Kabinet blijft hopen op gematigde lonen

Hij verzucht het keer op keer, minister De Vries van Sociale Zaken: ,,Het is een buitengewoon complexe materie, maar we zijn er hard mee bezig.'' Deze vermoeide klacht geldt de voorkoming van de armoedeval – het geringe verschil tussen een uitkering met allerlei inkomensafhankelijke extra's en een salaris waarbij die extra's zijn komen te vervallen. Het betreft het omgaan met krapte op de arbeidsmarkt aan de ene kant en vele inactieven aan de andere kant. En het gaat vooral om de uitvoering van de sociale zekerheid. Die moet `naar de markt' worden gebracht. Dat is de grootste klus voor het departement.

Maar: hoe, in welke mate en wanneer? Daar zijn De Vries en zijn `side-kick', staatssecretaris Hoogervorst, nog niet uit. Ze meenden op grond van het regeerakkoord een verdeling gevonden te hebben tussen wat `de markt' gaat doen en wat `de overheid' in handen houdt. Het luisterde naar de naam `loodsmodel' en bestond er uit dat de beslissing of iemand recht zou hebben op een WAO- of WW-uitkering, genomen wordt door een ambtenaar die bij een commerciële uitvoerder was gestationeerd.

De Kamer vond het veel te ingewikkeld – ,,te veel knippen in de uitvoering'', zo heette het – en De Vries en Hoogervorst waren blij dat ze hun voorstel hadden gegoten in een discussienota en niet in een wetsvoorstel.

Voor het eind van het jaar komen ze weer een nieuwe variant komen. Het zal een van de vijf mogelijkheden zijn waar ze nu op studeren. Enkele komen uit het buitenland, maar alle vijf zijn, net als het gesneuvelde loodsmodel, hybride, waarbij de markt taken op zich neemt en ook de overheid taken voor haar rekening neemt. ,,We komen er wel uit'', zei De Vries bij de presentatie van zijn begroting. ,,Maar complexe dingen met andere complexe dingen verbinden maakt het geheel supercomplex.''

De gedeeltelijke privatisering van de uitvoering van de sociale zekerheid moet uiteindelijk leiden tot minder werklozen en arbeidsongeschikten, met als gevolg lagere WW- en WAO-premies en een goedkopere uitvoering. Of dat lukt hangt niet af van het meest paarse ministerie van het kabinet, van De Vries (PvdA), Hoogervorst (VVD) en staatssecretaris Verstand (Emancipatie, D66). Of het slaagt zal afhangen van werkgevers én werknemers die al die idealen moeten verwezenlijken.

Nederland mag dan internationaal vermaard zijn wegens het in vele ogen unieke overleg tussen de sociale partners, de bewindslieden van Sociale Zaken worden, zo zeggen ze, ook geconfronteerd met de keerzijde daarvan. `De politiek' heeft immers geen invloed op de collectieve arbeidsovereenkomsten die in het bedrijfsleven worden afgesloten en die soms de intenties van het kabinet doorkruisen.

Zo is in veel CAO's geregeld dat een zieke werknemer 100 procent van zijn loon doorbetaald krijgt. Wettelijk is alleen een minimum van 70 procent vastgelegd. De gelogenstrafte gedachte bij de privatisering van de Ziektewet was dat de werkgevers niet snel bereid zouden zijn ook de resterende 30 procent te betalen, omdat zij voortaan voor de kosten zouden opdraaien. Gevolg is volgens Hoogervorst dat werknemers maar ziek blijven en dat zij zich pas realiseren dat hun inkomen er fors op achteruit zal gaan als de WAO-keuring na een jaar in zicht komt. Maar dan is terugkeer naar de oude werkplek nagenoeg onmogelijk. ,,Mensen moeten hun ziekte in hun portemonnee voelen'', vindt Hoogervorst.

Ook staat in enkele grote CAO's dat werknemers verplicht zijn op hun 65ste te stoppen met werken. En dat terwijl iedereen zo lang mogelijk zou moeten doorwerken. Deze bepaling staat ook in het ambtenarenreglement. En ook ambtenaren krijgen volledig doorbetaald bij ziekte. Zou De Vries zijn collega's niet moeten aansporen die bepalingen uit de overheids-CAO's te halen? De minister had er bij de presentatie van zijn begroting geen antwoord op en beperkte zich tot de extra's die het kabinet voor volgend jaar nog in petto heeft.

Het meest verwacht De Vries van de verhoging van het arbeidskostenforfait met 390 gulden. Het kost 800 miljoen gulden (ofwel een tientje per maand per werkende), maar de effecten zijn volgens De Vries niet te onderschatten. Zo verwacht hij dat werkgevers en werknemers de verhoging ,,zullen oppakken in het streven naar een verantwoorde loonontwikkeling''. Minister Zalm (Financiën), die overigens niet wenst te doen ,,aan geleide loonpolitiek via de achterdeur'', verwacht ook dat de lastenverlichting van in totaal 1 miljard gulden (inclusief onder meer een btw-verlaging) leidt tot een ,,verantwoorde houding bij de sociale partners''.

De loonmatiging is een belangrijke pijler van het poldermodel, dat is gebaseerd op een uitruil van het scheppen van banen (door bedrijven), een gematigd loon (door vakbonden), waarbij lastenverlichting (door de overheid) een goed smeermiddel is gebleken. Of de lonen te veel dreigen te stijgen, daarover wil minister Zalm zich niet uitlaten. Wel meent hij dat de kans dat de lonen hoger uitvallen dan de raming door het CPB ,,groter is dan de kans dat de lonen lager zullen uitvallen''. Omdat bij een hogere loonstijging ook de ambtenarensalarissen hoger uitvallen, houdt het kabinet de meevaller van 1,4 miljard gulden bij de sociale uitkeringen nog maar even op zak.

De verlaging van het arbeidskostenforfait moet ook het verschil tussen uitkering en baan verhogen. ,,Het voordeel om te gaan werken neemt toe'', gelooft De Vries dan ook. Deze poging om de in Nederland zeer lage `arbeidsparticipatie' te bevorderen, behoort tot de versterking van de ,,economische en sociale veerkracht'' van Nederland, die het kabinet centraal heeft gesteld in de Miljoenennota. In dat streven past ook het extra geld voor onderwijs en zorg, de investeringen in milieu en infrastructuur en de Belastingherziening 2001, die moeten zorgen voor een groener en baan-vriendelijker fiscaal stelsel.

De begroting zelf heeft voldoende veerkracht getoond. Bij de sombere ramingen dit voorjaar kon soepel worden bezuinigd, bij de huidige zonnige ramingen is er weinig gekrakeel over extra uitgaven. Zalm: ,,De begroting heeft de test doorstaan.''