Richting centrum

Talvin Singh. Nooit van hem gehoord? Dat krijg je als je van de Nederlandse media afhankelijk bent. Hij won vorige week de Britse Mercury Prize, het muzikale equivalent van de Booker prize. Maar op onze Radio 3 zul je zijn muziek niet horen. En dat komt omdat deze popzender misschien wel de meest beroerde, etnocentrische, eenkennige en behoudzuchtige van Europa is. De Turkse popster Tarkan bijvoorbeeld stond al maanden op de hitlijsten van de Brusselse, Parijse en Berlijnse radio, toen de dj's van de Hilversumse Radio 3 het aandurfden zijn nummer een keer te draaien. Ze willen hun jonge luisteraars niet afschrikken, is het argument. Erger paternalisme is nauwelijks denkbaar. Talvin Singh dus. De prijs voor zijn album OK werd uitgereikt door professor Simon Frith, voorzitter van de jury en schrijver van het belangrijkste proefschrift over popmuziek tot nu toe. De overige genomineerden waren bepaald niet de minsten: Blur, Manic Street Preachers, Chemical Brothers, Stereophonics. Maar een kleine Indiër ging er met de prijs van twintigduizend pond en een gegarandeerde verkoop van honderdduizenden albums vandoor. Sommige Britse kranten hadden er een verklaring voor: het was `tokenism', positieve discriminatie, het voor één keer laten winnen van een kleurling, om daarna terug te keren tot de orde van de dag. Nee, niemand vond het erg dat een Aziaat dit jaar de belangrijkste muziekprijs van Engeland won. Aziaten moeten juist worden aangemoedigd, schreef een recensent en de man zal nooit snappen hoe neerbuigend dat klinkt. Het is voor kleurlingen ook een lastig dilemma: als ze geen prijs winnen moeten ze beter hun best doen en als ze hem wel winnen is het positieve discriminatie.

Talvin Singh dus. Hij groeide op in een migrantenwijk in Oost-Londen, als kind van Indiase ouders die door Idi Amin uit Oeganda waren gezet. Op zijn vijftiende besloot hij, met tweehonderd pond op zak, naar India te gaan. Hij wilde leren spelen op de tabla, het slaginstrument van de oude Indiase klassieke muziek. Hij vond een leermeester in Punjab, bleef een jaar, maar begon zijn migrantenwijkje in Londen te missen. Bovendien, zegt hij, zou hij nooit een volwaardige klassieke muzikant kunnen worden. Ze vonden hem in India te Brits. En in Engeland vonden ze hem te Indiaas. Nu, op zijn achtentwintigste, weet hij eindelijk wat hij is. Niets.

Maar zover was hij nog niet, toen hij op zijn zestiende terugkeerde. Hij speelde tabla op culturele gelegenheden en in de avonduren oefende hij met vrienden de breakdance. Hij vestigde zich als dj en leerde scratchen en re-mixen. Verdiende geld en kocht daarvan computers en geluidsapparatuur. Hij werd aangenomen door de Londense club Blue Note, waar hij op de stille maandagavonden een beetje mocht experimenteren.

Dat deed hij. Hij stoeide met Indiase klassieke muziek en strijkpartijen uit de Bombay cinema, voegde er zijn bedreven tabla-spel aan toe en combineerde dat allemaal met de gedistingeerde drum 'n' bass van de clubcultuur. De bezoekers vonden het wel exotisch klinken.

Hun aantal nam toe, The Blue Note was nooit zo druk als op maandagavond. De hele pop-elite kwam er, inclusief David Bowie en de muzikale `hunters' van Madonna. Björk uit IJsland vroeg hem mee te gaan op toernee, Bowie bracht hem in contact met de legendarische Japanse popster Ryuichi Sakamoto, die de muziek van `Merry Christmas Mr.Lawrence' had verzorgd. En Madonna liet hem het Indiase strijkpartijtje bedenken voor haar wereldhit `Frozen'.

De nieuwe Aziatische muziek was ineens ontzettend cool. Maar Talvin Singh besloot ermee op te houden. Er kwamen te veel culturele toeristen naar The Blue Note, artiesten die alleen maar hun cosmopolitisme wilden bewijzen en meiden die voor de gelegenheid een stip op het voorhoofd droegen en hun met henna beschilderde handen vreemd wapperden op de beat.

Talvin Singh kon het zich veroorloven. Hij was al een celebrity in de Aziatische gemeenschap en verscheen samen met Indiase superhelden als de componist A.R. Rehman, de filmster Amitabh Bachan, de schrijver Hanif Kureishi, de zanger Shankar Mahadevan en de sitarspeler Ravi Shankar op podia in Bombay, Londen en Los Angeles.

Twee jaar geleden wendde hij zijn invloed aan om een verzamel-cd uit te brengen van en voor de tweede generatie: Asian Underground noemde hij het, en verschillende nummers haalden de hitlijst van MTV, waaronder Cornershop met `Brimful of Asha'.

Sindsdien worden Indiërs in Engeland niet meer geassocieerd met brave, hardwerkende en niemand tot last zijnde kleurlingen die niets anders willen dan geld verdienen en hun dochters uithuwelijken aan onbekende partners uit India. De tweede generatie is in beweging, uit de marge, richting centrum. Hun mode, hun muziek, hun dansstijl is toonaangevend. Ze zijn de avant garde en Talvin Singhs platenmaatschappij `Island' adverteert met: `Wilt u weten hoe de muziek in de 21ste eeuw zal klinken? Vraag het aan Talvin Singh, hij weet het.'

En hij weet het inderdaad. Zijn solo debutalbum OK is geen wereldmuziek, in de betekenis die men er in Nederland aan geeft. Het is geen verzameling aandoenlijke folklore, het doet geen beroep op je welwillendheid tegenover mensen die nooit worden gehoord.

OK (het woord is volgens Talvin Singh het meest grensoverschrijdende ter wereld en daarom eigenlijk een universele klank) OK is zelfs arrogant. Het is opgenomen in Londen, New York, Madras, Kerala en het Japanse Okinawa. Je hoort inderdaad de strijkpartijen uit de Bombay cinema (hier gespeeld door de Madras Philharmonic), je hoort tantrische recitaties, een melancholische Krishna-fluit, een zwoele blues-trompet, een irritante computer-toon, heftige synthesizers, felle tabla-uithalen, Japanse dorpszangeressen, opzwepende drumpartijen, en het resultaat?

Wat zal ik zeggen. Je hebt in ieder geval geen politiek motief nodig om het bijzonder te vinden. Het is zo ontregelend en bedwelmend, dat ik zes exemplaren van het album via het Internet heb besteld, om familieleden in verwarring te brengen. Ik ben razend benieuwd naar mijn vaders reactie als hij het hoogste hindoe-gebed gepaard hoort gaan met een ritme van 140 bpm (beats per minute).

Ik moet toegeven: ik ben niet alleen enthousiast over zijn muziek, maar ook over zijn persoon. Talvin Singh, dj, tabla-speler, re-mixer, arrangeur, producer, componist, hij is zo de ideale tweede generatie en tegelijk de smaakmaker van de toekomst, dat ik denk dat hij de afschuwelijke term `multiculturaliteit' een nieuwe betekenis geeft.

Op de vraag hoe hij het geld van de Mercury-prize gaat besteden zei hij: ,,Aan de bruiloft van mijn zusje. Ze trouwt over twee weken''.

En bij het ontvangst van de prijs, waarbij zulke belangrijke bands als Manic Street Preachers, Chemical Brothers en Stereophonics werden gepasseerd en hij verdacht werd van tokenism, zei hij met zwakke stem: ,,I am not a minority any more. I am a majority.''

Het klinkt me als muziek in de oren.