Premier Kok: `Echt, Nederland denkt positiever'

Minister-president Wim Kok heeft `geen enkele gêne' om de successen van de afgelopen tien jaar te incasseren. Maar het is nog te vroeg om de champagnefles te ontkurken. In een nieuwe eeuw komen nieuwe kwesties in een versneld tempo op Nederland af.

De minister-president van alle Nederlanders staat te trappelen om een nieuwe eeuw te bestormen. Echt waar? ,,Absoluut. Ik kan mijn ongeduld niet bedwingen om eraan te beginnen.''

Zou hij het menen? Premier Wim Kok (volgende week 61 jaar) staat bekend als een nuchter politicus. Degelijk en betrouwbaar, zeggen zijn bewonderaars. Weinig visionair, zeggen zijn critici. Zou de eerste minister opeens `iets hebben' met de fata morgana van een nieuw millennium?

Nog maar 'ns gevraagd: echt waar?

,,Werkelijk waar. Een gevoel van nieuwe energie maakt zich van je meester. Je kunt natuurlijk zeggen: 1 januari 2000 zal niet anders zijn dan 1 januari 1999. En de computers moeten natuurlijk eerst het millenniumprobleem nog goed doorstaan. Maar het jaar 2000 geeft een kick, nodigt uit tot een frisse start. Het is een moment waarop we tegen elkaar kunnen zeggen: we gaan versnelling aanbrengen in het werk dat ons te doen staat.''

De kick van Kok. Of is het toch eerder: het ongeduld van Kok? Hij geeft het zelf aan: ,,De tijd die je als kabinet beschikbaar hebt om productief te zijn, is veel korter dan vier jaar. Het eerste half jaar gaat heen aan inwerken en wetgeving voorbereiden. In het laatste half jaar is het alweer verkiezingstijd, waarin een kabinet weinig nieuwe initiatieven kan nemen.''

Drie jaar zuivere speeltijd voor Kok-II, kortom. Met veel blessures in het eerste jaar. ,,Het was een merkwaardig seizoen, inderdaad. Eerst was er de kritiek dat er te weinig uit onze vingers kwam. Net toen dat geluid zo'n beetje was verstomd, kregen we de Nacht van Wiegel en die hele reeks incidenten die daarna kwam. Het is vooral spijtig dat het allemaal zoveel tijd heeft gekost. Maar we moeten er niet te dramatisch over doen. Veel achterstand is alweer weggewerkt. Dat kan ik gerust zeggen als ik de stukken van Prinsjesdag overzie en erbij optel wat we onlangs naar buiten hebben gebracht: voorstellen voor een nieuw belastingstelsel, een nieuwe Vreemdelingenwet, betaald zorgverlof, noem maar op.''

Prinsjesdag 1999 als vette streep onder een moeilijk eerste seizoen van Paars-II, als de dag waarop de rijksbegroting met het `magische' getal 2000 wordt gepresenteerd. En om in jubileumsferen te blijven: vijf jaar premier Kok, tien jaar PvdA in de regering, dezer dagen. ,,Het houdt niet op met de mooie getallen'', lacht de premier aan de vooravond van Prinsjesdag.

Inderdaad, aan mooie getallen geen gebrek. De economie groeit als kool, het begrotingstekort van de rijksoverheid smelt weg, het beladen begrip `werkloosheid' heeft plaatsgemaakt voor `spanningen op de arbeidsmarkt', aannemers klagen over gebrek aan zand en heipalen.

's Rijksfinanciën saneren, werkloosheid bestrijden: dat is de kern van de boodschap die Wim Kok in dienst van de kroon een decennium lang heeft uitgedragen. Is hij klaar nu? Heeft hij nog wel een `agenda' voor de komende vijf à tien jaar?

Eerst een terugblik. ,,Ik heb geen enkele gêne bij het incasseren van de winst die in de afgelopen tien jaar op heel veel terreinen is geboekt. Maar de eerlijkheid gebiedt te zeggen dat veel belangrijk werk al in de jaren tachtig is begonnen. Het terugdringen van het begrotingstekort, dat aan het einde van de kabinetsperiode-Van Agt/Wiegel een dramatisch hoogtepunt had bereikt, is al in de jaren tachtig aangevat. De afspraken over loonmatiging, die de basis hebben gelegd voor duurzaam herstel van de werkgelegenheid, zijn terug te voeren op begin jaren tachtig. We mogen de successen niet zelfgenoegzaam voor onszelf alleen opeisen.''

De boodschap is begrepen: eerlijk zijn, kritisch blijven. En dus maar meteen een openstaande rekening uit de jaren negentig ingediend: het enorme leger van `inactieven' dat buiten de arbeidsmarkt staat, tijdelijk of definitief. Het aantal arbeidsongeschikten stijgt weer. Het ziekteverzuim loopt op. De vooruitzichten voor een harde kern van langdurig werklozen blijven betrekkelijk hopeloos. Hebben maatregelen van Paars-I en -II daartegen onvoldoende geholpen? En moet het onderwijs niet een veel krachtiger bijdrage kunnen leveren om het gat te helpen dichten tussen enerzijds ruim 1,2 miljoen mensen beneden de 65 jaar die `aan de kant staan' en anderzijds ruim 150.000 vacatures waarvan bijna de helft `moeilijk vervulbaar' is?

De premier ziet de problemen en noemt ze `uitdagingen'. Maar eerst wil hij dit gezegd hebben: ,,We moeten de kwesties wel in het juiste perspectief bekijken. Sanering van de overheidsfinanciën is geen doel op zich geweest. Het is vooral een middel om geld vrij te spelen voor wat echt belangrijk is, zoals investeren in de sociale en fysieke infrastructuur van ons land. Het valt niet te ontkennen dat de Nederlandse economie in de jaren negentig gezonder en veerkrachtiger is geworden. Nederland heeft sociaal en economisch gezien echt een enorme sprong voorwaarts gemaakt. Daardoor zijn we nu veel beter toegerust om allerlei problemen op te lossen dan we tien jaar geleden waren.''

Nederland is nog lang niet klaar, maar Nederland is er klaar voor, zo betoogt Kok. De collectieve lasten zijn teruggedrongen. Of, in het vocabulaire van de premier: ,,Er zijn veel meer sterke schouders gekomen om de lasten van de zwakkeren in de samenleving te helpen dragen. We mogen en zullen er niet in berusten dat het aantal arbeidsongeschikten weer oploopt. Maar tegenover de ruim 900.000 AOW'ers staat nu een arbeidsparticipatie die in de afgelopen jaren spectaculair is gegroeid. Het is van belang die proporties scherp in het oog te houden.''

Nederland is niet ziek meer. Maar voelt het land zich ook beter? Er heerst veel bezorgdheid over het onderwijs: bovengemiddeld hoog ziekteverzuim onder leraren, de basisvorming is (nog) geen doorslaand succes, wel geld maar geen personeel voor kleinere klassen. Vergelijkbaar gesomber, over werkdruk en wachtlijsten, beheerst de zorgsector. En andere berichten uit de samenleving: meer `alledaagse' maatschappelijke ontwrichting door toenemend alcoholgebruik, meer slachtoffers van geweldsdelicten.

De premier zegt geen enkel probleem van welke aard dan ook te willen wegwuiven. Maar hij ziet evenmin ,,reden om onszelf de put in te praten''. Sterker nog: ,,Ik vind de stemming in het land de afgelopen tien jaar opmerkelijk positiever geworden. Het gaat ons nu al een reeks van jaren economisch voor de wind. Dat geeft een sfeer van optimisme. Bij werkbezoeken en bij vele andere ontmoetingen valt het mij steeds weer op hoe oplossingsgericht mensen bezig zijn. Sommige problemen mogen misschien even taai zijn als tien jaar geleden, maar veel mensen gaan er anders mee om: minder tobberig, meer bereid de schouders eronder te zetten. Echt, Nederland denkt positiever.''

Heeft hij voorbeelden? Die heeft hij, het ene na het andere. Van projecten waarbij probleemjongeren een half jaar lang onder begeleiding van de politie worden ingezet bij het toezicht op straat. ,,Je ziet dan hoe jongens en meiden, die al aan het afdrijven waren naar de randgroepen, weer zelfrespect krijgen. Die denken: jee, we tellen weer mee. Een groot deel van de jongeren stroomt door naar een baan.''

Ander voorbeeld, na een werkbezoek dat de premier vorige week aan Leiden bracht: ,,Langdurig werklozen worden ingezet om pendelbusjes te rijden tussen het centrum en parkeerplaatsen aan de rand van de stad. Zo snijdt het mes aan vele kanten: mensen zijn weer aan het werk, congestie wordt bestreden, de leefbaarheid van de binnenstad verbetert, de omzet van winkeliers stijgt.''

Uit de voorbeelden spreekt volgens de premier ,,dat de geïntegreerde aanpak van het grotestedenbeleid vruchten afwerpt. Vroeger had je welzijnswerkers om mensen op te vangen en politie om erop te slaan als mensen over de schreef gingen. Instanties werken nu op alle niveaus veel intensiever samen om zwakke wijken en regio's een impuls te geven. Om mensen de bescherming en verzorging te bieden die ze nodig hebben, maar ook om ze te activeren, aan te spreken op hun verantwoordelijkheid, beter gebruik te maken van hun mogelijkheden. Het sociale vangnet is een trampoline geworden; die beeldspraak blijft me aanspreken.''

Zo gesteld is het de hoogste tijd dat de overheid de investeringen in `activerend sociaal beleid' eens fors gaat opvoeren. Succes smaakt naar meer. Toch? De gedachte is al ontkiemd in de fracties van de PvdA en D66. Met een begrotingsevenwicht onder handbereik zien zij ruimte ontstaan voor extra uitgaven: voor onderwijs, voor zorg, voor milieu.

Kok antwoordt met een kort college dat klinkt als de nabeschouwing van een schaatswedstrijd. ,,Het regeerakkoord gaat uit van 9procent economische groei in vier jaar. Na bijna twee jaar zal al meer dan de helft binnen zijn: naar verwachting 5,25 procent in 1999 en 2000 samen. Als de economie het in de jaren daarna goed blijft doen, dan komt ondanks een eenmalige verhoging van het tekort door de 5 miljard lastenverlichting in 2001 een begrotingsevenwicht eerder in zicht dan we in 1998 nog dachten. Ik zal de eerste zijn om de champagnefles te ontkurken als we dat moment bereiken. Hoe eerder, hoe beter. Dan komt er echt geld vrij voor extra investeringen en versneld aflossen van de staatsschuld. Maar zover zijn we nog niet.''

Begroting 2000, 2001, 2002. Klinkt het ook als aftellen naar het einde van het tijdperk-Kok? De vraag hoeft niet te worden gesteld, want zou zonder antwoord blijven. Maar heeft de premier een `samenhangende visie' voor het volgende decennium, in welke positie hij dat ook zal meemaken? Wat zijn de grote thema's voor 2002-2010?

Kok verwijst naar de Troonrede, waarin de regering de trends voor de middellange termijn beschrijft. Met enerzijds vergrijzing en verkleuring van de bevolking, die onderstreept Kok ,,dichtbij huis toenemend hoge eisen zal stellen aan de solidariteit tussen generaties en tussen bevolkingsgroepen''. Anderzijds: de informatie- en communicatierevolutie en integrerende internationale markten die ,,de hele wereld in alle opzichten nóg dichterbij zullen brengen.''

In al die ontwikkelingen ziet Kok een constante factor: ,,Versnelling. We zullen de komende tien, vijftien jaar nog veel sterker gaan merken dat er feitelijk geen grenzen meer zijn. Dat wordt de grote uitdaging van de volgende eeuw. We zullen ons in alle opzichten ontwikkelen tot wereldburgers. Maar ook zullen we de eigenheid van onze samenleving, van onze Nederlandse identiteit en de daarmee verbonden waarden en normen blijven koesteren. Wij Nederlanders moeten middenin de wereld staan en tegelijk niet veronachtzamen dat we in dit land veel met elkaar willen blijven hébben. Dichtbij en ver weg worden steeds belangrijker: dat zijn de polen waartussen we ons zullen bewegen.''