Oliver! tussen zwartgebeitste blokken

Pas halverwege de eerste helft van de musical Oliver! verschijnt Fagin. Eerst moet de kleine Oliver Twist, de romanheld van Charles Dickens, zijn hongerige lot ondergaan in het weeshuis, een vernederend dienstverband doorstaan bij een gluiperige begrafenisondernemer en zeven dagen vluchten naar Londen. Tegen de negentiende-eeuwse skyline van de stad loopt hij daar de Linke Glipper tegen het lijf, de braniejongen die hem met het verlokkende Hee, kom er maar bij (bekend als Consider yourself) inlijft bij de zakkenrollertjesbende van de schilderachtigste roverhoofdman uit de musicalgeschiedenis. En die wordt in de nieuwe Nederlandse versie gespeeld door Arjan Ederveen.

Weliswaar heeft Lionel Bart, de in april gestorven tekstdichter en componist van Oliver!, zijn uit 1960 daterende kassucces genoemd naar het joch dat na veel gevaarlijke omzwervingen liefderijk wordt opgenomen in de betere kringen, maar de echte hoofdrol is voor de kinderuitbuiter Fagin. In een ruigwollen jas tot aan de grond, en met twee hinderlijke gordijntjes van dun haar dat telkens voor zijn gezicht valt, speelt Ederveen een bezienswaardige kruising tussen de vrek Scrooge en een kindervriend, die in elk geval het premièrepubliek van gisteravond om zijn vingers wond – zijn vingers, die hij bij wijze van karakteristieke tic onophoudelijk in de lucht laat dwarrelen alsof ze een onzichtbare accordeon bespelen.

Hij is, vind ik, meer leuk dan louche. Als een rasechte theaterkomiek van Kraaykamp-kaliber knipoogt hij naar de zaal, zet de woorden naar zijn hand, legt er een toefje Tevje bovenop als uit de orkestbak een klezmer-klarinet opklinkt, en deinst zelfs niet terug voor een silly walk in de solo waarin hij overweegt of er buiten de kleine misdaad nog een toekomst voor hem is. Hij zet voorts een gruizige stem op, met keelklanken die zijn zang veel volume geven, maar onheilspellend is zijn Fagin niet; de jongens die hij dagelijks uit zakkenrollen stuurt, hoeven niet bang te zijn dat er achter zijn slimme oogjes veel huiveringwekkends broeit.

Dat is des te opmerkelijker, daar de Engelse regisseur Ken Caswell in deze enscenering de donkerte heeft verkozen boven de bontere tinten uit de recente Londense heropvoering, waarbij hij zelf als co-regisseur betrokken was. Het weeshuis is een monumentaal soort kerker en de begrafenisonderneming een hok in donkergroen, terwijl in het straatbeeld zwartgebeitste blokken van baksteen en planken domineren. Draaitonelen en schuivende panelen houden de vaart erin, en daar tussendoor vertoont het royaal opgezette ensemble de bijpassende sfeer van schilderachtige armoede.

De wet op de kinderbescherming schrijft voor dat alle kinderrollen tijdens de tournee door zestien verschillende groepen wordt gespeeld. Er zijn dus ook zestien verschillende Olivers, wier namen in het programmaboek niet worden vermeld. De première-Oliver was een angeliek knaapje met enkele rafeltjes in zijn jongenssopraan, zodat hij vertederde zonder zo zoet als Heintje of Jantje Smit te worden. In de eveneens naamloze Linke Glipper van gisteravond lijkt zelfs een nieuwe Danny de Munk te schuilen, maar ook hij zal lang niet altijd mogen meedoen.

Naast de als musical-ster debuterende Ederveen, die vanaf januari zijn speelbeurten deelt met de ervaren Willem Nijholt, valt vooral Mariska van Kolck op als het hoertje met het gouden hart dat de beroemdste song uit Oliver! te zingen krijgt: Hij kan niet zonder mij, oftewel As long as he needs me. In haar baaien rokken, met de handen uitdagend in de zij, neemt ze iets mee van volkstoneeltoppers als De Jantjes en Bleeke Bet: pront, levenslustig en gezegend met een staalharde stem waarin de bijbehorende snik toch niet ontbreekt. Bart Oomen is haar criminele minnaar, nogal luguber geschminkt als de karikaturale boef in een stomme film, maar hij beent vervaarlijk over het toneel en zingt met kracht. In de kleinere rollen overheerst soms de toon van de klucht, maar Bert Simhoffer en Marjolein Sligte vormen een vermakelijk en welluidend zingend paar.

Bart overspoelde zijn Dickens-bewerking met melodieuze mars-, dans-, kermis- en volksmuziek, die smeuïg en zwierig uit de orkestbak opklinkt. Een hoofdrol speelt het 23-koppige orkest in deze productie overigens niet; de geluidsmix geeft alle aandacht aan de zang en dans op het toneel, zodat er wel eens een instrumentaal loopje onder het stem- en voetengeweld verloren gaat. Ook is de vertaling nog niet woord voor woord verstaanbaar, maar wat ervan te horen is, klinkt in de meeste nummers vitaal en vindingrijk.

Alles bij elkaar is dit een alleraardigste Oliver! die hopelijk in de loop van de tournee nog aan finesse zal winnen. Een feestavond is het nu al; hooguit zou de voorstelling wat mij betreft nog iets contrastrijker mogen worden, iets meer gepeperd door het achterliggende armoedzaaiersleed dat zich zo makkelijk onder alle aanstekelijke bravoure laat verdoezelen.

Voorstelling: Oliver! van Lionel Bart door Joop van den Ende Theaterproducties met Arjan Ederveen, Mariska van Kolck, Bart Oomen, e.a. Vertaling: Daniël Cohen. Decors en kostuums: Tim Northam; choreografie: Matthew Bourne; orkest o.l.v. Robert Jan Kamer; regie: Ken Caswell. Gezien: 19/9 Carré Amsterdam. Aldaar t/m 3/10; tournee t/m 25/6. Inl. (0900) 3005000.