Frivole aanhef troonrede

Hij is anders, de troonrede die koningin Beatrix dit jaar in de Ridderzaal heeft voorgelezen. Het is de laatste van de eeuw en dat is te merken. ,,Mijne heeren'', zijn net als een eeuw geleden de eerste woorden van de troonrede. Gevolgd door de eerste zin van de troonrede van 19 september 1899, uitgesproken door koningin Wilhelmina: ,,Het is Mij aangenaam U bijeen te zien tot hervatting Uwer werkzaamheden.''

Een frivoliteit van auteur Kok. De premier gisteren tijdens een toelichting: ,,Het citaat van de vorige eeuw mocht niet te lang zijn, anders zijn de dames in de zaal opgestapt voordat de echte troonrede begint.''

De troonrede is wat Kok betreft dit jaar veel meer dan alleen een opsomming van beleid. Ook is het niet langer een opeenvolging van departementale alinea's, waarbij elk ministerie aan de beurt moet komen en naar rato van budget een aantal zinnen krijgt toegewezen.

,,Er staan ook minder cijfers in'', zei Kok over de troonrede van vandaag. Drie om precies te zijn: de negen miljard voor nieuw beleid, het ene miljard lastenverlichting en het halve procent financieringstekort. Ook worden er niet meer nota's en wetsontwerpen in het vooruitzicht gesteld en is het jargon goeddeels verdwenen uit de troonrede.

In plaats daarvan is de troonrede dit jaar een verhaal over de samenleving van de volgende eeuw. Het lijkt alsof de laatste troonrede van de eeuw niet tot de leden der Staten-Generaal is gericht, maar over hun hoofden rechtstreeks tot de burgers.

Dat Kok het in de voorbije jaren wel eens anders heeft aangepakt, blijkt uit de ervaringen van Wil Sterenborg, die namens het Genootschap Onze Taal de troonredes van 1987 tot 1996 onder handen heeft genomen.

,,Wij moeten de foutjes eruit halen'', vertelt Sterenborg, ,,grammaticale foutjes, stijlfoutjes, spellingsfouten en zo.'' Ook is het nog steeds de taak van medewerkers van Onze Taal om te checken dat er niet teveel herhaling in de troonrede zit, dat het gemakkelijk is uit te spreken en dat moeilijke woorden eruit worden gehaald. ,,Er valt van alles aan te fatsoeneren.''

,,Wat bedoelt u hier eigenlijk?'', vroeg Sterenborg ooit aan Kok. ,,Hij zei `geen idee, maar laat het maar staan'. `Ja, maar', zei ik, `dat begrijpt toch geen mens'. `Dat hoeft ook niet', zei Kok.''

De huidige premier is volgens Sterenborg zelden tot enige aanpassing van zijn oorspronkelijke tekst bereid. ,,Lubbers gaf ons altijd gelijk, maar met Kok valt niet te discussiëren.''