Studentmoeder uit jaren zestig zal terugkeren

Siv Gustafsson (1943), hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam: ,,De emancipatie van de vrouw is in 2030 voltooid. In termen van baan, inkomen en politieke macht zijn vrouwen volledig geëmancipeerd. Ook de emancipatie van de man is voltooid. Mannen kunnen in 2030 zorg dragen voor zichzelf en voor hun kinderen.

Niemand denkt tegen die tijd meer dat goede zorg voor de kinderen na het eerste levensjaar de voortdurende aanwezigheid van de moeder veronderstelt. De cultuur dat je zelf thuis moet zijn voor de opvoeding, is nu nog heel sterk in Nederland. In de toekomst zal ook het contact van het kind met andere belangrijke volwassenen – zoals de vader en grootouders – op waarde worden geschat.

Het model waarbij allebei de ouders vier dagen in de week werken, ieder een dag bij het kind zijn, en het kind drie dagen naar de crèche gaat, zal algemeen aanvaard zijn. Aanwezigheid zal overigens niet altijd meer aandacht betekenen. Veel ouders zullen dankzij de nieuwe informatie-technologie thuis werken, maar toch geen aandacht aan hun kinderen kunnen besteden. Het onderscheid tussen baan en privé-leven zal kleiner worden.

De student-huwelijken zullen terugkeren. Moeders zijn nog nooit zo oud geweest als nu. Momenteel ligt het gemiddelde op 29 jaar bij het eerste kind. Nederland is daarin koploper in Europa. Daaraan kleven allerlei medische bezwaren, zoals vruchtbaarheidsproblemen en een toename van het risico van Downsyndroom. Tegelijkertijd wordt de opleidingsduur in Nederland, net als elders in de wereld, steeds langer. Daarom zullen de student-moeders, die je ook in de jaren zestig had, terugkeren. Goede en betaalbare kinderopvang zal de combinatie van studeren en het hebben van kinderen mogelijk maken.

Op het gebied van de participatie van vrouwen op de arbeidsmarkt zal Nederland zijn achterstand volledig hebben ingelopen. Het is nu zo dat ongeveer 75 procent van de moeders met jonge kinderen werkt, terwijl dat maar vijftig procent is bij moeders met volwassen kinderen. Als je stopt met werken, wen je aan die manier van leven. Het is ook waarschijnlijk dat iemand die op jonge leeftijd werkt, op latere leeftijd nog steeds een baan zal hebben. Die achterstand van Nederland loopt dus snel terug bij de jongere generatie.

We krijgen een hele nieuwe emancipatiegolf van de man. Veel mannen zitten nog in een honey-trap. Ze zijn workaholic, omdat ze hun werk het leukste vinden dat er is. In de toekomst zien steeds meer mannen in dat de liefde van kinderen, vrouwen en vrienden belangrijker is dan werk en nieuwe consumptie-mogelijkheden, zoals reizen. En dat liefde niet vanzelf, maar alleen door aandacht komt. Het vinden van een goede balans in het leven wordt daarom steeds belangrijker voor zowel vrouwen als mannen.''