Psalmen van Breuker en de Osdorp Posse

,,Psalmen vertolken de menselijke ervaringen van droefheid, angst, vreugde en dankbaarheid zó indringend, dat God móet luisteren.'' Zo klonk het zaterdagavond en opnieuw zondagochtend tijdens de mis van de kansel van de O.L.V. Basiliek in Maastricht. De duistere basiliek, in de elfde eeuw gebouwd en de stemmigste van alle Nederlandse kerken, was dit weekeinde het decor voor dertien van de vijfentwintig evenementen in het Festival Musica Sacra, dit keer gewijd aan het thema `psalm'.

De programmering van het festival voor religieuze muziek, dat in het verleden ook al uitbundige Latijns-Amerikaanse exotiek bracht, was dit jaar opzienbarender dan ooit. Naast twee wereldpremières en tal van historische en gewijd klinkende psalmtoonzettingen en missen uit diverse landen en streken, waren er bijdragen van het Willem Breuker Kollektief met Breukers compositie van Psalm 122 en — het opmerkelijkst — de Amsterdamse rapgroep Osdorp Posse, met op het repertoire een tekst als `Godverdomme, God is voor de dommen'.

Volgens het festival ,,uiten rap-zangers de essentie van hun levensvisie in eigen poëzie die ze zeggen, zingen of reciteren in het raam van hun ogenschijnlijk eenvoudige muzikale patronen. Het zijn de psalmen van onze tijd en dus zijn ze te horen in Musica Sacra Maastricht 1999.''

Voor Def P, de leider van Osdorp Posse, bleken die ruimhartigheid en waardering zaterdagavond in de met veel Maastrichtse jeugd gevulde zaal `Ster der Toekomst' een stoer behandeld dilemma. ,,Ja, we worden nu betaald door de kerk, die eeuwenlang de burgerij financieel heeft uitgebuit. Maar wij hebben onszelf niet uitgenodigd. Alle oorlogen en ellende in de wereld, gebeuren in naam van de Heer.'' Def P klaagde dat Osdorp Posse wegens lawaaioverlast niet meer in Roermond mag optreden en dat in Maastricht het volume moest worden beperkt tot 84 db. Maar hij hoopte dat desondanks zijn teksten toch in de hemel zouden worden gehoord.

Osdorp Posse bracht verder het gebruikelijke repertoire. Het oorverdovende geluidsniveau had de oerknal vast overstemd en maakte de teksten voor mij vrijwel onverstaanbaar. Zou God hebben móeten luisteren naar deze `psalmen van deze tijd'? Deze keer niet, waarschijnlijk, want God moet het allemaal al eerder hebben gehoord. Maar Zijn Zoon luisterde misschien wel. Zelf stond ik na een kwartier weer buiten, met mijn oren moet ik de rest van mijn leven nog naar andere muziek luisteren.

Geheel anders was de conventionele en confessionele sfeer in de O.L.V. Basiliek, waar zaterdag een Officiedag plaatsvond: een gedeeltelijke `reconstructie' van een dag in een klooster, waarop zeven of acht gebedsdiensten plaatsvinden. Celebrant was in bijna alle plechtigheden pastoor Martin Claes, een voormalig lid van het Utrechts Gregoriaans Koor, dat hier optrad samen met de Schola Cantorum van het Ward Instituut. Het voordeel van Claes is dat hij kan zingen, maar zijn lange lezingen uit de Latijnse schrift klonken tijdens de geheel in het Latijn gecelebreerde avondmis erg schools.

Om 8 uur werd begonnen met de Lauden, om 9.30 uur was er een mis met de eerwaarde pastoor Wagenaar van de O.L.V. Basiliek als celebrant, om 12.30 uur Hora Media, om 18 uur de Vespers met aansluitend een mis en om 20 uur de Completen. Tussendoor was er nog een prachtig concert van de Cappella Gedanensis uit Gdansk, die met instrumentale begeleiding Poolse kerkmuziek uit de 16de tot en met de 18de eeuw zong, onder andere van Sweelinckleerling Paul Siefert en de duidelijk door Monteverdi beïnvloede Crato Büthner.

Tijdens de mis ging de wereldpremière van de Missa ad Valedictionem voor mannenkoor en orgel van Jan Boogaarts, een geschenk bij zijn afscheid als dirigent van het Gregoriaans Koor Utrecht, vroeger het Utrechts Studenten Gregoriaans Koor, dat Boogaarts in 1968 oprichtte en dertig jaar leidde. Opmerkelijk voor een zo in de traditie geverseerde musicus is zijn besluit om een `eigentijdse' compositie te schrijven, passend bij de traditionele mismuziek. De vorm, waarbij orgel en koor soms samen optrekken, dan weer met elkaar wedijveren en zelfs tegen elkaar in gaan, was voor mij interessanter dan de noten zelf, waaraan de muziek van deze eeuw niet is voorbijgegaan, getuige de in deze sfeer ongemakkelijk klinkende atonaliteit.

De zondagochtend tijdens de hoogmis in de St. Servaasbasiliek zo fraai door de Cappella Sancti Servatii o.l.v. Peter Serpenti ten gehore gebrachte Missa Antiphonica (1985) was mij dan liever. De goed klinkende dramatische effecten zijn hier eenvoudig en aansprekend: de steeds dringender aanroepen in het Kyrie, de alsmaar hoger en jubelender klinkende sequentie Laudamus te. Benedicimus te. Adoramus te. Glorificamus te, de opbouw in stapeling en verdichting van het Sanctus.

De andere wereldpremière, de Symphonie des Louanges van de uit België afkomstige Maastrichtse componist Jean Lambrechts (1936), bracht in het Theater aan het Vrijthof juist muziek die zeer gemakkelijk in het oor ligt. ,,Het Maastrichtse antwoord op Andrew Lloyd Webber'', luidde na afloop één van de commentaren. Het werk voor orkest, koor en sopraan op psalmberijmingen van Paul Claudel zal zeker zijn weg naar oratoriumverenigingen vinden. De sopraan heeft een dankbare partij, zoals Charlotte Riedijk toonde.

Het tiendelige stuk van bijna een uur is zeer eclectisch, beeldend, evocatief en soms wuft op het kitscherige af. Lambrechts, een leerling van André Jolivet, brengt een samenvatting van de Franse muziek van deze eeuw, met verwijzingen naar zigeunermuziek, Carl Orff, Leonard Bernstein en Gustav Mahler, want net zoals in diens muziek klinken hier in verschillende instrumenten imitaties van de sjofar, de joodse ramshoorn.

De uitvoering bij het Limburgs Symphonie Orkest onder leiding van Gunther Schuller ging ten koste van Bruckners Psalm 150. De door Lambrechts geleverde orkestpartijen klopten niet met de directiepartituur en de correcties kostten bij de repetities veel tijd. Wellicht was L'Ascension van Messiaen daarvan ook het slachtoffer: het had zekerder, strakker en stralender mogen klinken.

Willem Breukers zetting van Psalm 122 voor koor, orkest, tenor en draaiorgel klonk zondagavond in de Janskerk. Het monumentale veertiendelige stuk, dat in 1996 in première ging in de Grote Kerk in Veere, is een uitbundige en hartstochtelijke oproep tot wereldvrede. Psalm 122 wordt klassiek religieus repertoire. Deze uitvoering was al de zesde. Het staat op cd (BVHAAST 9803), eind dit jaar gaat het nog een keer in Utrecht en volgend jaar klinkt Psalm 122 in Leipzig, in de Thomaskirche, de kerk van Johann Sebastian Bach.