Bewindslieden van Onderwijs bepalen het beleid achteraf

Beleid achteraf, output-sturing, zoals minister Hermans het noemt, is de rode draad in de begroting van onderwijs. De minister en staatssecretaris Adelmund (PvdA) formuleren het beleid niet vooraf, vanachter hun bureau. De schoolbesturen, universiteiten, ouders en leerlingen bepalen het beleid zelf. Pas als zij uit de bocht vliegen, zullen de onderwijsinspectie en de bewindslieden ingrijpen.

In een gezamenlijke brief waarin zij hun beleidsvisie uiteenzetten, geven de bewindslieden van onderwijs aan waarvoor het ministerie volgens hen nog wel verantwoordelijk is. De kwaliteit van het onderwijs (,,het product'', aldus Hermans), de toegankelijkheid van scholen en de garantie dat alle opleidingsvormen voldoende worden aangeboden.

Onder de noemer `kwaliteit' valt in elk geval de verkleining van de eerste vier klassen op de basisschool. Volgend schooljaar krijgen alle basisscholen de vorig jaar afgesproken 220 miljoen gulden waarmee ze die klassen verder kunnen verkleinen tot 23 leerlingen per leraar. De begroting voor basis- en middelbare scholen groeit daarnaast de komende drie jaar met 45 miljoen gulden per jaar omdat het aantal leerlingen toeneemt.

De kwaliteit van het onderwijs is volgens het kabinet ook gebaat bij meer computers in de klas. Een eenmalig extra bedrag van 70 miljoen gulden gaat daarom naar de 120 scholen die al veel hadden geïnvesteerd in computers, maar vorig jaar kregen ze zo weinig geld dat ze hun computervoorzieningen niet konden onderhouden. Deze investering wordt betaald van de extra 20 miljoen gulden die onderwijs dit jaar van het kabinet heeft gekregen, en van de jaarlijkse 35 miljoen gulden extra vanaf het jaar 2000. Daarnaast trekt onderwijs vanaf 2003 jaarlijks 40 miljoen gulden extra uit voor informatie- en communicatietechnologie (ICT) op alle scholen en universiteiten.

De vele regels die het ministerie in Zoetermeer scholen in het verleden oplegde, zijn voor Hermans en Adelmund taboe. Scholen mogen sponsors aantrekken voor computers of extra activiteiten, een hogere ouderbijdrage vragen om bijvoorbeeld een extra leerkracht te betalen, zoals in het Brabantse Bokhoven, of van het rapportcijfer zes een vijf maken, zoals het Marnix College in Ede dat eind vorig schooljaar deed. Veel is toegestaan, mits de onderwijsinspectie het niveau van de individuele school voldoende acht. Ofwel, `output-sturing'.

Trots melden de bewindslieden dat onderwijs als beleidsterrein steeds hoger stijgt op de prioriteitenlijst van Paars-II. Tijdens de ministerraad, aldus Adelmund, reageerde men vroeger ongeïnteresseerd met `onderwijs, o ja...', terwijl haar collega's nu roepen `ja natuurlijk, onderwijs'. Ze kunnen ook niet meer om het onderwerp heen, concludeert de staatssecretaris, alleen al omdat er zo'n zichtbaar tekort is aan goed opgeleide arbeidskrachten. Van dit enthousiasme is in financieel opzicht nog weinig te merken: 17.6 procent van de uitgaven ging vorig jaar naar het onderwijs, dit jaar is dat 18 procent. De `uitgavenmeevaller' van anderhalf miljard gulden ging niet naar onderwijs, maar ,,met name naar opvang van asielzoekers'', zegt Hermans. Het neemt niet weg dat Hermans en Adelmund vurig hopen dat `het brede debat' over onderwijs groeit in de samenleving.

Gesteund door de Sociaal Economische Raad, die dit jaar een nog groter tekort aan hoger opgeleiden voorspelde, en door de sterke toename van het aantal studenten, heeft Hermans in het kabinet extra geld gekregen voor universiteiten en hogescholen. Jarenlang is daar uitsluitend op bezuinigd. De universiteiten krijgen vanaf 2000 jaarlijks 55 miljoen gulden extra, oplopend tot 78 miljoen gulden in 2004. De hogescholen krijgen elk jaar 33 miljoen gulden extra, oplopend tot 92 miljoen gulden in 2004.

Ook wetenschappelijk onderzoekers mogen zich verheugen op extra geld, in totaal 75 miljoen gulden per jaar. Het ministerie, de Nederlandse organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek en de universiteiten hebben dit bedrag gezamenlijk opgebracht.

Voor het nijpende tekort aan leraren op basis- en middelbare scholen is wel aandacht in de begroting maar geen extra geld. De voorlichtingscampagne om schoolverlaters en mensen in het bedrijfsleven te interesseren voor het beroep van leraar wordt dit jaar voortgezet. Ook de begeleiding van herintredende moeders die als onderwijzeres willen werken wordt voortgezet, net zoals de `flexibilisering' van de arbeidsvoorwaarden om het vak van leraar aantrekkelijker te maken. Hermans volgt de vorderingen van een aantal scholen die daarmee al experimenteren.

Eén ontwikkeling die de bewindslieden graag zien, maar waar ze amper invloed op kunnen uitoefenen, is het ontstaan van zogeheten `brede scholen'. Dat zijn scholen die van 's ochtends vroeg tot 'savonds laat open zijn en waar kinderen naast les ook huiswerkbegeleiding, sport, spel of zelfs een ontbijt krijgen. De bedoeling is dat ook de politie en welzijnswerkers kinderen op die plek kunnen begeleiden. Hermans en Adelmund juichen lokale initiatieven toe, zoals in Groningen, waar sinds twee jaar brede scholen bestaan, en ze zeggen eventuele `belemmerende regels' te willen wegnemen. Geld voor brede scholen zal echter moeten komen van gemeenten, het ministerie van volksgezondheid of uit het grote-stedenbeleid.

De bewindslieden trekken eenmalig vijf miljoen gulden uit om de taalachterstand van allochtone peuters in de grote steden te verkleinen zodat ze wat Nederlands spreken als ze op vierjarige leeftijd naar de basisschool gaan. Dit bedrag komt uit het extra geld dat het kabinet bij de begrotingsvoorbereiding voor onderwijs uittrok.

Bezuinigingen zijn er ook. Vanaf 2000 moeten `ondersteunende activiteiten', zoals externe schoolbegeleidingsdiensten, efficiënter worden, waardoor onderwijs 10 miljoen gulden bespaart. Die besparing loopt op tot 35 miljoen gulden in 2003. Ook krijgt het middelbaar beroepsonderwijs minder studenten en dus minder geld, wat zal oplopen tot 55 miljoen gulden minder in 2002. Ook de Open Universiteit heeft minder deelnemers en zal met 5 miljoen gulden worden gekort in 2001. Tot 2003 zal de bezuiniging tot 15 miljoen gulden oplopen