Zwarte Cobra is `nogal ondernemend'

Morgen begint het proces tegen Henk Orlando R., die wordt verdacht van grootschalige drugshandel. Voor justitie is het de tweede kans om de `Zwarte Cobra' achter de tralies te krijgen.

Natuurlijk belt Henk Orlando R., alias de `Zwarte Cobra', terug uit de penitentiaire inrichting in Zoetermeer. En desgevraagd wil hij best wat dingen ,,rechtzetten''. R. is nu eenmaal iemand die graag aan het woord is. Zo gaat hij tijdens zittingen in discussie met de rechter. ,,Mijn cliënt is nogal ondernemend'', zegt Piet Doedens, zijn advocaat. ,,Ze willen me koste wat het kost veroordelen'', legt de Cobra uit. ,,Want tot nu toe ben ik de dans ontsprongen.''

Volgens sommigen stamt zijn bijnaam nog uit zijn inbrekerstijd. Henk R. is lang en lenig als een Cobra. En net zo meedogenloos, zeggen degenen die hem in verband brengen met ten minste vier afrekeningen in het drugsmilieu. Zijn naam is de afgelopen tien jaar steeds in één adem genoemd met die van grote `hasjbaronnen' als Charles Z., Johan V. en van de vrijgesproken Etienne U. Desondanks is justitie er nimmer in geslaagd hem voor langere tijd achter de tralies te krijgen.

Morgen begint voor de rechtbank van Amsterdam het strafproces tegen R. Volgens het openbaar ministerie is hij verantwoordelijk voor een transport van 48,8 kilo cocaïne, 364 kilo hasj en 198 kilo marihuana, dat op 6 september 1997 in Engeland werd onderschept. Verder wordt R. ervan verdacht dat hij van 1996 tot 1998 aan het hoofd stond van een criminele organisatie, gespecialiseerd in grootschalige handel in hard- en softdrugs.

Het is de tweede poging van justitie om de Zwarte Cobra veroordeeld te krijgen. In 1994 liep een grootschalig drugsonderzoek van de Utrechtse recherche op niets uit, toen in hoger beroep bleek dat de politie verscheidene inkijkoperaties tegenover de rechtbank had verzwegen. De Commissie-Van Traa ging in 1995 tijdens haar verhoren uitgebreid in op het onderzoek `Snake': het IRT-rapport bevat een uitgebreide beschrijving van de zaak R. om te ,,illustreren'' hoe omstreden onderzoeksmethoden de vervolging van criminelen kunnen frustreren.

In 1996, twee jaar na zijn vrijspraak, vestigde de Zwarte Cobra opnieuw de aandacht op zich. Tijdens het monsterproces tegen hasjhandelaar Johan V., alias `De Hakkelaar', verscheen de R. doodleuk in de rechtszaal om als getuige à décharge de geloofwaardigheid van kroongetuige Fouad A. in twijfel te trekken. A. was zelf een grote drugshandelaar, zei de Zwarte Cobra, die ontkende ooit iets met hasj te maken te hebben gehad. De officieren van justitie Teeven en Witteveen maakten ter plekke proces-verbaal wegens meineed op - zonder gevolgen.

Voor de buitenwacht mag hij dan onaantastbaar hebben geleken, zelf vindt de Zwarte Cobra dat hij destijds wel degelijk heeft moeten ,,boeten''. ,,Ik heb twintig maanden vastgezeten.'' Meteen na zijn vrijspraak moest R. in de slag met de fiscus, die beslag had gelegd op zijn omvangrijke bezittingen, waaronder kapitale panden in Haarlem, Abcoude, Maarssen en Nieuwersluis. Voor een bedrag van 4,1 miljoen gulden slaagde de Zwarte Cobra er uiteindelijk in zijn belastingschuld van 20 miljoen gulden af te kopen. ,,Ik heb meer betaald dan Etienne U. en al die andere jongens.'' In november 1997 had hij de laatste termijn van zijn schuld afbetaald. Meteen daarna deed de politie opnieuw een inval in zijn huis in Haarlem.

Over het meterslange strafdossier dat nu bij de rechtbank ligt, wil de Zwarte Cobra kort zijn: ,,één grote zeepbel''. Hoewel hij toegeeft ,,niet brandschoon'' te zijn, ontkent R. bij hoog en bij laag dat hij iets met de zaak te maken heeft gehad. ,,Geen grammetje van dat transport was van mij.'' Dat zijn zoon Gilbert R. vorig jaar voor hetzelfde transport werd veroordeeld, is al ,,erg genoeg''. Zijn eigen vermeende betrokkenheid bij het transport kan hij ,,uitleggen''. ,,Dat zul je wel in de rechtzaal horen.''

Aanvankelijk dacht justitie niet meteen aan Henk R. als opdrachtgever van het onderschepte drugstransport. Het `City-Peak'-onderzoek richtte zich op Heineken-ontvoerder Cor van H., die mei vorig jaar werd veroordeeld tot 4,5 jaar cel wegens grootschalige hasjhandel. Maar een week nadat de vrachtwagen in Dover is aangehouden, hoort de Amsterdamse politie de Serviër D.I. in Tsjechië explosieven bestellen. De reden wordt snel duidelijk: I. beraamt een aanslag op de Zwarte Cobra, met wie hij ruzie heeft over de `financiële afwikkeling' van het mislukte transport. De Amsterdamse politie besluit het onderzoek af te breken: I. en tien medeverdachten worden gearresteerd. Twee maanden later wordt de `bende' van de Zwarte Cobra opgerold.

Zelf wordt Henk R. in januari 1998 bij Marbella door de Spaanse politie opgepakt. Uitlevering lijkt een slepende affaire te worden, omdat Henk R. een psychiatrisch rapport laat opstellen waaruit zou blijken dat hij ongeschikt is voor detentie. ,,Ik was er bijna uit, jongen.'' Officier van justitie Teeven besluit daarom op 13 april 1998 in te gaan op een deal van R.'s advocaat Oscar Hammerstein. Als Henk R. akkoord gaat met versnelde uitlevering, dan zal de ,,tenlastelegging dezelfde zijn zoals die in de zaak tegen Gilbert R.'', de zoon. Dat betekent dat de Cobra alléén zal worden vervolgd voor het onderschepte drugstransport naar Engeland.

Teeven belooft dat hij de Cobra niet zal vervolgen voor artikel 140: deelname aan een criminele organisatie. Een belastende verklaring van de Hakkelaar-kroongetuige Fouad A. en een door Peter R. de Vries uitgezonden telefoongesprek waarin de Cobra zegt een aandeel te hebben gehad in het hasj-schip The Great Alexander, moeten in de kluis blijven liggen. Volgens Hammerstein ziet Henk R. echter op het laatste moment af van de deal. De Cobra kiest daarna voor de Utrechtse strafpleiter Doedens als advocaat. Pas in mei van dit jaar wordt de Zwarte Cobra uitgeleverd.

Het strafdossier tegen R. bevat daarom een groot aantal andere dossiers, die volgens het openbaar ministerie in verband kunnen worden gebracht met de organisatie van de Zwarte Cobra. Zo heeft het OM de strafzaak tegen de Amsterdamse antiquair B., die vorig jaar werd vrijgesproken van het witwassen van drugsgeld, in zijn geheel toegevoegd. ,,Allemaal onzin'', vindt Doedens. ,,Natuurlijk, dit drugstransport is geen zak apenoten. Maar het OM probeert deze zaak op te blazen tot een megazaak, door allerlei papier aan het dossier toe te voegen.''

Doedens ziet overigens niet in waarom het OM niet aan de deal met Hammerstein gehouden zal zijn. Op de lange getuigenlijst die Doedens bij de rechtbank heeft ingediend, prijken daarom ook de namen van officier van justitie Teeven en van advocaat Hammerstein. Verder wil Doedens Gilbert R. horen, net als andere verdachten die voor het onderschepte drugstransport zijn veroordeeld. Het scenario van de verdediging is dat Gilbert verantwoordelijk is en dat de Cobra zich pas na de onderschepping met het transport is gaan bemoeien.

Probleem is wel dat het OM beschikt over een getuige die zegt dat hij R.-senior bij het laden van de vrachtwagen heeft gezien. Een leugeachtige verklaring, zegt de Cobra. ,,Dit onderzoek naar mij lijkt nergens naar. Ik voel geen rancune ten opzichte van officier van justitie Fred Teeven. Maar hij moet wél zijn werk goed doen.''

(m.m.v. Herman Staal)