeën. De studenten (architectuur, kunst, regionale planning) waren op verzoek van de provincie Overijssel, de gemeenten Almelo en Enschede, en het Nederlands Architectuur Instituut naar Twente gekomen om tijdens een workshop van twee weken plannen te ontwikkelen voor ,,hergebruik van stedelijke industriegebieden''. Ze moesten de mogelijkheden onderzoeken van het Ten Cate Textielcomplex in Almelo (16 hectare) en Groot Roombeek in Enschede (34 hectare). De resultaten zijn onlangs op een symposium in Almelo gepresenteerd. Eenduidigheid was er niet: sommigen richtten zich op de ouderen, anderen op de jeugd. En dan was er nog het plan om te bombarderen.

De provincie Overijssel worstelt al enige jaren met haar industriële erfgoed. Wat te doen met de tientallen locaties in Twente die braak zijn komen te liggen nadat de textielindustrie in de jaren zeventig en tachtig teloor ging? Overal nieuwbouw? Renoveren? Als we alles slopen, houden we te weinig rekening met de identiteit van de regio, meent verantwoordelijk gedeputeerde J. Kristen (PvdA). Daarvoor zijn de fabriekscomplexen te zeer verankerd in Twente. Maar hij heeft ook geen behoefte aan ,,de romantiek van een oude houtzaagmolen''. ,,Dat is te ver bezijden de waarheid. Daar zijn we niet naar op zoek.'' De betrokken partijen richten zich nu in eerste instantie op herinrichting van de locaties in Almelo en Enschede.

Het is zeer de vraag of alle locaties bewaard moeten blijven. Volgens stedenbouwkundige R. Bakker zou dat te veel van het goede zijn. Ze is van mening dat geld op zich geen rol speelt. Waar het om gaat, meent ze, is dat er in de regio ,,strategische allianties'' worden gevormd, die de belangrijkste complexen aanpakken. ,,De regio moet de wil hebben aan de slag te gaan, moet afspraken maken, bondgenoten regelen. Over de plannen op zich maak ik me niet ongerust. Dat kunnen ze in Twente best.''

Ook architect M. Linneman, die de studenten tijdens de workshop begeleidde, meent dat niet alles gerenoveerd moet worden. Wat betreft de kwaliteit en de architectonische waarde van de complexen is compleet herstel volgens hem niet nodig. ,,Het is belangrijk dat de mooiste restanten bewaard blijven. Die moeten ook voor het publiek toegankelijk blijven. Die zou je kunnen omvormen tot musea of parken.''

Er wordt in Twente veel en vaak gekeken naar het Ruhrgebied waar de afgelopen tien jaar grote industriecomplexen en kaalgeslagen landschappen zijn omgevormd tot parken, wooncentra, kantoren, musea. In het centrale deel van het Ruhrgebied is hard gewerkt aan ecologische, economische, stedenbouwkundige en culturele vernieuwing, zegt projectcoördinator J.Dettmar. Er waren industriecomplexen met een grootte van meer dan dertig hectare. In totaal is er 10.000 hectare overbodig industrieterrein `herschikt'. Dat heeft de deelstaat Noordrijn-Westfalen overigens een miljard mark gekost. ,,Je moet de tijd hebben'', zegt Dettmar. ,,Alleen dan kan er iets moois ontstaan. Je moet niet worden opgejaagd.'' Juist omdat hij tijd had, konden complexen worden herbouwd tot tentoonstellingsruimten, konden koeltorens duikcentra worden en fabrieken klimwanden. ,,We willen niet terug naar de tijd van voor de Industriële Revolutie, naar de tijd van voor de zware industrie. Dat kan praktisch gezien niet eens. Wat we willen is het historisch erfgoed van de streek inpassen in een nieuwe bestemming.''

Met het Ruhrgebied in gedachten wil ook Twente gaan werken aan ,,een nieuwe identiteit''. Er wordt hardop gedacht aan parken met ,,streekeigen elementen'', aan musea en aan nieuwe recreatieve voorzieningen. De komende tijd, zo klinkt het, moeten plannen concreet gemaakt worden. Daarna kunnen ze worden uitgewerkt. ,,Het gaat enerzijds om de geschiedenis van de regio en anderzijds om een duurzaam hergebruik van het industrieel erfgoed. Op basis daarvan moeten de plannen worden ontwikkeld'', aldus Linneman.