`Het vele water moet meer ruimte krijgen'

Het water is niet langer een erfvijand. Die veranderde visie begint veld te winnen, ook in de boezem van Rijkswaterstaat.

De eeuwenoude strijd van de Nederlanders tegen het water belooft in het volgende millennium nog een staartje te krijgen. Doordat het waterpeil zowel van de grote rivieren als van de zee blijft stijgen en de bodem van de polders daalt door inklinking, is het in theorie mogelijk dat Amersfoort op zekere dag aan zee zal liggen.

Rijkswaterstaat wacht dat niet af en is naarstig op zoek naar inventieve methoden om het water in goede banen te leiden. In de voormalige watertoren van Krimpen a/d Lek verkenden medewerkers van Rijkswaterstaat onlangs samen met tientallen bestuurders van gemeenten en waterschappen de toekomst.

Radicale oplossingen werden daarbij niet geschuwd. ,,Gooi de hele Biesbosch onder water'', riep wethouder R.P. Binnendijk uit Capelle a/d IJssel. ,,Dan doe je ten minste iets waar je de komende honderdvijftig jaar nog wat aan hebt. Laten we nu eens niet praten over een metertje erbij of eraf maar laten we Nederland eens opnieuw proberen in te delen.''

Hij kreeg bijval van verscheidene anderen, die erop wezen dat de Biesbosch in vroeger eeuwen een veel omvangrijker watergebied was dan nu. Er is gestadig gebied van afgesnoept voor de landbouw en andere doeleinden.

Loes de Jong, die zich namens de directie Zuid-Holland van Rijkswaterstaat bezighoudt met het verwachte extra water in de regio, omarmde het idee van Binnendijk niet onmiddellijk. Wel erkende ze dat door het lozen van veel water via een zuidelijke route problemen met wateroverlast elders in de regio, vooral rond Rotterdam en de Drechtsteden, zouden kunnen worden opgelost.

En uit de koker van Rijkswaterstaat kwam een ander verrassend idee: verdeel de waterstromen bij de Pannerdensche Kop in Gelderland, waar de Rijn zich splitst in Waal en Nederrijn, anders dan nu. Als er minder water gaat door de Nederrijn, vergemakkelijkt dat verder stroomafwaarts het beheer langs de Lek. ,,De Lek is relatief smal en dicht achter de dijken bevinden zich allerlei bedrijven en landbouwgronden'', aldus De Jong. ,,Als het water hoog staat, leidt dat snel tot problemen. De Waal is breder en kan extra water dus makkelijker verwerken. Het is bovendien goedkoper daar wat te veranderen dan langs de Lek.''

Haar collega uit het oosten des lands, trouw aan het beginsel van de afdelingen van Rijkswaterstaat dat elk zijn broek ophoudt, loopt niet erg warm voor die gedachte. ,,Je verplaatst er slechts de problemen mee.''

Over één ding waren alle aanwezigen het eens: het verwachte extra water dient niet louter te worden bestreden met de aloude dijkverzwaring. Al in de vierde Nota Waterhuishouding, die het kabinet begin dit jaar uitbracht, werd het beginsel gehuldigd dat het water in Nederland meer de ruimte moet krijgen. Als het water kan uitwijken, is de kans op problemen zoals tijdens het hoogwater van 1993 en 1995 veel geringer. Ook minister Pronk (Ruimtelijke Ordening) gaf in zijn nota `De Ruimte van Nederland' aan dat dat hij meer ruimte wil reserveren voor het water.

Deze benadering weerspiegelt een veranderende houding jegens het water. ,,We zijn allemaal grootgebracht in Nederland met het verhaal dat water onze vijand is'', aldus de Jong. Tegenwoordig probeert men het water echter eerder te sturen dan te bedwingen.

De Jong: ,,Benut de dynamiek van het water maar onderschat de kracht ervan niet.''

Ter voorbereiding van het symposium had De Jong een aantal overwegend conventionele voorstellen uitgewerkt om de verwachte extra hoeveelheden water af te voeren. Ze somde een lijst van negen maatregelen op, waaronder het herstellen van buitendijkse geulen, het verlagen van het winterbed van de uiterwaarden, het verleggen van de dijken en het verzwaren ervan.

,,Dat is allemaal veel te braaf'', vond wethouder Binnendijk uit Capelle a/d IJssel. Ook dijkgraaf K.J. Provoost van waterschap De Groote Waard sprak van ,,gewriemel in de marge''. Volgens hem was het vruchtbaarder om helder aan te geven wat de watersector op langere termijn wilde en je daar dan ook samen sterk voor te maken. Door nu al duidelijkheid te verschaffen over de extra gebieden die voor water gereserveerd zouden moeten worden, zou de overheid alvast een begin kunnen maken met planologische reserveringen. ,,Je moet anticiperen en zo kort na het hoogwater van 1993 en 1995 is het nu het goede moment om met voorstellen te komen'', aldus Provoost.

Nog voor het einde van het jaar, zo is de bedoeling, zal Rijkswaterstaat een nader uitgewerkt voorstel over dit vraagstuk aanbieden aan de staatssecretaris van Verkeer en Waterstaat, M. de Vries.

    • Floris van Straaten