Jazz met een mix van Noord en Zuid

Terwijl de millenniumklok op het Eindhovense Stationsplein triomfantelijk knipperend liet weten dat ons nog 102 dagen resten tot het jaar 2000, werd even verderop de bezoekers van Café Wilhelmina `the shape of jazz to come' in het vooruitzicht gesteld. Ornette Coleman – die in 1960 onder die titel het modernisme in de jazz introduceerde – vermengd met niet-westerse invloeden, in het bijzonder Zuid-Afrikaanse, is de toekomst van de jazz in de 21ste eeuw volgens het Paul van Kemenade Quintet. De band toerde al direct na de val van het apartheidsregime zes weken rond in Zuid-Afrika en legde contacten met inheemse muzikanten. Vorig jaar kwamen drie van hen naar Nederland om samen met het kwintet de cd Zvinoshamisa op te nemen. Het resultaat is een stomende mix van Noord en Zuid, ritme en lyriek.

Al meteen in het openingsnummer `Silenzio', dat zich soepel bewoog van weemoedig intro naar feestelijke swing via onverwachte maar minutieus getimede breaks, drukte de vier man sterke blazerssectie een duidelijk stempel op de klankkleur van de band. Net als Van Kemenades andere composities ontleende het nummer zijn sterke dynamiek aan het stapelen van zorgvuldig uitgewerkte partijen. Binnen dit geheel onderscheidden de Nederlanders Van Kemenade en Hans Sparla zich door uitbundige uithalen en prikkelende rafelrandjes, en de Zuid-Afrikanen Sydney Mnisi en Feya Faku door hecht, gloedvol samenspel.

De laatste twee kregen in een door bassist Eric van der Westen geschreven nummer de kans hun solistische kwaliteiten te etaleren. Flügelhoornspeler Faku toonde zich een degelijk maar weinig avontuurlijk improvisator, die pas na het invallen van de rest van de blazers het nette nootjes spelen achter zich liet om hoog uit te halen of diep te grommen. Ook tenorsaxofonist Mnisi, die een hees, licht omvloerst geluid liet horen, had even tijd nodig om op stoom te komen. Maar de enorme lyriek van altsaxofonist Van Kemenade en het rondborstige geluid van trombonist Sparla waren nooit lang afwezig zodat het merendeel van de tijd een overweldigend groepsgeluid te horen was.

De ritmesectie vulde de frontline vooral aan met stuwende ritmes die de blazers ertoe aanzette er telkens een schepje bovenop te doen. Een onderscheidende factor hierin was het zeer Afrikaanse gitaargeluid van Louis Mhlanga. Deze vroegere medewerker van King Sunny Ade ontlokte veelkleurige klanktapijtjes aan zijn instrument, afwisselend refererend aan het metalig getokkel uit de highlife, de zwierige melodieslierten van de flamenco en de lome chops uit de reggaekeuken. In `Zvinoshamisa' bewees hij ook over overtuigende zangkwaliteiten te beschikken. Omlijst door Van Kemenade's zijdezachte sax en Van der Westens volle, ronde basnoten, zorgde Mhlanga voor een contemplatief rustpunt in de set, die werd afgerond met het korte, supersnelle `Knip', waarin de bandleider liet horen wat het is om het maximale uit een saxofoon te persen.

Concert: Paul van Kemenade Quintet plus Faku, Mnisi en Mhlanga. Gehoord: 20/9, Café Wilhelmina, Eindhoven. Herh: 23/9 Nijmegen; 24/9 Rotterdam; 25/9 Amsterdam; 26/9 Maastricht; 29/9 Breda; 30/9 Heemstede.