Extra inkomensschijf

Dit jaar is voor het eerst gerekend met een extra inkomensschijf aan de onderkant van het belastingstelsel. Dat maakt een gerichte inkomenspolitiek voor de laagste inkomens makkelijker. In feite wordt hiermee vooruitgelopen op de vorige week gepresenteerde Belastingherziening 2001.

Dat de `knip' er eerder is gekomen, komt door PvdA-fractievoorzitter Melkert. Na zijn aantreden wist hij op de valreep nog `in te breken' in het regeerakkoord met een belastingverlaging voor de allerlaagste inkomens.

Inkomens tot 24.204 gulden vallen nu in belastingschijf 1A en vallen onder het 35,30 procents tarief, dat is 1,25 procent minder dan vorig jaar. Hiervan profiteren vooral mensen met een laag inkomen. Schijf 1B bevat de inkomens tussen de 24.204 en 57.943 gulden, waarover 37,05 procent belasting moet worden betaald, evenveel als vorig. Inkomen tussen de 57.943 en 116.443 gulden betalen over dat deel 50 procent belasting, boven de 116.443 gulden geldt een tarief van 60 procent.

Werkende stellen met kinderen die een minimumloon krijgen, gaan er dit jaar, samen met de alleenstaande

AOW'ers, het meest op vooruit. Beide categorieën krijgen er 1,5 procent bij. De stellen met kinderen profiteren van de verhoging van de kinderbijslag met 42 tot 60 gulden per kind.

De AOW'ers doen hun voordeel met de hogere ouderenaftrek van 380 gulden, de alleenstaande ouderen des temeer, omdat zij extra aftrek krijgen.

Alleenstaande sociale minima krijgen er dit jaar 1,25 procent bij, minima met kinderen zien hun inkomen met één procent toenemen.

De werkenden gaan er, op de stellen met minimumloon en kinderen na, allemaal 1 procent op vooruit. Zowel de modale inkomens (50.000 gulden) met kinderen, twee keer modaal met kinderen als tweeverdieners krijgen er alleen 1 procent bij. De werkenden profiteren van het arbeidskostenforfait met 390 gulden. Dat kost 800 miljoen gulden.

Het kabinet gaat voor dit jaar uit van een groei van het nationaal inkomen met 2,75 procent. Voor volgend jaar verwacht het kabinet een daling van de groei, naar 2,5 procent. Dat blijft aan de voorzichtige kant, gezien het feit dat de afgelopen dertien kwartalen (ruim drie jaar) de groei boven de drie procent heeft gelegen. Maar het is hoger dan het Centraal Planbureau (CPB) eerder dit jaar nog voorzag.

Daarentegen is de inflatie op 1,75 procent gezetdoor het CPB, dat eerder dit jaar de inflatie nog enorm onderschatte.