Opstand III

De schrijver György Konrád, in 1956 net afgestudeerd, sjouwde al die dagen door de stad met een machinepistool waarmee hij geen schot zou lossen. Hij was een soort lijfwacht van een hoogleraar, maar hij was, zo vertelde hij, ook medewerker van een literair tijdschrift. ,,Ik besloot de directeur van het staatsuitgeefbedrijf maar eens op te zoeken, om voor ons blad een grotere oplage te vragen. Ik vroeg om 30.000. Hij zei: `Natuurlijk, 50.000, 50.000.' Ik begreep niet dat zijn antwoord alles te maken had met mijn machinepistool aan de kapstok.

,,Op de eerste vredige dag heerste er weer een zekere orde. De aanvoerder van de lynchpartij bij het partijkantoor was al gearresteerd. De staking was over. Er zouden vrije verkiezingen komen. Hongarije zou uit het Warschaupact treden, we leefden, kortom, in een prachtige illusie, die zondag. Van buiten de stad kwamen geruchten over Russische tankbewegingen, maar dat was een misverstand, dachten we.

,,'s Nachts hoorde ik de eerste schoten. De radio aan, net als iedereen. Toen 's ochtends heel vroeg naar de universiteit, met mijn machinepistool. Door de straten reden Russische tanks. Maar zij schoten niet op ons. Dus wij besloten ook niet op hen te schieten. We waren laf of verstandig, dat weet ik nog niet.

,,Daarna de keuze: in het land blijven of vluchten. De helft van mijn vrienden trok weg. Toen opnieuw een keuze: meewerken met het regime of niet. Niet meewerken dus. Dan een soort marginaal bestaan, waarvan het enige doel was: bewaren wat er vroeger bestond. Maar dan kom je bij het saaie verhaal van na '56.''