Speciale ambassadeur onderstreept belang van mensenrechten

Het grote belang dat Nederland hecht aan mensenrechten wil minister Van Aartsen onderstrepen met de benoeming van een speciale ambassadeur voor mensenrechten en de vorming van een directie mensenrechten en vredesopbouw op zijn departement.

In een toelichting op zijn begroting noemt hij de mensenrechten ,,een van de rode draden door ons beleid''.

Op de vraag waarom Nederland niet in de Europese Unie heeft gepleit voor een speciale mensenrechtenvertegenwoordiger, en of een eigen ambassadeur niet het risico meebrengt dat men elders onbedoelde verschillen gaat zien tussen de EU en Nederland, zegt hij: ,,Het is een van onze grote prioriteiten. Als je daaraan een extra `push' wilt geven, is zo'n benoeming gerechtvaardigd.''

Met `bulldozers' als minister Herfkens en staatssecretaris Benschop (Europese Zaken) deelt Van Aartsen volgens eigen zeggen als ,,eenvoudig minister van Buitenlandse Zaken energie, engagement en enthousiasme''. In het komende jaar wil hij, na de Kosovo-crisis, proberen het internationale debat over de humanitaire grondslag voor militaire interventies te helpen ,,lostrekken''. Andere prioriteiten zijn: de Europese integratie, het veiligheidsbeleid en de transatlantische relatie, consulaire dienstverlening, armoedebestrijding en de regio's Zuidoost-Europa, Afrika en het Midden-Oosten.

In de Europese Unie wil Nederland zich sterk maken voor de toetredingskansen van Roemenië en Bulgarije, als `ankers' die de stabiliteit in Zuidoost-Europa kunnen bevorderen. Staatssecretaris Benschop zei daarover, en over de Turkse EU-kandidatuur, nog dit jaar op een Europese Top onder Fins voorzitterschap besluiten te verwachten.

Onder Benschops verantwoordelijkheid verschijnt dit jaar ook voor het eerst op Prinsjesdag `De staat van de Europese Unie', een 169 pagina's tellend rapport over de EU `vanuit Nederlands perspectief', dat voortaan jaarlijks uitkomt.

De groeiende vraag naar consulaire diensten, ook voor gedetineerden in het buitenland, leidt tot een hogere werkdruk die de komende jaren ,,mede door de toenemende politieke en publieke aandacht'' nog zal toenemen. Buitenlandse Zaken laat een extern onderzoek houden naar de organisatie en de kwaliteit van het consulaire werk en een mogelijk andere verdeling van de kosten. Daarover merkt Van Aartsen op dat Buitenlandse Zaken vaak de kosten draagt terwijl ,,grote afnemers'' als de Immigratie- en Naturalisatiedienst en de Sociale Verzekeringsbank de voordelen hebben. Maar de zorg voor gedetineerden wordt in elk geval geïntensiveerd, onder meer door hen vaker te laten bezoeken en door een systeem van giften (50 gulden per maand) en/of leningen op te zetten.

Voor 2000 is bijna tien miljard gulden uitgetrokken voor buitenlands beleid (1,1 procent van het bruto binnenlands product, bbp). Daarvan gaat 7,3 miljard (0,8 procent van het bbp) naar ontwikkelingssamenwerking, dat 500 miljoen extra krijgt als gevolg van een nieuwe bbp-berekening en een geraamde economische groei van 2,75 procent. Dat extra geld zal overwegend worden besteed aan de Balkan, als bijdrage aan het stabiliteitspact voor Zuidoost-Europa en voor legering van militairen daar. Door deze meevaller hoeft er bijvoorbeeld niet op de hulp aan Afrika te worden gekort. Mede dankzij de hoogte van zijn bijdrage (een half miljard tot 2002) komt Nederland met 'swerelds rijkste landen (de G-8) in het IMF-bestuur voor het Balkan-stabiliteitspact, aldus minister Herfkens. De compensatie voor haar aandeel in de kosten van de militaire KFOR-macht in Kosovo is bovendien structureel, wat ruimte geeft wanneer het accent in de komende jaren gaandeweg van militaire naar civiele en humanitaire uitgaven wordt verlegd.

De minister zei in haar toelichting dat zij absoluut niet bang is dat zij het uitgetrokken geld niet kan ,,wegzetten'' in Zuidoost-Europa. Weliswaar rollen in Kosovo de hulporganisaties ,,over elkaar heen'' en dreigt een versnippering van de hulp, ,,maar in Macedonië en Albanië is veel te doen en ook Bosnië heeft een stevige tik gehad''.

Herfkens noemde haar budgettaire meevaller, die voor 1999 al goed is voor een extra bedrag van 325,7 miljoen, ,,het mooiste nieuws''. Nu het aantal landen waarmee Nederland een rechtstreekse ontwikkelingsrelatie heeft tot twintig is beperkt, wil zij zich meer gaan richten op verbetering van de kwaliteit van de multilaterale hulpkanalen. Daartoe rekent zij ook het `zachte-leningenloket' van de Wereldbank, waarmee Ontwikkelingssamenwerking voortaan ten koste van Financiën meer te maken krijgt.

In internationaal verband wil Herfkens voorts ,,met de vuist op tafel slaan'' om de grote landen ertoe te brengen werkelijk hun toezeggingen inzake schuldenverlichting ten bate van de Derde Wereld tot uitvoering te brengen. Van haar eigen budget gaat in 2000 1,5 miljard op aan rechtstreekse en langlopende bilaterale hulp. Zij zal de Tweede Kamer een paar weken voor de begrotingsbehandeling in december schrijven hoe dat bedrag over de geselecteerde groep van twintig landen wordt verdeeld. Overigens besteedt ze volgend jaar voor 2 miljard aan zogenoemde niet-gedelegeerde bilaterale hulp, 1,9 miljard via multilaterale kanalen als Wereldbank en IMF en 730 miljoen aan financieringshulp voor particuliere organisaties (met een reserve van nog eens 500 miljoen). De rest van haar begroting (700 miljoen) gaat onder meer op aan opvangkosten van asielzoekers en salarissen.

Minister De Grave (Defensie) publiceert deze Prinsjesdag een `beleidsarme' begroting. Reden daarvoor is dat hij later dit jaar met zijn Defensienota-2000 komt, die een beleidsbasis voor de komende tien jaar moet geven. Begin dit jaar gaf hij in een `hoofdlijnennotitie' daarvoor al de contouren aan. De Grave belooft dat hij in zijn nota rekening zal houden met ,,ervaringen met de militaire operaties rond Kosovo'' en met voorstellen die de afgelopen maanden zijn gedaan in de zogeheten Strategische Toekomstdiscussie. Zonodig zal de nu voorgelegde begroting overeenkomstig worden aangepast, schrijft hij.