`Frontale botsing van stukken aardkorst'

Met de recente aardbeving in Turkije en Griekenland heeft die in Taiwan niets te maken. Het gaat hier om de Pacifische plaat.

De kracht van de aardbeving van vanochtend in Taiwan is in eerste instantie vastgesteld op 7.6 op de schaal van Richter. De seismometers van het KNMI in De Bilt gaven 7.9 aan. Werd voor de diepte aanvankelijk 30 kilometer aangehouden, inmiddels is dat bijgesteld tot 5 kilometer. Een krachtige aardbeving zo dicht onder het oppervlak leidt vooral in de directe omgeving van het epicentrum tot grote versnellingen en daarmee schade.

Aardbevingen ontstaan op die plaatsen waar stukken aardkorst op elkaar botsen (door zogeheten tektonische bewegingen). Taiwan maakt deel uit van de zogeheten `ring van vuur' die de Grote Oceaan omsluit. De motor van de tektonische bewegingen van de Pacifische plaat, die de bodem van de Grote Oceaan bedekt, is een proces van opwelling waarbij vers materiaal halverwege de oceaan uit de hete diepte van de aarde omhoog rijst. Aan weerskanten van die zone wordt de aardkorst opzij gedrukt terwijl aan de uiteinden, waar de afgekoelde korst dikker is dan in het midden, door het grotere gewicht een trekkracht ontstaat. Het resultaat ter hoogte van Japan is dat de Pacifische plaat met een snelheid van ongeveer 7 centimeter per jaar onder de Euraziatische plaat schuift. De beving in Kobe (1995) staat hiermee in direct verband. Bij de Filippijnen schuift de Pacifische plaat juist over een andere plaat heen. In het tussengelegen Taiwan is sprake van een tektonisch gecompliceerde situatie, aldus dr. H.W. Haak, hoofd van de seismologische afdeling van het KNMI. ``Het lijkt erop dat we een frontale botsing van stukken aardkorst zien. Dat zou tegelijk het ondiepe karakter van de beving verklaren.''

Met de recente bevingen in Turkije en Griekenland heeft de aardschok in Taiwan niets te maken: daar ging het om een samenspel van de Afrikaanse, Arabische en Euraziatische plaat. De aardkorst is een lappendeken van afzonderlijke platen, van verschillend formaat en gemiddeld 80 kilometer dik. Ze drijven alle op het vloeibare inwendige en door processen als opwelling ontstaat een dynamiek die de platen ten opzichte van elkaar in beweging zet. Waar ze botsen vormen zich vulkanen en ontlaadt de opgehoopte spanning zich via abrupte aardbevingen.