Zwaai naar KFOR en je bent een hoer

Het UÇK moest zich vannacht opheffen. Maar het kwam niet tot de ondertekening van een akkoord. De voorstellingen lopen dan ook ver uiteen. Een van de taken die het UÇK zich eenzijdig heeft toegeëigend, is de bewaking van de openbare moraal.

Zeventien jaar is ze, en ze woont in Pec, in het westen van Kosovo. Ze heeft lang, donker haar, een dikke laag make-up. Een week geleden stond ze 's ochtends vroeg op de brug in het centrum van de stad, ze wachtte op een vriendin. Een Italiaanse KFOR-tank reed langs. Een van de soldaten zwaaide, ze zwaaide terug. De soldaat kuste op zijn vingers en wierp haar de kus toe, zij wierp een handkusje terug. De tank reed door. Opeens stonden er drie Albanese jongens om haar heen. ,,Wij zijn UÇK'', zei een van hen. ,,Waarom deed jij dat?'' Het meisje werd kwaad. ,,Omdat ik hem leuk vind, en wat dan nog?'' ,,Hoer'', riep de jongen, en hij stompte drie keer op haar linkerwang. Het meisje viel, ze huilde. ,,Dit zal ik mijn vader vertellen.'' ,,Dat is ook precies de bedoeling,'' zei de jongen, ,,dat jij dit aan je vader vertelt. Als je wilt, lopen we wel met je mee.''

Dit weekend moet het Kosovo Bevrijdingsleger UÇK ontwapend zijn. UÇK-commandanten houden vol dat het UÇK hoe dan ook een leger zal blijven. KFOR, de internationale troepenmacht voor Kosovo, meldde vorige week dat het Kosovo Bevrijdingsleger ook een `burgermacht' zou kunnen vormen, speciaal getraind voor het blussen van bosbranden, of voor reddingswerkzaamheden na aardbevingen. Een Kosovaarse BB, die ook zou kunnen helpen bij de wederopbouw van Kosovo.

UÇK-soldaten zelf hebben de afgelopen drie maanden, sinds het eind van de oorlog, al nieuwe taken bedacht: ze `controleren' Albanese meisjes die bijvoorbeeld als tolk werken voor buitenlandse organisaties, ze `checken' hoe politici of leraren zich hebben gedragen tijdens de bombardementen – waren ze `laf' of `dapper'? –, en ze bemoeien zich met ruzies op straat.

In Gnjilane, een stad in het oosten van Kosovo, werden drie vooraanstaande leden van de LDK, de gematigde partij van Ibrahim Rugova, door UÇK-militairen met de dood bedreigd. Vóór de bombardementen was het UÇK nauwelijks georganiseerd in dit deel van Kosovo. Na de bombardementen nam het Kosovo Bevrijdingsleger onmiddellijk het stadhuis van Gnjilane in, en de belangrijkste kantoren en fabrieken in de stad. Er werd een UÇK-burgemeester aangewezen en een UÇK-stadsbestuur gevormd.

Volgens UÇK-commandant Ismet Sulejmani, in Gnjilane verantwoordelijk voor de voorlichting en propaganda van het UÇK, hebben de LDK-politici in dit gebied het `morele recht' verloren om deel uit te maken van het bestuurlijke en politieke leven in Gnjilane. ,,Bijna allemaal vluchtten ze naar het Macedonië. Ze hebben niet meegedaan aan onze vrijheidsstrijd.'' Het UÇK onderzocht ook het gedrag van leraren in de stad. Sulejmani: ,,Het is toch vanzelfsprekend dat wij onze kinderen liever toevertrouwen aan mensen die met ons mee vochten?''

Aver Husaj van de LDK in Pec, in het westen van Kosovo, werd negen jaar geleden gekozen tot `burgemeester' van de stad – in het eigen, paralelle bestuurssysteem dat de Albanezen onder Servisch bewind hadden opgezet. Na de bombardementen schoof een UÇK-commandant hem opzij, de commandant noemt zichzelf nu `prefect' van de stad. Husaj moet weinig hebben van de `helden' die volgens hem zonder de NAVO-luchtaanvallen niks konden beginnen tegen de Servische eenheden. Maar de `controles' die UÇK-soldaten nu ook onder meisjes in zijn stad uitvoeren, vindt Husaj geweldig. Was hij nog burgemeester, hij zou ze dezelfde opdracht geven. In Pec en omgeving zijn Italiaanse KFOR-militairen gelegerd. Husaj: ,,Onze meisjes zijn getraumatiseerd door de oorlog. En iedereen weet hoe Italiaanse mannen zijn: waar ze komen richten ze bordelen in.''

Het UÇK `beschermt' de Albanese meisjes, vindt Husaj. Hij zegt dat het UÇK er zelfs een speciale eenheid voor oprichtte. Omdat er, sinds het eind van de bombardementen op Joegoslavië, zoveel buitenlandse mannen naar Kosovo kwamen: tienduizenden KFOR-militairen, maar ook medewerkers van de VN, de OVSE en hulporganisaties.

Een VN-medewerker uit IJsland werd drie weken geleden door mannen die zich UÇK-soldaten noemden een café uitgejaagd. Hij zat met drie Albanese meisjes aan een tafeltje. Een van zijn collega's werd een paar dagen later in elkaar geslagen, ook in een café. Hij dronk bier met zijn tolk, een Albanees meisje. Een Albanese man kwam op haar af en vroeg: ,,Zo, dus jij doet het nu met een buitenlander?'' Daarna sloeg hij het meisje. De VN-medewerker wilde haar helpen maar werd van drie kanten aangevallen door vrienden van de Albanees.

Een UÇK-commandant in Priština die zich `Remi' laat noemen, zou vorige week in een gesprek met Albanese journalisten hebben gezegd dat alle Albanese meisjes die een verhouding hebben met buitenlanders, zullen worden `afgemaakt'.

In de dorpen van Kosovo, waar het UÇK de laatste jaren het sterkst was, zijn Albanezen tevreden over de nieuwe rol van het UÇK – waarvan de opvattingen over de publieke moraal overigens een duidelijke reflectie vormen van de conservatieve islam op het Kosovaarse platteland. De meeste UÇK-soldaten komen uit dorpen. Ze gruwen van Westerse manieren en losse omgangsvormen.

In de steden kijken veel Albanezen, vooral jongeren, neer op de `boeren' die zich nu gedragen alsof ze de baas zijn in Kosovo. Ze durven er niks van te zeggen. ,,Bijna alles is anders dan vóór de bombardementen'', zegt een Albanees meisje in Priština, tolk van de OVSE. ,,Maar bang zijn we nog steeds.''

    • Petra de Koning