BLAD MET GEZAG

Het is altijd allemaal anders in Vlaanderen dan in Nederland en zo is het ook met de serieuze tijdschriften. Een van de populairste is een televisiegids genaamd Humo. Het blad staat onder leiding van de journalist/humorist Guy Mortier, die regelmatig zelf op de Vlaamse televisie verschijnt in (bij voorkeur) satirische programma's. Humo schittert met doorwrochte interviews met bekende politici en komt af en toe met een onthullend verhaal. Maar daarnaast drukt het blad ook veel trivialiteiten af: interviews met `tv-persoonlijkheden', filmsterretjes en (veel) voetballers. De sandwich-formule van tv-gids en journalistiek weekblad garandeert dat serieuze informatie in de minst geïnteresseerde Vlaamse huiskamers terechtkomt. Humo is daarmee invloedrijk, maar mist een draagvlak van serieuze lezers om ook het predikaat `gezaghebbend' opgeplakt te krijgen. In Vlaanderen is dat voorbehouden aan het tijdschrift met de merkwaardige naam Knack.

Knack is een algemeen weekblad op journalistieke basis met een oplage van gemiddeld 150.000 exemplaren per week, dat nauwgezet verslag doet van politieke ontwikkelingen en cultuur in België. Het blad werd opgericht in 1971 bij gebrek aan `politiek georiënteerde' weekbladen in Vlaanderen, zoals een redacteur het desgevraagd verwoordt. De naam betekent niets. Het is gewoon een bedenksel dat met algemene stemmen werd aanvaard.

Knack is geen opinieweekblad. Opinie is in Vlaanderen overal te vinden: op de voorpagina's van de kranten, in de actualiteitenrubrieken op radio- en televisie, zelfs in het televisiejournaal. Knack probeert juist zo journalistiek mogelijk te zijn, naar de politiek gericht en deze nauwgezet volgend, met daarnaast artikelen over bijvoorbeeld de cantates van Bach of de dagboeken van Cocteau. Tegenstanders zeggen dat het blad kraak noch smaak heeft. Wie Knack in de kiosk koopt krijgt niet een simpel tijdschriftje, maar een dik pak, in plastic verpakt papier, met een `weekendbijlage' (een kleurenbijlage met onderwerpen als mode), een radio- en televisiegids en een vacaturekrant.

(Tekst Z.C.A. Luyendijk)