Rafael, Luis en Pedro

Rafael, 25, woont al drie jaar in een sanatorium voor mensen die besmet zijn met het virus dat tot aids leidt. Een sanatorium waar het eten goed is en de medicijnen heilzaam. Maar als hij in het weekend op bezoek is bij zijn ouders, droomt hij van emigreren naar Spanje. Weg uit die omgeving van ziekte en vrienden die sterven. Hij wil van zijn leven nog iets maken, al zijn z'n jaren geteld.

Luis, 34, wordt meestal Luisito genoemd, omdat hij zich bij voorkeur in vrouwenkleren hult en smartlappen playbackt met wilde gebaren. Alleen als hij over zijn dwingende moeder spreekt, verdwijnt de grijns van zijn gezicht. Zijn moeder vindt het al erg genoeg dat hij homoseksueel is. Dat hij ook nog besmet is, moeten de dokters haar maar vertellen. Zo gauw als op zijn ziekenzaal muziek klinkt, begint hij weer uitzinnig te playbacken. Geen moment kijkt hij naar het bed naast hem, waar een aids-patiënt met wanhopige ogen ligt te kwijnen. Luisita leeft.

Pedro, 23, ,,sterft liever in vrijheid dan te leven in een kooi''. Dat wil zeggen dat ze hem het sanatorium niet in krijgen. Hij begint de dag liever met een fles rum om zich van ,,de last van zijn gedachten te bevrijden''. Als dat niet helpt, brengt hij zichzelf wonden toe die hij meestal zelf ook weer dichtnaait. Zo verjaagt hij de demonen uit zijn lichaam. ,,Ik ben meer gewend aan pijn dan aan genot.''

Rafael, Luis en Pedro zijn de hoofdfiguren in het persoonlijke verhaal dat Mischa Kamp vertelt over drie mannen in Havana die besmet zijn. Haar documentaire verveelt geen moment. Aandachtig registreert ze de hartverwarmende genegenheid van Rafael en zijn ouders, de schrijnende liefdesverklaring van Pedro's geliefde, de nietsontziende op-zich-zelf gerichtheid van Luis. De soms schokkerige videobeelden die aan vakantiefilmpjes doen denken, versterken de ontroering over die overmaat aan menselijk tekort.

En toch stelt het eindresultaat teleur. Als kijker kom je niks te weten over Cuba, ook niet over homo's in Cuba, ook niet over aids, en weinig over de hoofdfiguren. De documentaire roept alleen maar vragen op. Waarom is Mischa Kamp juist naar Cuba getogen? Niet omdat het virus daar zo huishoudt: van de 33,4 miljoen mensen ter wereld die besmet zijn, wonen er 1.400 in Cuba. Van de volwassen bevolking is 0,02 procent besmet; eenachtste van het percentage in Nederland en minder dan eenduizendste van het percentage in Zuidelijk Afrika.

De documentaire versterkt het foutieve idee dat aids een homo-ziekte is. Weliswaar zijn in het Westen overwegend homo's besmet. Maar mondiaal vallen negen van de tien besmette mensen op de andere sekse. In Cuba houden besmette hetero's en besmette homo's elkaar aardig in evenwicht.

Door haar keuze van hoofdpersonen wekt Mischa Kamp ook de indruk dat aids een ziekte van randfiguren is. Die selectie levert de schokkendste uitspraken op, de spannendse beelden. Helaas doet ze geen recht aan de even dramatische maar meer diverse, alledaagse werkelijkheid.

Waskracht, Ned.3, 19.53-20.20u.