Pasar Pitih bestaat niet meer

Op het vliegveld van de Oost-Timorese hoofdstad Dili arriveren vliegtuigen van de internationale vredesmacht. Maar zolang er ook nog soldaten van het Indonesische leger in Oost-Timor zijn, blijft het oorlog.

In de Oost-Timorese havenstad Dili staan alleen nog de gebouwen van het Indonesische leger ongeschonden overeind. Een rookkolom stijgt op boven een brandend gebouw in de buurt van de zee. Alleen daar, langs het strand, is het druk. Een paar duizend vluchtelingen zitten hier in het zand op wat resteert van het eigen meubilair of wat daar de afgelopen weken van verschrikkingen aan toe is gevoegd: collegestoelen uit het inmiddels zwartgeblakerde universiteitsgebouw, bureaus uit geplunderde overheidskantoren.

Op het vliegveld arriveert met donderend propellergeraas een gestage stroom Australische Hercules transporttoestellen. Naast het geschonden hoofdgebouw van het vliegveld Komodo kijken Indonesische mariniers vanuit een vrachtwagen gelaten toe.

Een woordvoerder van de Australische generaal Cosgrove, die de vredesoperatie leidt, zegt dat de samenwerking met het Indonesische leger uitstekend is. De vredesmacht, inmiddels 1500 man sterk, heeft zich ingegraven bij het vliegveld. Buitenlandse militairen patrouilleren voorzichtig in ganzenmars door verlaten buitenwijken, waar voornamelijk afgebrande huizen te zien zijn.

Bij de haventerminal staat aan het begin van de middag een lange stoet trucks van het Indonesische leger gevuld met huisraad, terwijl voor de rede van Dili vier Australische en Britse oorlogsschepen liggen. Aan de boulevard die langs het door vluchtelingen gekraakte paleis van de Oost-Timorese gouverneur voert, staan Marcos en zijn broer Francesco nieuwsgierig de vreemdelingen te bekijken. ,,Het is nu rustig maar nog niet veilig'', zegt Marcos, een gepensioneerde overheidsambtenaar. Met een hoofdknik in de richting van een passerende open vrachtwagen, gevuld met Indonesische soldaten. Zolang zij hier zijn blijft het oorlog.

Vanochtend is een van zijn zoons bij de markt in het oude centrum van Dili aangehouden en ondervraagd door Indonesische soldaten en gisteren nog, terwijl de Australiërs al binnenkwamen, zijn er mensen van de Aitarak-militie hier op het strand geweest om vluchtelingen te dwingen te vertrekken naar West-Timor, vertelt Marcos. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant uit vrees voor wraak van de pro-Indonesische milities.

Marcos loopt naar de plek waar zijn familie nu huist. Overal verspreid bevinden zich lotgenoten. Honden, biggen en kippen scharrelen rond. Aan het huisraad van Marcos is te zien dat hij eens relatief welgesteld was: Rococo meubels staan op een bamboemat onder een oranje zeil dat is gespannen tussen een boom en de oude landrover van Marcos. ,,We komen allemaal uit Pasir Putih, een vissersdorp drie kilometer buiten Dili'', zegt hij. Zijn broer Francesco vult aan: Pasir Putih bestaat niet meer. Alle huizen zijn platgebrand door het Indonesische leger en de milities.

Op een bank in een hoek zit de dochter van Marcos met betraande ogen. Haar man is afgelopen donderdag bij het kantoor van de gouverneur vermoord. De dochter laat foto's zien van haar man. Eén ervan in bokshouding met ontbloot bovenlijf, één samen met de voormalige president Soeharto.

,,Mijn man is Thomas Americo, de bekendste bokser van Indonesië'', zegt ze dan. ,,Hij bokste ook wedstrijden in Amerika.''

Marcos vertelt dat milities vorige week kwamen om hen te dwingen te vertrekken maar Thomas zei dat zij hem eerst moesten doden. ,,Eerst sloegen ze hem met een emmer, toen hakten ze met een kapmes in zijn rechterdij en in zijn zij. Tenslotte staken ze hem in de borst. Ik heb het met eigen ogen gezien. Ze hebben hem in een auto gestopt, we hebben hem nog voorbij zien rijden maar zijn lichaam is nooit gevonden. Verderop, even buiten de stad, hangt het onderlijf van een man in een boom, al dagen. Ik ben gaan kijken, maar Thomas is het niet.''

Zijn dochter is in tranen en wiegt zachtjes met haar bovenlijf. Francesco zegt dat de vluchtelingen nog altijd niet veilig zijn. ,,De milities en het leger staan vlak buiten Dili. Als ze ons vermoorden zullen ze zeggen dat de vrijheidsstrijders van Falentil dat gedaan hebben. Als dat gebeurt geloof het dan niet, zij zullen het gedaan hebben. Het zijn aartsleugenaars.''