Notarissen buigen na 15 jaar voor marktwerking

Notarissen hebben de invoering van marktwerking in hun beroepsgroep lang kunnen tegenhouden. Boetes voor illegale kartelvorming en het loslaten van vaste tarieven maken daar definitief een einde aan.

Als er iets is waar notarissen altijd goed in zijn geweest, dan is het lobbyen. Geen beroepsgroep wist dreigende liberalisering van haar sector zo lang af te houden als de notarissen en geen branchevereniging slaagde er zo vaak in ongunstige wetsvoorstellen gewijzigd of teruggedraaid te krijgen als de Koninklijke Notariële Beroepsorganisatie (KNB), voorheen de Broederschap. Dat constateert het onderzoeksinstituut Nyfer in het rapport `moeite met de markt', dat de invoering van marktwerking in het notariaat onder de loep neemt.

Het eerste wetsvoorstel dat liberalisering van vestigingsvoorwaarden en tarieven beoogde, stamt uit 1994. Het eerste wetsontwerp hierover lag al in 1990 op tafel, de SER adviseerde de regering zelfs al in 1985 marktwerking in te voeren in het notariaat. Uiteindelijk treedt de nieuwe Notariswet pas dit jaar, op 1 oktober, in werking. ,,De KNB wist een machtige lobby te mobiliseren en wetswijzigingen lange tijd op te houden'', zo verklaart Nyfer de lang voortslepende besluitvormingsprocedure.

KNB heeft tijdens de ontwerpfase van de wet handig gebruik gemaakt van de verdeeldheid tussen de twee betrokken ministeries, Justitie en Economische Zaken (EZ). Het ministerie van Justitie, volgens Nyfer ,,een bolwerk van juristen die veel meer gespitst zijn op juridische discussies dan op economische debatten'', vond net als de KNB dat vrije tarieven indruisten tegen de onafhankelijke positie van de notaris, ,,één van de juridische peilers onder het notariaatsbestel''.

Economische Zaken daarentegen wilde, ook in het notariaat, werk maken van de grootscheepse marktwerking en dereguleringsoperatie. De KNB wist dat een discussie tussen juristen onderling voor de notarissen gunstiger zou uitpakken dan onderhandelingen met EZ. ,,Het lukte dan ook regelmatig om een tegenstelling tussen EZ en Justitie te creëren waardoor de minister van Economische Zaken gedwongen werd in te binden'', aldus het Nyfer-rapport.

Het aanvankelijke wetsvoorstel beoogt notarissen door de invoering van concurrentie te prikkelen om goedkoper te werken. ,,De concurrentie zou men vooral bereiken door een liberaler vestigingsbeleid en vrije tarieven. De KNB kan zich niet langer als een kartel gedragen dat de tarieven vaststelt en vrije vestiging beperkt.''

Op het punt van de vrije vestiging boekten de notarissen een gedeeltelijke overwinning. Het plan om iedere kandidaat-notaris die voldoet aan een aantal wettelijk vastgelegde voorwaarden tot notaris te benoemen werd vervangen door een regeling waarbij een commissie van deskundigen, waarin ook notarissen zitten, een verzoek om vestiging van een notaris moet beoordelen. Het principe van volledig vrije vestiging was daarmee van tafel.

De invoering van vrije tarieven hebben de notarissen eveneens proberen tegen te houden. Wegens zijn publieke functie was het beter dat een notaris niet over prijzen zou moeten onderhandelen met klanten. Dat zou de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de notaris in gevaar brengen. Het systeem van één notaris die voor verschillende partijen optreedt zou dan plaatsmaken voor het Amerikaanse systeem, waarbij elke partij zijn eigen, partijdige notaris meebrengt.

De Tweede Kamer toonde zich vooral gevoelig voor het argument van de notarissen dat de zogeheten familiepraktijk (testamenten, samenlevingscontracten) duurder zou worden. De KNB heeft namelijk altijd betoogd dat zulke akten onder de kostprijs aangeboden worden. De verliezen daarop zouden worden gecompenseerd door de winsten op bijvoorbeeld de koopakte van een woning.

Uiteindelijk is op aandringen van de Kamer – die volgens Nyfer ,,door irritatie over de hardnekkige lobby van het notariaat van het dossier af wilde'' – een fasesysteem bedacht. Vanaf 1 oktober mogen de tarieven variëren binnen een bandbreedte die de komende drie jaar geleidelijk wordt vergroot. In 2002 zal een onderzoek worden gehouden of de rechtszekerheid die het notariaat biedt – de garantie dat transacties en documenten rechtsgeldig zijn – door de invoering van marktwerking wordt aangetast. Zo niet, dan worden de tarieven volledig vrij.

Volgens directeur F. van Loon van de Vereniging Eigen Huis is de invoering van marktwerking ,,een wassen neus''. Van echte marktwerking is volgens hem geen sprake. ,,Binnen de bandbreedte die nu is afgesproken kunnen de tarieven maximaal tien procent omlaag, maar doordat de huizenprijzen de afgelopen jaren ruim dertig procent gestegen zijn, gaat de notaris er nog altijd fors op vooruit. De prijs van een koopakte is immers een percentage van de verkoopprijs'', aldus Van Loon. ,,Ieder jaar dat de wetgeving vertraagd is, heeft het notariaat kans gezien zijn inkomen op te krikken.''

De KNB wijst de kritiek van de hand. Het beeld van de machtige lobbygroep dat Nyfer van KNB schetst, ,,blinkt niet uit in gedegenheid'', vindt hij. ,,Het is niet meer dan normaal dat je als branche-organisatie voor je belangen opkomt. Wij hebben gewoon altijd onze mening gegeven over de wetsvoorstellen. De Kamer heeft ons daar ook steeds om gevraagd'', aldus de woordvoerder. ,,Wij hebben absoluut geen moeite met marktwerking.''

Toch tikte de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa), die toeziet op de vrije concurrentie, het notariaat vorige week nog op de vingers voor overtreding van de Mededingingswet. Notarissen in Breda kregen boetes opgelegd omdat ze opdrachten onder elkaar verdeelden. Volgens de NMa is dat ongeoorloofde kartelvorming. De NMa, die aanwijzingen heeft dat ook andere notarissen zich daar schuldig aan maken, heeft nu aangekondigd daartegen te zullen optreden.