Slepen met kruiwagens mest

Boer Breukink uit Hengelo houdt scharrelvarkens. Hij is ,,diervriendelijk en milieubewust''. Toch gaat zijn bedrijf ,,naar de knoppen'' als minister Brinkhorst (Landbouw) zijn mestplannen uitvoert.

De zeugen zonnen in het zand. Als boer Dick Breukink (49) ze nadert, komt een van hen naar hem toe. Terwijl het knorrende dier haar kop op de voeten van de veehouder legt, aait hij het over de oren. ,,Mijn varkens laten zich graag aanhalen, ze voelen zich prettig omdat ze geen stress hebben'', zegt de veehouder.

Op de boerderij van Breukink, achteraf in het Gelderse dorp Hengelo, lopen de dieren buiten. Twintig jaar lang hield hij (in stallen) vleesvarkens, in het nabijgelegen Zutphen. Maar toen zijn bedrijf moest wijken voor woningbouw, deed Breukink wat hij al héél lang wilde: negen maanden geleden ging hij met scharrelvarkens aan de slag. ,,Het dierenwelzijn staat bij mij voorop, maar ik ben óók marktgericht'', vertelt hij.

Bij zijn start wist Breukink dat hij niet voor subsidie in aanmerking kwam. ,,Wie op scharrelvarkens overgaat, kan van de EU een financiële bijdrage ontvangen, op voorwaarde dat hij maximaal veertig varkens per hectare houdt. In mijn geval zou dat betekenen, dat ik ten hoogste tweehonderd dieren mag bezitten. Daar kan ik niet van leven. Ik kan hier sowieso geen extra grond krijgen, bovendien zou die onbetaalbaar zijn. Tachtigduizend gulden per hectare kost het land in deze regio.''

Breukink heeft tachtig fokzeugen, een paar honderd biggen en in de toekomst moeten daar vijfhonderd vleesvarkens bij komen. Op zijn vroegere (gesloopte) boerderij had hij de zorg voor ruim twaalfhonderd beesten. ,,Ik ben nu op kleinere schaal, diervriendelijk en milieubewust bezig. Desondanks gaat mijn bedrijf naar de knoppen als de mestplannen doorgaan'', vertelt de varkenshouder. Hij zegt dat het voor hem ,,onmogelijk'' is zelf zijn mest ergens kwijt te raken, zoals minister Brinkhorst van Landbouw wil.

Hij trekt zijn stoel dichter naar de keukentafel. Zijn gezicht betrekt. ,,Het is heel cynisch. Zeven, acht jaar geleden deden we hier in de Achterhoek al wat Brinkhorst nú wil: we regelden onze mestafzet perfect. Gelderse en Overijsselse boeren hielpen het mestbureau Oost `in de benen', dat de mest naar de zogenoemde tekortgebieden in het noorden transporteerde. Nu komt zo'n gekke, respectloze minister vertellen dat we zélf, rechtstreeks, zaken moeten doen. Het is een klap in mijn gezicht, zeker als je bedenkt dat ik 7.500 gulden in Oost heb geïnvesteerd.''

Als hij zijn bezoek een overall en laarzen aanreikt voor de rondleiding op de boerderij, haalt Breukink nóg een keer uit naar Den Haag. ,,Toen mijn oude bedrijf in Zutphen vorig jaar sloot, verkocht ik een aantal varkensrechten voor drie ton. De kopers hebben nog niet betaald, als gevolg van de rammelende werking van de Wet Herstructurering Varkenshouderij. Het Bureau Heffing in Assen loopt ernstig achter bij het registreren en verifiëren. Laat die mijnheer Brinkhorst daar maar eens gaan kijken.''

De hoeve in Hengelo ziet er proper uit, hoewel Breukink nog volop aan het verbouwen is. Hij doet alles zelf: timmeren, de electriciteit, metselen. ,,Ik heb gelukkig twee rechterhanden.'' Als scharrelboer heeft hij het drukker dan voorheen in Zutphen. ,,Ik doe dingen die andere veehouders al twintig jaar hebben afgeschaft, zoals het slepen met kruiwagens stromest'', lacht hij. ,,In tegenstelling tot staldieren doen mijn varkens hun behoefte soms op de verkeerde plek.'' Het bedrijf van Breukink behoort, net als zo'n 25 andere ondernemingen, tot de coöperatie Bonvivant in Didam, die ook een slachterij heeft. Bonvivant eist dat het voer van de scharrelvarkens géén groeibevorderaars bevat. Bovendien zijn de aangesloten leden verplicht hun dieren verse maïs, granen en bieten bij te voeren.

Breukink zegt ,,een goede boterham'' te verdienen, als hij er tenminste in slaagt ,,technisch behoorlijk te draaien''. Dat houdt in dat er voldoende biggen geboren moeten worden en opgroeien en dat de dieren niet ,,overmatig veel'' voedsel verorberen. ,,Een scharrelboer krijgt 3,40 gulden voor een kilo vlees, een traditionele boer 2,50. Ons vlees kost, uiteraard, in de winkel ook méér (anderhalve gulden), maar het is smaakvoller en de belangstelling van het publiek neemt gelukkig toe.''

De Productschappen Vee, Vlees en Eieren (PVE) in Rijswijk melden dat 0,2 procent van alle geslachte varkens scharrelvarkens zijn. In 1997 waren het er 35.000, een jaar later 43.000 en in het eerste kwartaal van 1999 is de stijging tien procent ten opzichte van dezelfde periode verleden jaar. Er zijn 68 `producenten' en 79 slagers voor scharrelvarkens.

Nog een pluspunt van scharrelvarkens?, vraagt boer Breukink. ,,Mijn fokzeugen worden zo'n vierenhalf jaar oud, terwijl de dieren in de bio-industrie niet langer dan drie jaar leven. Bovendien werpen mijn zeugen in totaal wel zeven keer'', voegt hij daar trots aan toe.

Het mooie resultaat daarvan is te zien in de achterste schuren van zijn eenmansbedrijf, waar de biggen vaak samen met hun moeder huizen. Zijn ze drie maanden, dan worden ze verkocht óf ze mogen naar buiten. Om met de andere zeugen te zonnen in het zand.