Brinkhorst voortvarend te werk, Jorritsma op de oude voet verder

Waar het ministerie van Economische Zaken ondanks toenemende kritiek onvermoeid de successen van marktwerking (Jorritsma) en ondernemerschap (staatssecretaris Ybema) propageert, blijft de politiek bij de overburen Landbouw, Natuurbeheer en Visserij aan de Bezuidenhoutseweg ook dit jaar weer steken op ,,achterstallig onderhoud'' (Brinkhorst) en ,,incidentenpolitiek'' (Faber).

Brinkhorst zei het te betreuren dat er zoveel kosten gemaakt moeten worden voor dat achterstallige onderhoud. ,,De varkenspest heeft de samenleving ruim drie miljard gulden gekost. De oplossing van het mestprobleem gaat nog eens 1,5 miljard gulden kosten. Als we dit geld zouden kunnen inzetten voor vernieuwing, dan kunnen we gelijk een grote slag slaan.'' Faber wees op de dioxine-crisis, de BSE-gevallen en de onlangs weer opgelaaide discussie over de hormonen-mafia.

De incidenten vereisen een strengere controle op de voedselketen. Nog dit jaar richt Landbouw samen met Volksgezondheid een controlebureau voedselveiligheid op. De draaiboeken voor dierziekten als BSE en mond- en klauwzeer zijn voor het begin van het nieuwe millennium afgerond.

Net als zijn voorgangers Van Aartsen en Apotheker wil Brinkhorst het liefst aan de slag met waar het in de landbouw werkelijk om zou moeten gaan: plattelandsvernieuwing. Volgens de beide bewindslieden staat de hele landbouw voor een ,,spannend moment'', waarbij de `consumers concerns' (de maatschappelijke wensen) de rol en werkwijze van de landbouw steeds meer beïnvloeden. ,,De stad kijkt mee over de schouder van de boer'', aldus Brinkhorst in een toelichting op zijn begroting. Het platteland is publiek domein geworden.

Na de bijdrage aan de Landbouwuniversiteit (1,6 miljard gulden) is `natuur, groene ruimte en recreatie' met 1,1 miljard dan ook de grootste post op de landbouwbegroting. Voor de klassieke landbouw is nog slechts 285 miljoen gulden gereserveerd.

Belangrijk onderdeel van de plattelandsvernieuwing vormt nog steeds de `ecologische hoofdstructuur'. Deze `greenbelt' moet van Nederland een van natuur doortrokken leefgemeenschap maken. Grote (eventueel beschermde) natuurgebieden die onderling worden verbonden door corridors zorgen voor een toename van de biodiversiviteit (aantal dieren) en brengen stad en platteland dichter bij elkaar. Het ministerie heeft de afgelopen jaren duizenden hectares aangekocht die onder de ecologische hoofdstructuur moeten vallen. Maar er is één probleem: het aantal hectares mag dan nagenoeg compleet zijn, ze liggen niet allemaal op de juiste plaats. Faber: ,,We moeten nog gaan ruilen met grondeigenaren die er wel in liggen. We verwachten dat dat met gesloten beurzen kan, maar zeker is dat natuurlijk niet.''

De kritiek op de intensieve veehouderij neemt toe. Tegelijk wordt de vraag naar biologische producten ieder jaar groter en overstijgt de vraag het nationale aanbod ruimschoots. Het merendeel van de biologische producten moet daarom uit het buitenland komen. Brinkhorst wil vraag en aanbod dichter bij elkaar brengen en trekt daarom meer geld uit ter bevordering van de biologische landbouw, tien miljoen in 2000.

De discussie over het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen leidt ertoe dat naar andere gewasbeschermingsmiddelen gezocht moet worden. Een mogelijke oplossing lijkt te liggen in genetisch gemanipuleerde gewassen die resistent zijn tegen bepaalde ziektes. Ook elders in de landbouw zou gentechnologie een aantal problemen weg kunnen nemen.

Een maatschappelijke discussie moet de acceptatie van deze biotechnologie vergroten. De kansen die biotechnologie biedt moeten beter benut worden, vinden de landbouwbewindslieden. Het is aan het ministerie ervoor te zorgen dat consumenten de keuzevrijheid houden tussen een `gewoon' product en een genetisch gemodificeerd product. De overheid moet de wettelijke voorwaarden scheppen voor een herkenbare voedselketen zonder gentechnologie.

Op Landbouw heeft nieuwkomer Brinkhorst met een voortvarende aanpak van de grootste problemen inmiddels op vele terreinen zijn voorgangers doen vergeten. Op Economische Zaken waart nog steeds de geest rond van voormalig minister Wijers. Marktwerking, privatisering, deregulering en stimulering van ondernemerschap staan nog steeds hoog op de agenda van het huidige bewindsliedenduo, Jorritsma en Ybema.

Ondanks groeiende kritiek wordt de liberalisering van de nutssectoren gas en elektriciteit voortgezet en wellicht zelfs versneld. Jorritsma overweegt consumenten eerder dan voorzien zelf te laten kiezen waar zij hun gas en licht inkopen. Via toezichthouders als de Opta (telecom) en de DTe (elektriciteit) worden consumentenbelangen veilig gesteld.

Toch was uitgerekend Jorritsma degene die een motto had voor het gestaag voortkabbelende dereguleringsbeleid van haar ministerie, ,,vernieuwing, vernieuwing, vernieuwing'', analoog aan het driewerf `werk' van Paars-I. ,,De vernieuwingsgeest moet in heel Europa uit de fles'', zei de minister. ,,Het macro-economische beleid van de afgelopen jaren heeft goed gewerkt maar moet omgezet naar een epicentrum van innovatie.''

Inderdaad neemt het technologiebeleid, gericht op vernieuwing en innovatie, met ruim 1 miljard gulden bijna een derde van de totale begroting in beslag. Het geld wordt onder meer verspreid over investeringen in een infrastructuur voor informatie- en communicatietechnologie, het opzetten van een `kennisnetwerk' voor innoverende bedrijven en al bestaande regelingen als de Wet Bevordering Speur- en Ontwikkelingswerk.

Ybema presenteerde vorige week al zijn nota `de ondernemende samenleving'. Samen met de al eerder uitgebrachte `industriebrief' en de nog volgende nota `ondernemerschap in de 21ste eeuw' ligt er dit jaar een compleet beeld van de rol van het ministerie voor ondernemers. Het intrekken van de als belemmerend bestempelde Vestigingswet en het aanpassen van de Faillissementswet passen in dat beleid. Tevens wordt de kapitaalsbelasting met 0,1 procentpunt verlaagd naar 0,9 procent en de vennootschapsbelasting teruggebracht naar dertig procent.