`Privatisering Israel te traag'

Israel moet sneller privatiseren, zegt oud-minister Arridor, om de modernisering van de economie te versnellen. En op een normale, Westerse manier. Niet tijdens bruiloften van de elite, maar via de beurs.

In weerwil van de miljarden guldens die de schatkist opstrijkt uit het in 1986 begonnen privatiseringsproces is de Israelische voormalige minister van Financiën Yoram Arridor (Likud) van mening dat er in Israel ,,niet echt wordt geprivatiseerd''. De Israeliërs wordt volgens hem zand in de ogen gestrooid met de ophef over de successen van de privatisering omdat ,,de Israelische privatisering aan de beurs voorbijgaat''.

In dat opzicht, legt hij uit, gedraagt Israel zich niet als een normale Westerse democratie waar staatsbedrijven via de beurs worden geprivatiseerd. Het Israelische model wijkt ook in een ander belangrijk opzicht van het West-Europese model af: in de belangrijkste bedrijfstakken die worden geprivitatiseerd, zoals de bankensector, behoudt de staat een flink aandeel. Naar het oordeel van Arridor, die in de jaren tachtig minister van Financiën was, is de Israelische overheid beducht om volledige controle over de belangrijkste economische bedrijfstakken uit handen te geven. Uit het verleden stammende ,,bolsjewistische opvattingen'' belemmeren volgens hem nog steeds modern economisch handelen in de toch snel veranderende Israelische economie.

De Israelische privatisering mist door de manier waarop zij wordt uitgevoerd volgens Arridor haar voornaamste doel: het aanmoedigen van concurrentie. ,,In feite worden de monopolies gehandhaafd'', zegt hij. Door het uitschakelen van de beurs als een in sociaal opzicht doorslaggevende factor in het privatiseringsproces maken kapitaalkrachtige belanghebbenden zich volgens Arridor van ,,de staatsrijkdom meester''. Misschien wordt de prijs voor bedrijven bedongen tijdens diners in dure restaurants of tijdens bruiloften van de elite. Daardoor ontstaat volgens Arridor een Israelische kapitalistische oligarchie.

Arridor kan de gedachte niet van zich af zetten dat politieke corruptie een rol speelt in de overdracht van staatsbezit tegen prijzen die onder de marktwaarde liggen. Het doet er niet toe of Likud of de socialisten aan de macht zijn. Hij is achterdochtig omdat hij weet hoe ,,het systeem werkt''.

Ook de parlementaire controle op de privatisering lijkt verlamd. Slechts weinig parlementariërs wijzen op het West-Europese model, waar het politiek ondenkbaar en onhaalbaar is dat staatsbezit zonder ,,het gaan naar de beurs'' (sociale spreiding) in privé-handen overgaat.

De scherpe opvattingen van Arridor worden, zij het wat milder, gedeeld door een Westerse economische waarnemer. Ook hij verbaast zich over het buitenspel zetten van de beurs. Het valt hem op dat achter de schermem dezelfde familienamen opduiken die aan de betalende en ontvangende kant een dominerende rol spelen bij de privatisering en concentratie van de Israelische economie in grotere eenheden. Buitenlands kapitaal speelt volgens deze goed ingevoerde waarnemer nog een betrekkelijk ondergeschikte rol in de privatisering. Hij constateert een tegenstelling tussen de internationale oriëntatie van de Israelische economie – Israel is bij uitstek een handelsnatie – en de greep van Israelisch kapitaal op de belangrijkste ondernemingen.

Angst voor het binnensluipen van Arabisch kapitaal is een van redenen dat de Israeliërs onder een hoedje spelen of structuren bedenken die ,,gevaarlijk'' geacht kapitaal van competitie op de Israelische markt uitsluiten. Hoogstwaarschijnlijk zal deze veiligheidsreflex afzwakken naarmate het vredesproces voortschrijdt. Het is niet ondenkbaar dat de privatisering ook daardoor en niet alleen door belangenverstrengeling wordt beïnvloed. Veel Israeliërs moeten er niet aan denken dat luchtvaartmaatschappij El-Al bij privatisering via de beurs in handen van Arabisch kapitaal zou vallen.

Volgens een recent rapport van de Wereldhandelsorganisatie WTO over de Israelische economie is er sedert 1986 voor 7,3 miljard dollar geprivatiseerd. In die periode heeft de regering 77 staatsondernemingen en banken die na een fraudeschandaal in de jaren tachtig waren genationaliseerd, van de hand gedaan.In 1998 piekte de privatisering met 1,4 miljard dollar.

Privatisering en het afbreken van monopolies zijn de middelen om een einde te maken aan de strakke economische structuren die nog stammen uit het oude dogmatische socialistische tijdperk. Naarmate de Israelische economie zich door de afbraak van douanetarieven blootstelt aan de internationale economie en uit zijn isolement komt, groeit het besef dat herstructurering van de economie noodzakelijk is.

De nieuwe Israelische minister van Financiën, Shohat, heeft een ambitieus dereguleringsprogramma op tafel gelegd bij de presentatie van de nieuwe begroting. Er is echter bijzonder veel politieke kracht voor nodig om deze ideeën uit te voeren. In het huidige systeem spelen belangengroepen, vooral de de werknemers, de afremmende hoofdrol. Zij hebben zich verzekerd van uitzonderlijk privileges. Wie het waagt de watermaatschappij Mekorot te privatiseren moet er rekening mee houden dat de werknemers de kraan dicht draaien, zoals ze onlangs deden. De werknemers vrezen niet alleen ontslagen maar ook eliminatie van hun voorrechten en voor Israelische begrippen hoge lonen. Zo'n scenario gaat ook op voor de elektriciteitsmaatschappij, de militaire industrieën en andere grote economische eenheden. Het is de vraag of de regering-Barak zowel aan het vredesproces als een de modernisering van de economie kan werken. Het lijkt dat de politieke energie de komende maanden naar het vredesproces gaat, waarvan het succes volgens de visie van premier Ehud Barak ook de economie snel uit het huidige dal van negatieve groei en nog steeds oplopende werkloosheid zal halen.